Reports | April 20, 2007 22:35

[lang_nl]Eindspelen zijn leuk![/lang_nl][lang_en]Endgames are fun![/lang_en]

[lang_nl]Schakers die beter willen worden, krijgen van trainers steevast het advies niet te veel tijd aan openingen te besteden. "Bestudeer eindspelen. Daar heb je je hele verdere leven wat aan." Maar, zo meende ik altijd, en vele ambitieuze schakers met mij: eindspelen zijn toch niet echt leuk? Ik moet zeggen dat ik al wat meer plezier kreeg in het bestuderen van het eindspel toen Dvoretsky's Endgame Manual uitkwam, maar nu zijn er drie boeken uitgekomen die het nog leuker maken.[/lang_nl][lang_en]Chess players who like to improve their game, are always adviced by trainers not to spend too much time on openings. "Study the endgame. Your game will benefit from this for the rest of your life." But, as I always thought, and many other ambitious players with me: endgames are no fun? I must say that I started to appreciate studying the endgame some more after Dvoretsky's Endgame Manual was published, but now three books have appeared that make it even more fun.[/lang_en]

[lang_nl]Graag breng ik onder jullie aandacht Silman's Complete Endgame Course van Jeremy Silman (Siles Press, 2007, 530 p.). Dit boek is een leerboek dat alle eindspelen behandelt, onderverdeeld in categorie?ɬ´n.

Ik moet zeggen dat ik aanvankelijk nogal sceptisch was over Silman's Complete Endgame Course (vanaf nu SCEC). De cover spreekt van 'a revolutionary book on chess endgames' en in zijn voorwoord schrijft Silman over zijn boek: "SCEC is the endgame book everyone always wanted but couldn't find." Lichtelijk arrogant, als je het mij vraagt. (Sowieso vind ik het jammer dat het voorwoord niet door een andere schaker is geschreven maar door de auteur zelf. Bij dit soort fundamentele werken is het gebruikelijk dat een collega het voorwoord schrijft, en ik had graag iemand als John Watson of Karsten M?ɬºller het voorwoord bij dit boek zien schrijven. Wat zouden zij van het boek vinden?)

Toen ik vervolgens las dat Silman het eindspel 'matzetten met paard en loper' niet behandelt, moest ik een sterke neiging bedwingen om het boek weg te leggen. Volgens Silman is dit eindspel lastig en komt het te weinig voor. Daar heeft hij gelijk in, maar mijns inziens behoort elke zichzelf respecterende schaker van laten we zeggen 1800-niveau of beter dit eindspel gewoon te beheersen (Silmans boek is bedoeld voor spelers tussen beginnersniveau en meesterniveau). Ook het eindspel dame tegen toren behandelt Silman niet als apart eindspel, en inderdaad komt ook dat eindspel komt niet heel veel voor, maar schijn bedriegt. Als je alle stellingen meerekent waarin een afwikkeling naar dit eindspel een rol speelt, dan heeft elke schaker weleens met zo'n eindspel te maken gehad!

Het basisconcept van SCEC is vrij uniek en derhalve inderdaad revolutionair te noemen. Wat doet hij namelijk? Bij Silman zijn de eindspelen niet alleen onderverdeeld in type, maar ook in niveau. Met andere woorden: hij geeft aan wat spelers met een rating van 1300 in ieder geval moeten weten van het eindspel en welke aspecten voor 1800-spelers noodzakelijke kennis zijn.

Hij behandelt eerst de eindspelen waarvan hij vindt dat beginners (niveau 'unrated ?¢‚Ǩ‚Äú 999') ze moeten kennen: matzetten van de koning alleen en vermijden van pat. Dan de eindspelen voor spelers van E-klasse ('1000-1199'): licht stuk tegen dame, basispionneneindspelen met oppositie. Dan de D-klasse ('1200-1399'): verder met pionneneindspelen, stuk tegen pion. Dan de C-klasse ('1400-1599') met meer pionneneindspelen, eindspelen met lichte stukken en toreneindspelen, waaronder de Lucena- en Philidor-stellingen. Dan de B-klasse ('1600-1799'): verdere verdieping van de eindspelen en bijvoorbeeld eindspelen met ongelijke lopers. Dan de A-klasse ('1800-1999'): moeilijke pioneindspelen, meer basistoreneindspelen, stukkeneindspelen en dame-eindspelen. Daarna komt het 'expert-niveau' ('2000-2199') met de laatste, lastigste theoretische eindspelen en ten slotte het 'meesterniveau' ('2200-2399') waar principes als 'twee zwaktes' en 'koning activeren' langskomen. Silman eindigt met een hoofdstuk 'voor alle niveaus', waar hij voornamelijk leuke voorbeelden de revue laat passeren.

Deze aanpak heb ik nooit elders gezien en heeft duidelijke pluspunten. Want inderdaad kun je in de bekende handboeken (Awerbach, Ch?ɬ©ron, M?ɬºller & Lamprecht, Dvoretsky) gemakkelijk verdwalen. Je begrijpt de basiseindspelen nog wel, maar op een gegeven moment raak je de draad kwijt en leg je het boek terzijde om het een jaar later misschien pas weer eens uit de kast te pakken. Silman heeft zeker een punt wat dat betreft.

Maar de 'methode-Silman' heeft ook ernstige bezwaren, mijns inziens. Om te beginnen gaat hij uit van een verregaande vorm van eenvormigheid onder schakers. Elke 1300-speler die zijn eerste twee hoofdstukken heeft doorgenomen, kan door naar de volgende fase, volgens zijn ideale leerproces. Maar schakers zijn net als mensen allemaal anders. En ze leren dus allemaal anders. Is Silmans volgorde werkelijk de enige juiste, vraag ik mij af. Als ik, met een rating van 1850, een bijzonder gevoel heb voor toreneindspelen, moet ik dan per se drie jaar wachten totdat ik 2100-niveau heb en ze 'mag' bestuderen?

Verder komt het een paar keer voor dat Silman een bepaald concept uitlegt waarvan je als schaker denkt: 'waar wil hij in godsnaam heen'. Dit concept wordt dan in een volgend niveau verder uitgewerkt, maar dan ben je als het goed is tweehonderd punten sterker. Daar zit dus een flinke tijd tussen!

Een voorbeeld is de 'distant opposition'. Silman legt op p. 59 uit dat op een bord met slechts een witte koning op a1 en een zwarte koning op e8, wit altijd de verre oppositie kan grijpen als hij 1.Ka2! speelt. Ik moet zeggen dat de manier waarop Silman het begrip verre oppositie uitlegt, uitstekend is. Maar waar het toe dient, dat legt hij in deze sectie (1200-1399) niet uit, waardoor je als 1300-speler met vragen blijft zitten. Dit bord met alleen koningen is natuurlijk zeer relevant voor het eindspel Kd2, e2 ?¢‚Ǩ‚Äú Ke6 (waar 1?¢‚Ǩ¬¶Kd6! de enige zet is die remise houdt vanwege de verre oppositie), maar dat wordt pas behandeld in de sectie 1400-1599. Volgens mij is het educatief gezien waanzin om deze twee kenniselementen van elkaar te scheiden.
Overigens wordt in dezelfde sectie 1400-1599 aangegeven dat het eindspel Kh7, h4 ?¢‚Ǩ‚Äú Ke7 remise is met de zet 1?¢‚Ǩ¬¶Kf7! waarna wit wordt patgezet; een eindspel dat je mijns inziens eerder zou moeten leren. Zo heb ik dus hier en daar mijn twijfels of bepaalde stellingen niet beter bij andere speelniveaus behandeld kunnen worden, en vooral of ze niet beter bij elkaar behandeld kunnen worden.

Ik wil niet de indruk wekken dat ik het boek helemaal niet goed vind. De opzet van het boek is verder uitstekend. De thema's worden goed uitgelegd (en Silmans schrijfstijl is vrij aanstekelijk). Er staan veel 'adviesblokjes' over het hele boek verspreid op de pagina's met basisregels, en elk hoofdstuk eindigt met zowel een samenvatting als testopgaves. Wat me ook erg aanspreekt is dat Silman zijn best doet om het leuke van eindspelen naar voren te halen. Daarom kan ik SCEC aanbevelen, hoewel ik persoonlijk de voorkeur geef aan Dvoretsky's Endgame Manual. Maar misschien komt dat omdat ik ooit het genoegen heb mogen smaken een training van Dvoretsky bij te wonen, en als je dat meemaakt, wil je nooit meer iets anders.

Als we het toch over eindspelen hebben, dan wil ik nog even kort twee andere boeken noemen die recentelijk zijn verschenen. Ze vormen mijns inziens een mooie aanvulling op een 'leerboek' over eindspelen zoals die van Silman.

Allereerst Van Perlo's Endgame Tactics (New in Chess 2006, 480 p.). Dit boek is al eens eerder op ChessVibes langsgekomen, toen het de English Chess Federation Book of the Year Award had gewonnen. Later won het ook nog de prijs voor beste boek van 2006 van Chess Cafe! Het boek is het resultaat van dertig jaar verzamelen, analyseren en categoriseren door de heer Van Perlo. Het belangrijkste resultaat is dat het boek vol staat met voorbeelden van eindspelen uit de prakijk die stuk voor stuk erg amusant zijn om na te spelen. Bovendien toont het aan dat eindspelen niet alleen maar concepten zijn, maar dat ook in die fase tactiek ontzettend belangrijk is. Komt het thema 'eindspel' je altijd wat stoffig over? Dankzij Van Perlo begint het (voor jou misschien wel voor het eerst?) te glimmen.

Ten slotte noem ik graag het boek Endgame Virtuoso Anatoly Karpov van Tibor Karolyi & Nick Alapin (New in Chess, 2007, 360 p.). Karolyi is een Hongaarse trainer die onder meer met Peter Leko en Judit Polgar In zijn loopbaan putte Karolyi veel uit de praktijkvoorbeelden van Anatoly Karpov en dit materiaal heeft hij nu uitgebreid en verzameld in een boek van 360 pagina's! Wat wie zien zijn eindspelvoorbeelden van de absolute wereldtop, eveneens geanalyseerd op zeer hoog niveau. Sommige voorbeelden tellen meer dan vijf pagina's. Het begint al meteen goed met Kalashnikov-Karpov, Zlatoust 1961, met ruim elf pagina's. Karpovs carri?ɬ®re tot en met zijn laatste match tegen Kasparov in 1990 wordt behandeld. Het boek is ook actueel, want van de voorbeelden die Mihail Marin ook behandelde in zijn hoofdstuk over Karpov in Learn from the Legends, worden Marins analyses kritisch behandeld.

Beide boeken zijn, zoals we gewend zijn van New in Chess, prachtig vormgegeven. De Nederlandse gebruikt sinds jaar en dag een eigen systeem voor de figurinenotatie en diagrammen die gewoon heel prettig ogen, en de opmaak is lekker ruim met veel diagrammen. Allebei zeer aanbevolen.[/lang_nl][lang_en]I'd like to bring to your attention Silman's Complete Endgame Course by Jeremy Silman (Siles Press 2007, 530 p.). This book is an endgame textbook that treats all endgames, divided into categories.

I have to say that at first I was quite sceptical about Silman's Complete Endgame Course (from now SCEC). The cover speaks of 'a revolutionary book on chess endgames' and in his preface, Silman writes: "SCEC is the endgame book everyone always wanted but couldn't find." Slightly arrogant, if you ask me. (In general it's a pity when a preface isn't written by a different chess player than the writer himself. With these 'fundamental' type of books it's common practice that a colleague writes the preface and I would have liked to see somebody like John Watson or Karsten M?ɬºller have written the preface to this book. What would they think of this book?)

And when I read that Silman decided against including the ending 'mating with knight and bishop', I had to fight against a strong urge to put away the book immediately. According to Silman this endgame is quite tough and occurs very rarely in practice. He's right about that, but in my opinion every self-respecting chess player of, let's say 1800 level, should master this endgame (Silman's book is directed at players between beginner's level and master level). The ending 'queen against rook' is also not treated seperately by Silman, and indeed this ending is not a regular one in tournaments either, but appearances are deceptive. If you count all the positions in which long series of piece exchanges lead to this endgame, then every chess player once had a game in which this endgame was relevant!

SCEC's basic concept is quite unique and in a way could be called revolutionairy. What does the author do? Silman not only divides endgames by type, but also by level. In other words: he shows what players with a rating of 1300 in any case should know of the endgame, and which aspects are 'obligatory knowledge' for 1800 players.

He first treats endgames he thinks are important for beginners (level 'unrated ?¢‚Ǩ‚Äú 999'): mating the sole king and preventing stalemate. Then the endgames for E class players ('1000-1199'): minor piece against queen, some basic pawn endings, opposition. Then the D class ('1200-1399'): continueing with pawn endgames, piece against pawn. Then the C class ('1400-1599') with more pawn endings, minor pieces endings and rook endings such as the Lucena and Philidor positions. Then the B class ('1600-1799'): diving deeper into the endgame, e.g. opposite-coloured bishop endings. Then the A class ('1800-1999'): difficult pawn endings, more basic rook endings, minor piece endings and queen endings. The the 'expert level' comes ('2000-2199') with the last, most difficult theoretical endings and finally the 'master level' ('2200-2399') where principles such as 'two weakness' and 'activating the king' come along. Silman ends with a chapter 'for all levels', where he mainly shows examples for shere fun.

I haven't seen this approach anywhere else and it definitely has some plusses. It's true that when studying one of the well-known textbooks (Awerbach, Ch?ɬ©ron, M?ɬºller & Lamprecht, Dvoretsky) it's very easy to get lost. You understand the basic endings but at a certain point you go astray and decide to put the book back onto its shelf, to reach for it perhaps a year later. Silman is certainly right about this one.

But the 'method Silman' has some serious flaws in my opinion. To start, he assumes a far-reaching kind of uniformity among chess players. Every 1300 player who has read his first two chapters can go through the next one, following his ideal learning process. But chess players are, like human beings, all different. And so they all learn differently. Is Silman's learning order really the only good one, I wonder. If one has a rating of 1850, but an excellent feeling for rook endings, should he wait three years to start studying them till he has the 2100 level that 'allows' him to study them?

Furthermore, it occurs a few in the book that Silman explains a certain concept that makes you think: what on earth does he want me to learn me with this? The concept is worked out at the next level, but before you're studying that, according to the book, you're two hundred points stronger. There's normally quite some time in between!

An example is the 'distant opposition'. On p. 59 Silman explains that on a board with only a white king on a1 and a black king on e8, White can always grab the distant opposition by playing 1.Ka2!. I must admit that Silman does an excellent job explaining the concept of distant opposition. But why you need it in the first place, is not explained in this section (1200-1399) and so as a 1300 player you're left with some questions. This board with just two kings is of course very relevant for the ending Kd2, pawn e2 against Ke6 (where 1?¢‚Ǩ¬¶Kd6! is the only move that draws because of the distant opposition), but this one is treated in section 1400-1599. From an educational perspective it's nonsense two treat these two elements seperately in my opinion. By the way, in this 1400-1599 section you learn that the ending Kh7, pawn h4 against Ke7 is a draw because of the move 1?¢‚Ǩ¬¶Kf7! when White is stalemated; an ending you should learn much earlier I think. So here and there I have my doubts about whether certain positions should be treated in certain level sections and, more importantly, whether it's better to treat them together.

I don't want to give the impression that I don't like the book at all. The general setup of the book is excellent. The themes are explained very well (and Silman's writing style is quite catching). There are many 'blocks of advice' spread all over the book with the basic rules, and each chapter ends with both a summary and test puzzles. What I also like very much is the fact that Silman is trying hard to show why endings can be great fun. That's why I can certainly recommend SCEC, although I personally prefer Dvoretsky's Endgame Manual. But perhaps that's because I once had the pleasure to be able to attend a Dvoretsky training session, and once you have experienced this, you never want something else.

Speaking of endings, I'd like to mention two more books shortly that have appeared recently. In my opinion they are nice additions to a 'textbook' such as Silman's.

First Van Perlo's Endgame Tactics (New in Chess 2006, 480 p.). This book was mentioned on ChessVibes before, when it had won the English Chess Federation Book of the Year Award. Later it also won Chess Cafe's best book of 2006 prize! The book is the result of thirty years of collecting, analysing and categorizing by Mr Van Perlo. The most important result is a book chuck full of endings from practice that are all very amusing to play through. Furthermore, it shows that endings are not just concepts, but that also in this phase of the game tactics are very important. Did the theme 'endings' always appear a bit dusty to you? Thanks to Van Perlo it really starts (perhaps for you for the first time?) to shine.

Finally I'd like to mention the book Endgame Virtuoso Anatoly Karpov by Tibor Karolyi & Nick Alapin (New in Chess 2007, 360 p.). Karolyi is a Hungarian trainer who worked with Peter Leko and Judit Polgar. During his carreer Karolyi made use of many practical examples of Anatoly Karpov and he extended and collected this material to create a 360 page book! What we see are endgame examples on the absolute world top level, and analysed on a very high level too. Some examples are treated on more than five pages. The book immediately starts strongly with Kalashnikov-Karpov, Zlatoust 1961, in more than eleven pages. Karpov's carreer is treated till and including his last match against Kasparov in 1990. The book is up to date too, since the examples that were also treated by Mihail Marin in the Karpov chapter in his Learn from the Legends, include Marin's analysis which are critically treated by Karolyi.

Both books are, as always with New in Chess, very nicely edited. The Dutch publisher have always used their own system for making figurine fonts and diagrams, and it just looks tiptop. Both warmly recommended.[/lang_en]

Peter Doggers's picture
Author: Peter Doggers

Founder and editor-in-chief of ChessVibes.com, Peter is responsible for most of the chess news and tournament reports. Often visiting top events, he also provides photos and videos for the site. He's a 1.e4 player himself, likes Thai food and the Stones.

Chess.com

Comments

jeans's picture

Ik heb Jeremy Silman's boek gekocht en ik ben er erg blij mee. Dat alles in ratinggroepen is verdeeld en niet in eindspelsoorten is erg prettig. Zo ga je niet te diep in op het ene type eindspel, terwijl je over een ander eindspel nog "niets" weet.

Van van Perlo heb ik de oude 4 deeltjes in het nederlands en ik vraag me af of het de moeite waard is de bundel te kopen, Weet iemand dat?

Haha dat boek over Karpov kon ik ook niet laten liggen in de winkel, nog niet in begonnen alleen..

Howard Goldowsky's picture

Peter,

Hello from Boston, USA. This is the first time I've been to your site -- it's worthy of a bookmark! I'd like to clarify one point you made above: I think you're confusing a "preface" with a "forword." A preface is, in fact, usually written by the author, as a basic explanation of why he wrote the book. It is usually something personal. A forword, on the other hand, is often (but not always) written by somebody other than the author. It is written as praise or as an alternative viewpoint.

Tritas, where's the best place to buy chess books in the Czech Republic? My book, Engaging Pieces: Interviews and Prose for the Chess Fan, is coming out in June. I'd like to sell it in Europe.

Howard Goldowsky
Boston, MA

Tritas's picture

I'm from Prague, Czech Republic and I'd like to have a look at Silman's Complete endgame course and maybe later buy it. But I don't want to order it for a lot of money from America on Amazon. Is somebody here who lives near and has this book? Thanks! My mail (leave all "_"): m_ar_tin.d_un_gl (at sign) se_znam.cz . Thanks!

Latest articles