Reports | September 06, 2006 5:50

Andersson’s Rubinstein

Akiba Rubinstein

Een belangrijke stap in mijn ontwikkeling als schaker was toen ik mij realiseerde dat er geen 'saaie openingen' bestaan. Zwakke schakers hebben vaak de onbedwingbare neiging bepaalde openingen of varianten 'slaapverwekkend' te noemen. Vaak zijn dit damepionspelen met snel e3 en/of Lf4, of R?ɬ©ti-achtige opstellingen. De toon waarop dit verkondigd wordt, is dikwijls zelfs enigszins verbitterd, ja: vijandig.

Akiba Rubinstein

An important step in my development as a chess player was when I realised that there was no such thing as a 'boring opening'. Weak players seem to have the urge to call certain openings or variations 'tedious'. These are often Queen's Pawn lines with a quick e3 and/or Bf4, or R?ɬ©ti-like setups. Often these words are uttered with a certain bitterness, or even hostility.

Vaak heeft een speler die kritiek heeft op 'saaie' openingen, gewoon kansloos verloren. "Ik kon me niet motiveren," is dan vaak het excuus, of: "Wie wil zich nu verdiepen in dit soort stellingen?"

Toch is dit allemaal flauwekul. Saaie stellingen zijn vaak technisch. Juist stellingen die balanceren op de rand van vervlakking en aanzienlijk positioneel voordeel, zijn moeilijk te taxeren. Maar dat is iets heel anders dan saai.

In het vorige week ge?ɬ´indigde NH Hotels toernooi in Amsterdam, waarin de Jeugd het tegen de Oude Garde mocht opnemen, presteerde de Zweedse grootmeester Ulf Andersson iets bijzonders: hij kreeg in alle vijf zijn zwartpartijen de Rubinstein-variant van het Frans op het bord, die onstaat na 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 dxe4 4.Pxe4 Pd7

Als er ?ɬ©?ɬ©n variant van het Frans als 'saai' te boek staat, is het wel deze. Toch heeft de variant fascinerende kenmerken. Vaak rocheert zwart 'tegen de storm in': hij laat zelfs vaak Lg5xf6 toe, waarna hij met de g-pion terugneemt op f6.

Een verzwakte koningsstelling is het gevolg, maar zwart heeft er wel een extra centrumpion voor teruggekregen. De stellingen die ontstaan zijn vaak allesbehalve saai, zoals ook bleek in Anderssons partijen.

De Rubinstein kwam er al met al niet slecht vanaf. Als liefhebber van deze variant vond ik het interessant om te zien in hoeverre de witspelers de aanbevelingen van Alexander Khalifman zouden opvolgen. In deel 6 van zijn uitstekende reeks 'Opening for White according to Anand' gaat hij uitgebreid in op deze variant.

Stellwagen en Carlsen volgen Khalifmans advies, wat luidt dat wit een loper op de diagonaal h1-a8 moet zien te krijgen.

Karjakin kiest zijn eigen weg, maar bereikt niet veel, al ziet zwarts c-pion er misschien wat raar uit. Tegen Jan Smeets en Wang Hao blijkt dat Andersson geen zin had om de allerlaatste theoretische ontwikkelingen te volgen: hij koos na 5.Pf3 Pgf6 6.Lg5 voor het als dubieus te boek staande 6...Le7?! (beter is 6...h6!), en kreeg het in beide partijen knap lastig, vooral tegen Smeets - hoewel er een knap staaltje eindspeltechniek van de witspeler voor nodig was om het plusje te verzilveren.

Als zo'n 'duffe' variant als de Rubinstein het tegen de goed voorbereide Jeugd van Tegenwoordig zo behoorlijk stand houdt, verdient dat geen afkeuring, en geen veroordeling, maar respect. Spelers die Anderssons spel tijdens dit toernooi slap vonden, zouden zelf eens moeten proberen dit soort stellingen te spelen. Het is misschien geen Najdorf of Konings-Indisch, maar minstens net zo leerzaam!

>> speel hier de vijf Rubinstein-partijen van Andersson na

Often, the player critisizing the 'boring' openings, just lost without a chance. "I couldn't find any motivation," is a well-known excuse, or: "Who in the world would want to understand these kind of positions anyway?"

Still, this is all nonsense. Boring positions tend to be technical. It is exactly these technical positions balancing between equality and a substantial positional advantage, that are so hard to evaluate. But this is something completely different than boring.

In the NH Hotels tournament held in Amsterdam, in which Youth had the opportunity to face the Experienced, Swedish Grandmaster Ulf Andersson achieved something special: in all five games with Black, he played the Rubinstein French, which arises after the moves 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Nc3 dxe4 4.Nxe4 Nd7.

If there's one variation in the French that is known as 'boring', it is this line. And yet, this variation has quite some fascinating characteristics. Black often castles 'into the storm': he even allows Bg5xf6, after which he has to take with his g-pawn on f6. The result is a weakened kingside, but in return he has an extra pawn in the centre. The arising positions are anything but boring, as was also the case in Andersson's games.

In the end, the Rubinstein variation didn't do badly. Since I like this variation, I was curious to see whether the players with White would follow Alexander Khalifman's recommendations. In part 6 of his excellent series 'Opening for White according to Anand', he analyses this variation in great detail. Stellwagen and Carlsen do follow Khal?ɬ?fman's advice, which is that White should try to get his bishop on the h1-a8 diagonal

Karjakin prefers his own method, but doesn't achieve much, even though Black's c6-pawn looks a bit funny. Against Jan Smeets and Wang Hao, Andersson appears to avoid the latest theoretical developments: after 5.Nf3 Ngf6 6.Bg5 he chose the dubious 6...Be7?! (better is 6...h6!), and had a pretty tough time in both games, especially against Smeets - although it took a great piece of endgame technique to bring the slight advantage home.

When a 'dull' variation such as the Rubinstein defence holds so well against the Young and Brave, this doesn't deserve condemnation, but respect. Chess players who considered Andersson's play 'boring', should try to play these positions themselves. It may not be a Najdorf or a King's Indian, but it's at least as educational!

>> replay all Rubinsteins by Andersson here

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

Frans's picture

Herkenbaar pleidooi. Was vroeger ook bang voor dingen als 1.Pf3 en 2.g3. Wat moet je daar nou mee?? Tot dat ik het als een uitdaging begon te zien met zwart ook tegen dit soort opstellingen goed spel te krijgen. Ook een kwestie van geduld. Bij de "saaie" openingen, zoals jij dat noemt, komt de het kritieke moment vaak later. Moet je mee om kunnen gaan. Maar 1e vereiste is wel dat je weet hoe je je plausibel moet opstellen tegen dit zgn.
"afbraakschaak". Je loopt nl. wel het risico dat je in de achtertuin van je tegenstander belandt.

Bert de Bruut's picture

Zolang er 1?Ǭ? uit 5 mee gescoord wordt gun ik het iedereen zijn saaie systeempje te spelen.

rapanui's picture

Scorebordjournalistiek, Bert ;-) Heb je wel dan tenminste dat eindspel van Smeets nagespeeld?

Bert de Bruut's picture

Jawel, een fraaie winnende eindspelkoning.

Erwin Oosterbeek's picture

Met welk programma maken jullie die diagrammen? Ikzelf loop al een tijdje met chesspad te kloten maar daar krijg je niet zulke strakke diagrammen uit helaas. Met Fritz zou volgens mij wel het ?ɬ©?ɬ©n en ander moeten kunnen maar via de help functie loop ik ook dood.

doggy's picture

(Erwin zie mail)

Your comment

By posting a comment you are agreeing to abide our Terms & Conditions