Reports | May 10, 2006 17:28

De lessen van Rowson (2)

Onlangs won ik op de interne van Euwe Amsterdam een aardige partij van niemand minder dan doggy. Ik vond dat ik eindelijk weer eens goed gespeeld had: vanaf de opening had ik druk gezet, en al mijn plannen leken perfect uit de verf te komen. Na?Ǭ†achttien zetten was het allemaal voorbij.

Reden dus voor een optimistische analyse in het online magazine Euwe Online.?Ǭ†Ik schreef onder meer: "Ik ben tevreden over de consequente wijze waarop ik mijn plan vanaf zet?Ǭ†vijf heb doorgevoerd en uiteindelijk op precies de geplande manier weet te winnen. Ook toont het goed waarom dit soort zwarte opstellingen op hoog niveau bijna nooit gespeeld wordt: als wit het op zijn heupen heeft, zijn een paar onnauwkeurigheidjes van zwart al voldoende voor een vrijwel hopeloze stelling."

Natuurlijk ondersteunden mijn analyses en opmerkingen bij de partij mijn theorie dat ik Peter vanuit de opening op leerzame wijze verspeeld had. Moll geeft schaakles... Een paar dagen later kreeg ik een mailtje van clubgenoot Rob Witt (iemand die altijd alle analyses serieus bestudeert), waarin hij vragen stelde bij een aantal van mijn beoordelingen in de opening. Mijn eerste reactie was puur gevoelsmatig dat ik er niets van geloofde. En na enig analyseren lukte het me om Robs kanttekeningen te nuanceren en aan te tonen dat ik in alle varianten voordeel hield. Maar Rob hield aan en schreef terug dat hij niet overtuigd was. Dit dwong mij opnieuw, en ditmaal grondiger, naar de stelling te kijken. En hoewel ik het eigenlijk niet wilde toegeven, had hij een punt. Weliswaar vond ik dat wit toch 'ergens' voordeel moest kunnen houden, maar geloofde ik het zelf nog wel?

E?ɬ©n van de meest confronterende en leerzame hoofdstukken uit Jonathan Rowsons op deze plek al vele malen geprezen boek Chess for Zebras (2005) heeft als titel 'Storytelling'. Rowson schrijft: "(...) The problem is that we are not fully in control of the chess narrative. First of all there is an opponent who is also trying to imposive his narrative on the game, and then the position will have its own 'story' to tell too! (...) Finally, there is 'fabulation', which involves grabbing a few facts and then spinning a narrative web around them, often with the aim of trying to prove something to yourself. This usually means that the facts are distorted by the supporting narrative." Maar laten we eerst eens naar de partij zelf kijken.

Moll-Doggers
Euwe intern, april 2006

1.e4 d6 2.d4 g6 3.Pc3 Lg7 4.Lc4 e6

Dit vond ik tijdens de partij al een rare, inflexibele zet. Waarom meteen de mogelijkheid e7-e5 uitschakelen? Ik had onmiddellijk het gevoel dat ik hier direct van moest 'profiteren', en mijn volgende zet bewijst dat:

5.h4!?

In mijn oorspronkelijke analyse voor Euwe Online gaf ik deze zet een?Ǭ†uitroepteken hoewel het bescheidener 5.Pf3 vaker gespeeld is, onder anderen door niemand minder dan Nisipeanu. Mijn idee was om na 5...h5 op de zwarte velden te spelen en anders met h4-h5 en evt. h5-h6 zwart verder onder druk te zetten.

5...h6

De andere 'standaard'-reactie, maar hierna kon ik een ander plan uitvoeren:

6.h5 g5 7.Pge2

Alles volgens plan.?Ǭ†Het houdt wit f2-f4 in de stelling, maar vooral was het mijn bedoeling om d4-d5 te spelen, waarna zwart eigenlijk wel een keer e6-e5 moet spelen (anders houdt hij e6 niet, dacht ik), waarop Pe2-g3-f5 volgt, met invasie over de witte velden.

7...a6 8.Pg3 b5 9.Le2

Ook dit past prima in het narrative van de witte opstelling. Immers, met Le2-g4 kan wit de druk tegen e6 opvoeren zodra hij d4-d5 gespeeld heeft, en na zwarts 'gedwongen' e6-e5 ruilt wit witveldige lopers en is veld f5 helemaal 'dood'.

9...Lb7

Leek me te traag, maar dat valt te bezien.

10.d5!?

Het 'masterplan' om een verzwakking uit te lokken. Peter speelde nu 10...Pf6? en na 11.0-0 b4 12.Pa4 exd5 (beter 12...0-0 13.f4) 13.Pf5 0-0 14.exd5 Dd7 (14...Lxd5 15.f4 met sterk iniatief voor wit) 15.Pxg7 Kxg7 16.b3! Df5 17.Lb2 Pd7? (17...Dxd5 was beter, maar na 18.Dxd5 Pxd5 19.f4! g4 20.Lxg4 heeft wit een gewonnen stelling) 18.Lg4! (de sleutelzet) gaf zwart het op.

Een mooie, thematische partij, nietwaar? Wits manoeuvres en plannen komen optimaal uit de verf, zwart leek een passieve toeschouwer, en laten we wel wezen: wat wil je als zwart ook met zo'n opening...?

Enter Rob Witt en Rowson. Ik had in mijn analyse al aangegeven dat ik in de diagramstelling 10...Pe7! verwacht had in plaats van het gespeelde 10...Pf6. Aanvankelijk concludeerde ik dat wit voordeel hield na bijv. 11.dxe6 fxe6 12.Lg4 Dd7 13.0-0 met duidelijk voordeel. Witt was het daar niet mee eens. Hij schreef: "Ik heb zo mijn twijfels. Zwart antwoordt 13....0-0 en wat ga je nou concreet doen. Je noemt de idee?ɬ´n Pce2, c3, Pd4 of f4. Maar zwart heeft ook idee?ɬ´n: Pb8-c6-e5; Tf6, Taf8. Ik zou toch wel een concrete variant willen zien die jouw oordeel, voordeel voor wit, ondersteunt. Mij is het niet gelukt na een kwartiertje analyseren."

Twijfels? Wat nou twijfels? Ik begon wat ongeduldig te worden. Het was toch evident dat zwart krom gespeeld heeft en dat wit daar fraai van geprofiteerd had? Na enig oppervlakkig analyseren zag ik dat wit na het door Rob genoemde 13...0-0 beschikt over 14.Lh3!

...met de bedoeling Le3 en f4, eventueel voorafgegaan door Dg4. Op 14...b4 (wat anders?) doet wit 15.Pce2 met de bedoeling f4. Wederom een logisch vervolg. Einde discussie, leek me.

Helaas had ik nog steeds niet in de gaten dat ik hier al bezig was met wat Rowson fabulation noemt. Want als ik de stelling even serieus met de computer erbij had bekeken, had ik gezien dat zwart niet 14...b4 speelt, maar 14...Pbc6! met de bedoeling 15.Dg4 Pd4, iets waar Rob me in een later mailtje ook op wees. 'Pech' voor wit is daarbij dat 16.Pce2 Pxe2! 17.Pxe2 Dc6! 18.Dxe6+ faalt op 18...Tf7! met de dubbele dreiging Lc8 en Dxe4.

Ik schreef terug dat het weliswaar lastiger was dan ik had gedacht, maar dat het in een 'praktische partij' natuurlijk een onspeelbare stelling was voor zwart. Hoewel ik mijn oordeel dus niet met concrete varianten kon ondersteunen. Rowson schrijft: "I think a good chess narrative is one where your assessments and your variations make sense of each other." Dat was dus duidelijk niet het geval.

Zou mijn 'verhaal' van een mooi, thematisch uitgevoerde openingsweerlegging dan gewoon niet kloppen? Was het 'consequente' d4-d5 dan toch niet overtuigend en was alles pas weer 'in orde' voor wit na het onnauwkeurige 10...Pf6?

Vermoedelijk wel. Maar dat is een andere discussie. Want of wits opzet nu wel of niet de 'weerlegging' van zwarts spel was: ik werd er door de mailwisseling met Rob Witt weer eens pijnlijk op gewezen hoe gevaarlijk (en verleidelijk!) het is een 'verhaal' van je partij te maken waarin jij de held bent en de tegenstander de aangever. In werkelijkheid zijn de zaken altijd minder duidelijk. Of, zoals Rowson zegt: "(...) A good story is always somewhat uncertain. The story should be open to variant readings, with some space left for the reader to imagine things differently."

Grappig genoeg heb ik vaak gezien dat zelfs topgrootmeesters zich schuldig maken aan fabulation. Beljavski's analyses zijn berucht subjectief, en ook Karpov kon er wat van. Ook in Schaaknieuws en op websites waar mensen eigen of andermans partijen analyseren, zie je het maar al te vaak. Maar een schaakanalyse is geen fictie en al helemaal geen ego-boost. Wie twijfelt, heeft uiteindelijk bijna altijd gelijk.

>> zie ook 'De lessen van Rowson'

>> speel?Ǭ†Moll-Doggers na?Ǭ†

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Latest articles