Columns | February 06, 2008 1:55

[lang_nl]Uitgestorven gewaande schakers[/lang_nl][lang_en]Supposedly extinct chess players[/lang_en]

[lang_nl]Schaken trekt divers publiek aan. In Amsterdamse schaakcaf?ɬ©s tref je boh?ɬ©miens, zwervers, intellectuelen en door de wol geverfde routiniers. Over hen is al veel geschreven, meestal in schrijnende clich?ɬ©s, soms in liefdevolle po?ɬ´zie.

Door Arne

[/lang_nl][lang_en]The game of chess attracts many different people. In Amsterdam chess cafes you will see artists, tramps, intellectuals and experienced hustlers. Many have written about them, usually in painful stereotypes, sometimes in amiable poetry.

By Arne Moll

[/lang_en]

[lang_nl]Op clubs en toernooien zie je spelers die het spel vooral op een serieuze, sportieve manier beoefenen, ook als het niveau zelf niet hoog is: men speelt met klok, notatieformulier en stilte. Na afloop wordt er geanalyseerd. Je treft er vooral mannen aan, sommigen maken op outsiders soms een wat wereldvreemde indruk. Dan heb je de schakers van de 'nieuwe generatie'. Tegenwoordig veelal opgegroeid met internet - maar hun soort bestaat natuurlijk al sinds de uitvinding van het schaakspel. Ze spelen het liefst snelschaak - 1,2 of 5 minuten per partij. Soms spelen ze doorgeefschaak. Luidruchtigheid en gewiekstheid zijn hun handelsmerken.

Een ander soort schaakspelers is te vinden in coffeeshops. Hier spelen natuurkundestudenten tegen slimme allochtonen onder het genot van een blowtje en een kopje thee op een bord waarop een ontbrekende witte toren door een damschijf is vervangen. Zonder klok, zonder openingskennis, maar wel in stilte. Soms wordt er zelfs een beetje geanalyseerd. "Ja, jouw plan had ik niet zien aankomen."

Ik dacht dat ik alle genres van schaakbeoefening zo langzamerhand wel kende, maar onlangs was ik met een schaakvriend in een caf?ɬ© dat op het oog niets met schaken te maken had. Toch werden rond een uur of negen de schaakborden op een lange tafel gezet, en schoven diverse mensen aan om een partijtje te schaken. Het waren geen kunstenaars, geen studenten, zelfs geen wereldvreemde nerds.

Het gezelschap deed me nog het meest denken aan die keer dat mijn grootvader me op zondagochtend meenam naar zijn plaatselijke schaakclubje van oude mannetjes. Er was zelfs een meneer van honderd, die nog een heel aardig partijtje meeblies. Achteraf realiseer ik me dat deze man een leeftijdgenoot van Capablanca moet zijn geweest. De leeftijdgenoten van mijn opa speelden zonder klok, zoals men in de 19de eeuw placht te doen, en hoewel er in het zaaltje over het algemeen stilte heerste, maakte men af en toe opmerkingen als 'Aha!' waarop een ander aanvulde: "...lachte de graaf in het zuiver Spaans en klapwiekte met zijn oorlelletjes". Deze mannetjes kenden ongetwijfeld Euwe en Aljechin, maar ik vroeg me toen al af of ze wisten wie Karpov en Kasparov waren. Ze beleefden schaken op een volstrekte andere manier dan ik. Het leek ze zelfs niet te kunnen schelen als ze verloren.

Ik veronderstelde dat dit soort mannetjes, met mijn opa, allang uitgestoven waren, maar hier, in dat caf?ɬ© in een buitenwijk van Amsterdam, leken ze nog te bestaan. Ons voorstel om met klok (een vooroorlogs model) te spelen werd meewarig afgedaan als 'te snel voor ons'. Opmerkingen als 'de stelling is niet lekker uitontwikkeld' en 'het is weer een heel geschuif' waren niet van de lucht. Weliswaar stond er een dronken baas mee te kijken, waardoor we ons even terugwaanden in de echte schaakcaf?ɬ©s, maar hij werd weggestuurd. Enige toeschouwer was nu een wiskundelerares met een glas wijn in haar hand. Er werd geschaakt, gekiebitzt - er werd soms zelfs geciteerd - maar niet gebaald bij nederlagen. De avond verstreekt traag maar gemoedelijk. Er werd gedronken en gerookt. Schaken was hier vooral leuk en interessant. Zo moet het ooit geweest zijn in de Marshall Chess Club, in Caf?ɬ© de La R?ɬ©gence, in De Kring. Zo moet de sfeer geweest zijn tussen de schaakliefhebbers Bomans en Alberdingk Thijm (beter bekend als Lodewijk Van Deyssel). Bomans beschrijft hoe zijn tegenstander "voor de zoveelste keer zijn koning omlegde":

Toen sprak hij, op zijn langzame en nadrukkelijke manier, of hij zijn woorden in een grafzerk kerfde: 'Je kunt evengoed met een hond schaken.'

Ik zweeg. Wat viel daarop te zeggen? Bevestigen is ongepast, tegenspreken leek mij flauw. Bovendien was het, schaaktechnisch gesproken, waar en vatte het de krachtsverhouding beeldend samen. Ik zei dus niets. Zo ging er een minuut voorbij.

Toen zei Thijm, mijn dilemma radend, met een zachte glimlach en zonder de ogen op te heffen: 'Men wordt geacht dit te ontkennen.'

[/lang_nl][lang_en]At clubs and tournaments, you mostly see players practicing the game in a serious, sporting way, even if the level of play isn't very high: they play with a clock, scoresheets, and in silence. After the game, there is the post-mortem analysis. Most of the players are male, some may seem to be loners and a bit alienated from the world. Then there's chess players of the 'new generation'. These days, they grew up with the Internet - but their kind has, of course, existed since the invention of chess. They prefer blitz chess - 1, 2 or 5 minutes per game. Sometimes they play bughouse. They're loud and savvy.

A different type of chess player can be found in Dutch hash bars, also called 'coffeeshops'. Here physics students play against clever foreigners enjoying a joint and a cup of tea, on a board where a missing white rook has been replaced by a draughts piece. Without a clock, without opening knowledge, but still in silence. Sometimes, there's even a bit of post-mortem analysis, too. "Yeah, I didn't see your plan coming."

I thought I knew just about all sorts of chess practice by now, but recently a friend and me went to this place that had seemingly nothing to do with chess. Still, around nine o'clock, some chess boards were put on a long table, and various people joined to play a game of chess. These weren't artists or students, nor alienated nerds either.

The party reminded me most of the time when my grandfather took me to his local chess club, on a Sunday morning. The club members were, without exception, quite old - there was even a man of a hundred years old. Now, I realise he must have been of the same generation as Capablanca. My granddad's companions played without a clock, like people used to do in the 19th century, and although in general there was silence around us, sometimes remarks were heard: "Ah!", to which another man replied: "... laughed the count in native Spanish, while he flapped his earlobes." These men no doubt had known about Euwe and Alekhine, but even then I wondered whether they had heard of Karpov and Kasparov. They experienced chess in a completely different way than I did. They even didn't seem to care if they lost.

I had assumed these kind of oldtimers, like my grandpa, had become extinct a long time ago. But here they were, in a bar just outside the city center. Our proposal to play with a clock (a pre-WW II model) was dismissed casually as 'too quick for us'. Remarks like 'the position is not developed very well' and 'there's a lot of shuffling going on' were made frequently. It's true there was an alcoholic watching the games, which for a moment made us think we were in a real chess cafe, but he was sent away. Now, the only spectactor was a math teacher with a glass of wine in her hand.

There was chess, kiebitzing, sometimes a famous quotation was heard - but there was never pain over a loss. People were drinking and smoking. Here, chess was primarily fun and interesting. This is what it must once have been like in the Marshall Chess Club, the Caf?ɬ© de la R?ɬ©gence, cafe De Kring. The atmosphere seemed the same as between the now almost forgotten Dutch novelists and chess lovers Godfriend Bomans and Alberdingk Thijm (better known as Lodewijk Van Deyssel). Bomans describes how his opponent had "put his king down for the umpteenth time":

Then he spoke, in a slow and expressive manner, as if carving his words in a tomb stone: 'You might as well play chess with a dog.'
I was silent. What could be said to that? To affirm it would be inappropriate, to contradict it would be childish. Besides, from a chess point of view it was true, and it was a fitting summary of our difference in strength. So I said nothing. A minute went by.
Then, with a soft smile, guessing my internal conflict, and without raising his eyes, Thijm said: 'One is supposed to deny such a thing.'

[/lang_en]

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

Frits Fritschy's picture

Pieter, als dit klopt zou je mogelijk de oervorm ontdekt hebben. Zover ik kan zien met google is dat nog niemand eerder gelukt. Echter, in de Camera Obscura (gratis te downloaden via gutenberg.org) kan ik niets vinden. De oudste vermelding die ik tegenkom, is een boektitel uit de vijftiger jaren. Weet iemand meer, ik ben ge?ɬØnteresseerd.
(Overigens, Peter, kan ik me voorstellen dat jij je site niet wil laten gebruiken voor dit ?¢‚Ǩ‚Äú natuurlijk zeer belangwekkende ?¢‚Ǩ‚Äú historische onderzoek.)

Frits Fritschy's picture

De juiste reactie op "Aha!" is bij mijn weten: "lachte de graaf in het Spaans en liet zijn door de zon gebruinde tanden zien." Hebben we hier te maken met een regionale variant?

Vosuram's picture

Very nice story; oldtimers still exist, I know :)

manyoso's picture

That's how I started. When I was twelve or so I was introduced to the old-timers club as they got together every tuesday night in the local library. Best time playing chess I ever had was when I first started playing against those old guys.

Sterling's picture

Ah...blitz with a joint and a beer sounds good right now.

arne's picture

Frits, op internet vond ik nog wel de variant "Aha lachte de graaf in het Spaans terwijl hij met zijn handen op de rug in de tuin de krant liep te lezen." Kennelijk is het eerste gedeelte standaard, en volstaat voor het tweede deel een willekeure onzin-zin.

Pieter de Groot's picture

'Aha, lachte de graaf koeltjes, hetgeen in de zwoele hitte aangegaan aandeed'. Ik dacht dat deze uitdrukking voorkwam in Nicolaas Beets, 'de Camera Obscura'.

arne's picture

@Frits, Pieter. In de Camera Obscura kon ik het ook niet vinden. Het WNT zwijgt ook in alle talen. Wel heb ik de volgende site gevonden, waar verschillende verschijningsvormen opgesomd worden: http://www.joppeluiten.nl/haha_lachte_de_graaf_in_het_spaa.htm
Dit lijkt me een mooie afsluiter van dit inderdaad zeer belangrijke onderzoek.

Your comment

By posting a comment you are agreeing to abide our Terms & Conditions