Reports | December 07, 2006 7:00

In Memoriam: David Ionovich Bronstein

[lang_nl]"For the sake of brilliance it is worth taking a risk!" That is how Bronstein played, even in his advanced years. After Tarrasch and Nimzowitsch he is perhaps the most outstanding populariser of the game, a genuine teacher of the chess world.?¢‚Ǩ? ?¢‚Ǩ‚Äú Gary Kasparov

David Bronstein was zowel een bijzonder sterk schaker als een uitstekende schrijver. Bovendien was hij van de mooiste spelers van de twintigste eeuw, want altijd op zoek naar schoonheid. Waar Botwinnik het schaakspel als wetenschap beschouwde, vond Bronstein het meer kunst. Bovendien schreef hij een van de allergrootste klassiekers van de schaakliteratuur: Zurich International Chess Tournament 1953. Voldoende reden voor een eerbetoon aan David Ionovich Bronstein.[/lang_nl][lang_en]"For the sake of brilliance it is worth taking a risk!" That is how Bronstein played, even in his advanced years. After Tarrasch and Nimzowitsch he is perhaps the most outstanding populariser of the game, a genuine teacher of the chess world.?¢‚Ǩ? ?¢‚Ǩ‚Äú Gary Kasparov

David Bronstein was both an outstanding chess player and an excellent writer. Furthermore he was one of the most beautiful players of the twentieth century, always looking for the beauty in chess. Where Botwinnik saw chess as science, Bronstein considered it to be art. And of course it was Bronstein who wrote one of the true classics in chess literature: Zurich International Chess Tournament 1953. Enough reasons to pay tribute to David Ionovich Bronstein.[/lang_en]

[lang_nl]Bronstein werd geboren op 19 februari 1924 in Bila Tserkva in de Oekra?ɬØne. Trainer Alexander Konstantinopolsky was de eerste die het talent van kleine David herkende en zelden heeft een speler zich zo snel in de wereldtop genesteld als Bronstein. Na eerste plekken op het kampioenschap van de Oekra?ɬØne (1939) en het kampioenschap van Moskou (1946), won hij het kampioenschap van de USSR in 1948 (met Kotov) en 1949 (met Smyslov). Zijn eerste internationale toernooi-overwinning was die van het interzonale toernooi in Saltsj?ɬ?baden in 1948 en daarmee plaatste hij zich voor het allereerste Kandidatentoernooi, in Boedapest in 1950, waar hij Boleslavsky versloeg in een play-off. Toen mocht hij het opeens opnemen tegen regerend wereldkampioen Botwinnik!

Bronstein-Botwinnik
Die match werd in 1951 in Moskou gespeeld en eindigde in 12-12, zodat Bronstein in het rijtje thuishoort van Grote Schakers Die Nooit Wereldkampioen Werden, zoals ook Kortchnoi, Keres en Larsen. Maar Bronstein kwam dus het verst van allemaal. Hij stond namelijk twee partijen voor het einde nog met 11,5-10,5 voor! Het verhaal gaat dat sinds de 24ste partij van deze match Bronstein en Botwinnik vijanden waren die nooit meer met elkaar spraken.

Een mooi citaat uit Kasparovs My Great Predecessors II van Bronstein is de volgende, voor de beslissende 24ste partij (die snel in remise eindigde waarna Botwinnik wereldkampioen bleef):

"I spent the entire day before the decisive game in the forest, breathing fresh air and polishing some sharp variation of the French Defence on my pocket set. Therefore I should have played 1.e4! However, I had certain doubts: suppose Black should play 1....e5 or 1...c5 instead? Nevertheless in the given instance 1.d4 was a mistake: I should not have followed the path of Botvinnik. It would have been more sensible to trust in my own imagination, intuition and will-to win."

Mede-redacteur Oak parafraseert Kasparov over Bronstein: "Rond de jaren vijftig speelden de twee B's (Boleslavsky en Bronstein) het meest interessante schaak. Vooral het Konings-indisch in de handen van Bronstein wekte veel bewondering. Hij was een van de eersten die deze opening als echt wapen wist toe te passen, wat hij beschrijft in zijn boek Bronstein on the King's Indian uit 1991."

Z?ɬºrich 1953
Bronstein is een speler voor wie je bijna alleen maar bewondering kunt hebben, vanwege zijn voortdurende queeste naar esthetiek. Dit spreekt onder andere uit het ?¢‚ǨÀúvoorwoord' (getiteld ?¢‚ǨÀúInstead of a preface') van Bronstein op Zurich International Chess Tournament 1953:

?¢‚Ǩ?ìIn working on this book, I started from the premise that every full-bodied game of chess is an artistic endeavor, arising out of a struggle between two masters of equal rank. The kernel of a game of chess is the creative clash of plans, the battle of chess ideas, which takes on its highest form in the middle game. (?¢‚Ǩ¬¶) The author has tried to avoid weighing down his book with variations. Variations can be interesting, if they show the beauty of chess; they become useless when they exceed the limits of what a man can calculate; and they are real evil when they are substituted for the study and clarification of positions in which the outcome is decided by intuition, fantasy and talent."

Het boek is vooral een klassieker geworden omdat Bronstein zijn bedoelingen in het ?¢‚ǨÀúvoorwoord' meer dan waarmaakt. Het staat vol met begrijpelijke alinea's waarin de idee?ɬ´n achter de zetten worden beschreven. Het gekke is overigens dat Bronstein in latere jaren helemaal niet zo positief meer was over het boek. Dat velen het als een klassieker beschouwden, vond hij onterecht. ?¢‚Ǩ?ìHet schaken gaat vooruit en Zurich 1953 is ouderwets en achterhaald!?¢‚Ǩ? zei hij begin jaren negentig.

Wat de schrijver ook beweerde, het toernooiboek is buitengewoon leerzaam, net als The Sorcerer's Apprentice uit 1995, dat hij samen met Tom F?ɬºrstenberg schreef. Ook de werken The Modern Chess Self Tutor en 200 Open Games van Bronstein werden trouwens best-sellers.

Schaken tegen computers
In de jaren tachtig en negentig heeft Bronstein ook regelmatig in Belgi?ɬ´ en Nederland gespeeld. Dankzij zijn vriend Tom F?ɬºrstenberg speelde Bronstein mee in de Belgische clubcompetitie en ook in de toernooien in Hoogeveen en in Den Haag bij de AEGON-Mens-tegen-computertoernooien. Bronstein was een van de weinige topspelers uit die tijd die het leuk vond om het tegen computers op te nemen. (Hij experimenteerde er trouwens al vroeg mee, want een paar partijen in zijn 200 Open Games waren al tegen zwakke computers!)

Waar destijds ?¢‚ǨÀúanticomputerschaak' (theorie ontwijken, de stelling gesloten houden) vaak nog voldoende was om ze te verslaan, pakte Bronstein het steevast aan met superromantisch schaak. Hij was van mening dat je computers tactisch en agressief moest aanpakken en schroomde niet om openingen als het Evans-gambiet toe te passen. Zo versloeg hij menig computerprogramma in een mooie koningsaanval. Veel analyses van zijn partijen tegen computers zijn te vinden in het boek David en Goliath, dat tot nu toe alleen nog in het Russisch verscheen. Uitgeverij Olms had plannen om het te vertalen, maar heeft dit helaas onlangs op de lange baan geschoven. Misschien dat Bronsteins overlijden ze op andere idee?ɬ´n brengt?¢‚Ǩ¬¶

IM Gerard Welling speelde meerdere malen tegen Bronstein. Hij vertelt over zijn post-mortem na de partij in Bussum 1991: ?¢‚Ǩ?ìNa afloop van de partij was mijn tegenstander oprecht verbaasd. Of ik echt niet had gezien dat ik de dame kwijtraakte... Omdat de partij niet zo lang duurde wilde hij graag analyseren. Analyse was het niet echt, Bronstein toonde de ene na de andere partij, was verheugd dat ik zijn partij tegen Kaplan kende, zette opgaven op, en legde uit hoe je als Capablanca kunt spelen (?¢‚ǨÀúKennis die meer waard is dan alle Informators!'). Uiteindelijk legde hij uit dat tactisch inzicht het kenmerk is van werkelijk talent. 'Botwinnik dacht daar anders over maar die begreep het niet...'"

Wat Bronstein tegen Welling zei over Capablanca, schreef hij later op in zijn boek Bronstein on the King's Indian:

"Capablanca probeert altijd een loper te ruilen, zodat hij geen probleem heeft hoe hij de pionnenstructuur moet opbouwen. Indien mogelijk ruilt hij ?ɬ©?ɬ©n toren, zodat hij ook geen probleem heeft welke toren hij op de open lijn moet plaatsen. En ten slotte hoeft hij alleen nog maar een paard te ruilen zodat hij weet welk zwak veld hij met het overgebleven paard moet bestrijken."

Welling voegt hier fijntjes aan toe: ?¢‚Ǩ?ìHelaas zei hij er niet bij dat je ook erg goed moet kunnen schaken om te weten welk stuk je moet ruilen en op welk moment?¢‚Ǩ¬¶?¢‚Ǩ?

In 1996 speelde Welling tegen Bronstein voor de Belgische interclubs, en bracht 1.b3 e5 2.Lb2 op het bord. "Hier dacht Bronstein meer dan een half uur na en speelde 2..Pc6. Toen ik hem na de partij vroeg naar het waarom kreeg ik als antwoord: ?¢‚ǨÀúIk weet dat het een riskante zet is maar ik wilde graag een interessante partij. Met de zet 2..d6 kan zwart natuurlijk remise maken.' "

Welling vervolgt: "Hij was na die partij opmerkelijk minder spraakzaam dan de eerste keer. Naar eigen zeggen was hij kort tevoren in zijn geboorteplaats geweest, en had daar met een plaatselijke boer gesproken. Deze vroeg hem op de man af waar schaken eigenlijk toe diende, en wat David nu eigenlijk voor nuttigs had gedaan in zijn leven. David Bronstein bleef daar over piekeren. Ook toen ik hem zei dat er toch veel mensen plezier hebben beleefd aan zijn partijen, en hij vele vriendschappen heeft opgedaan die hij waarschijnlijk niet had gehad als hij al boer in zijn geboortedorp was gebleven. Het hielp niet echt...?¢‚Ǩ?

Bronstein zelf relativeerde op latere leeftijd dus zowel zijn prachtige boeken als zijn prachtige spel. Met alle respect die we maar kunnen opbrengen: wij schakers 'weten wel beter' en zullen hem nooit vergeten. 5 december 2006 is de dag waarop het schaakspel een van zijn mooiste stukken verloor.

>> een selectie van Bronsteins partijen

>> Mark Crowthers mooie necrologie

>> een interview met Bronstein toen hij Apeldoorn bezocht op 7 en 8 oktober 1995

Met dank aan Andr?ɬ© Schulz, Oak en Gerard Welling.[/lang_nl][lang_en]Bronstein was born on Feburary 19th, 1924 in Bila Tserkva, Ukraine. Trainer Alexander Konstantinopolsky was the first to discover little David's talent and never did a player rise so quickly to the world elite as Bronstein did. After first spots at the Ukraine Ch (1939) and the Moscow Ch (1946), he won the USSR Ch in 1948 (with Kotov) and 1949 (with Smyslov). His first international tournament victory was at the Saltsj?ɬ?baden Interzonal in 1948 and with that he qualified for the first ever Candidates Tournament, Budapest 1950, where he beat Boleslavsky in a play-off. Then suddenly he was allowed to try it against world champion Botvinnik!

Bronstein-Botwinnik
That match was held in 1951 in Moscow and ended 12-12, so Bronstein belongs to the list of Great Players Who Never Became World Champion, like Kortchnoi, Keres and Larsen. But Bronstein reached the highest, since he was leading 11,5-10,5 two games before the end! The story goes that after the 24th match game Bronstein and Botvinnik became enemies and never spoke to each other again.

A nice Bronstein quote from Kasparov's My Great Predecessors II is this one, right before the decisive 24th game (that ended in a draw quickly, after which Botvinnik kept his title):

"I spent the entire day before the decisive game in the forest, breathing fresh air and polishing some sharp variation of the French Defence on my pocket set. Therefore I should have played 1.e4! However, I had certain doubts: suppose Black should play 1....e5 or 1...c5 instead? Nevertheless in the given instance 1.d4 was a mistake: I should not have followed the path of Botvinnik. It would have been more sensible to trust in my own imagination, intuition and will-to win."

Co-editor Oak paraphrases Kasparov on Bronstein: "Around the fifties the two B's (Boleslavsky and Bronstein) played the most interesting chess. Especially the King's Indian in the hands of Bronstein called for admiration. He was one of the first to truely use this opening as a weapon, which he describes in his book Bronstein on the King's Indian from 1991."

Z?ɬºrich 1953
Bronstein is a player you can only admire, because of his enduring quest for esthetics. His 'preface' (which is named ?¢‚ǨÀúInstead of a preface') to the book Zurich International Chess Tournament 1953 is telling:

?¢‚Ǩ?ìIn working on this book, I started from the premise that every full-bodied game of chess is an artistic endeavor, arising out of a struggle between two masters of equal rank. The kernel of a game of chess is the creative clash of plans, the battle of chess ideas, which takes on its highest form in the middle game. (?¢‚Ǩ¬¶) The author has tried to avoid weighing down his book with variations. Variations can be interesting, if they show the beauty of chess; they become useless when they exceed the limits of what a man can calculate; and they are real evil when they are substituted for the study and clarification of positions in which the outcome is decided by intuition, fantasy and talent."

Bronstein substantiates these words throughout the book and this is why it became a classic; it's full of comprehensible paragraphs in which the ideas behind the moves are described. The funny thing by the way is that Bronstein wasn't that positive about the book in later years. He disagreed with the general opionion about the book being a classic: ?¢‚Ǩ?ìChess makes progress and Zurich 1953 is old-fasioned and out of date!?¢‚Ǩ? he said in the early nineties.

Whatever the writer claimed, the tournament book is extremely instructive, just like The Sorcerer's Apprentice from 1995, which he wrote together with Tom F?ɬºrstenberg. But also Bronstein's works The Modern Chess Self Tutor and 200 Open Games became best-sellers.

Chess against computers
In the eighties and nineties Bronstein played a lot in Belgium and The Netherlands. Thanks to his friend Tom F?ɬºrstenberg Bronstein played in the Belgian league and alson in tournaments in Hoogeveen and The Hague at the AEGON-Man-against-Computer tournaments. Bronstein was one of the few top players of his time who had always liked to play against computers. (He was early with experimenting, by the way, since a few of the games in his 200 Open Games were already against weak computers!)

At the time ?¢‚ǨÀúanti computer chess' (avoiding theory, keeping the position closed) was often enough to beat them, but Bronstein insisted in a hyper-romantic approach. He was of the opinion that computers should be beaten tactically and agressively, and he did not hesitate using openings like the Evans Gambit. And so he beat many of these computer programs with a nice kingside attack. Many analysis of these computer games can be found the book David en Goliath, which until today was only published in the Russian language. Publisher Olms was planning to translate it, but unfortunately they recently decided to put this plan into the fridge. Perhaps Bronstein's passing away will bring them to a more sane state of mind.

IM Gerard Welling played several games against Bronstein. He tells about a post-mortem after a game in Bussum in 1991: ?¢‚Ǩ?ìAfter the game my opponent was truely surprised. Had I really missed that I was losing my queen? Because it wasn't a long game, he wanted to analyse with me. Actually it wasn't really analysis; Bronstein showed me one game after another, and was delighted that I knew his game against Kaplan. He put on little puzzles and explained how one can play like Capablanca (?¢‚ǨÀúKnowledge which is more important than all volumes of Chess Informant!'). At the end he explained to me that tactical vision is the true sign of natural talent. 'Botwinnik disagreed but he did not understand it...'"

What Bronstein said to Welling about Capablanca, he later wrote in his book Bronstein on the King's Indian:

"Do you know my theory of how Capablanca played ? He always tried to exchange one bishop, so that he should have no problems about how to arrange his pawn chain. Then he exchanged one rook, if possible - then he had no problems about which rook to place on the only open file. And it only remained to exchange one knight, so that the remaining knight knew which weak square to control in the centre."

Welling ads to this: ?¢‚Ǩ?ìUnfortunatelt he doesn't say that you need to be quite a strong chess player to be able to decide which piece should be exchanged at which moment?¢‚Ǩ¬¶?¢‚Ǩ?

In 1996 Welling played against Bronstein in the Belgian League and put 1.b3 e5 2.Bb2 on the board. "Here Bronstein thought for more than half an hour and then played 2...Nc6. After the game I asked him why, and he gave me the answer: ?¢‚ǨÀúI know that it's a risky move but I desired an interesting game. Of course Black can draw with 2...d6.' "

Welling continues: "He was far less talkative than the first time. He told me he had been to his birth town not long before, and he had spoken to a local farmer. This man asked him straight away what purpose chess has, and what useful thing David had done during his life. David Bronstein kept on pondering about that. Even when I said to him a lot of people had enjoyed his chess games, and he had a lot of friendships he'd never had if he would have stayed in his birth town. It did not really help...?¢‚Ǩ?

So at a later age, Bronstein himself toned down both his great books and his great play. With all the respect we can bring, we chess players 'know better' and will never forget him. 5 December 2006 is the day the game of chess lost one of its most beautiful pieces.

>> replay a selection of Bronstein's games

>> Mark Crowther's wonderful obituary

>> An interview with Bronstein while he visited Apeldoorn on October 7th and 8th, 1995

Thanks to Andr?ɬ© Schulz, Oak and Gerard Welling.[/lang_en]

Peter Doggers's picture
Author: Peter Doggers

Founder and editor-in-chief of ChessVibes.com, Peter is responsible for most of the chess news and tournament reports. Often visiting top events, he also provides photos and videos for the site. He's a 1.e4 player himself, likes Thai food and the Stones.

Chess.com

Comments

Martien's picture

Ik heb zelf ook een kort stuk geschreven, over Bronstein op mijn site. Ik wil je ook wijzen op Mark Crowther op Chesscenter (hoe maak ik hier een URL?). Jouw stuk is erg lezenswaardig!
Ik heb het met veel interesse gelezen!

doggy's picture

Dank je; heb de link naar Crowther erbij gezet. Een (aanklikbare) url vormt zich volgens mij automatisch als je maar met www begint. De reactie komt dan alleen niet meteen online te staan; ik moet hem eerst modereren (aangeven dat het geen spam is).

rapanui's picture

Een prachtig artikel, doggy, wat uitstekend recht doet aan de twee gezichten van Bronstein. Fascinerend aan Bronstein is immers vooral de interne worsteling tussen enerzijds zijn vervoering en (bijna karikaturale) zucht naar schoonheid, en aan de andere kant de nuchterheid en de grote onzekerheid die uit veel van zijn uitspraken en aantekeningen naar voren komt.
Ik denk dat zijn bewonderaars over het algemeen iets teveel nadruk willen leggen op de eerste eigenschap (hetgeen zeer begrijpelijk is), terwijl ik vermoed dat de twee eigenschap uiteindelijk veel tekenender is geweest voor zijn carriere - en misschien ook wel 'leerzamer' voor kneuzen zoals wij, althans voor degenen die psychologie in het schaken belangrijk vinden. Juist die o zo herkenbare onzekerheid heeft hem in '51 de titel gekost, meer nog dan die 'goddelijke' drang naar esthetiek waar men zo hoog van opgeeft.
Hopelijk komt er nu eindelijk een uitgebalanceerde biografie van een van de belangrijkste schakers van de twintigste eeuw!

Onno's picture

Mooi stuk

Latest articles