Reports | June 23, 2008 3:40

[lang_nl]Matten met Bobby Fischer[/lang_nl][lang_en]Two attacking manuals[/lang_en]

[lang_nl]Na een aankondiging, een recensie en een nummer dat we oversloegen keren we weer terug naar de 'Hard Gras over schaken': het Nederlandstalige periodiek Matten. Recentelijk kwam het vierde deel uit.[/lang_nl][lang_en]This month, two new attacking manuals were published by Gambit: The Art of Attacking in Chess by Zenon Franco and How to Crush Your Chess Opponents by Simon Williams. Let's have a look.[/lang_en]

[lang_nl]De makers van Matten hebben de (semi-)literaire pretenties nooit onder stoelen of banken gestoken en vanaf het eerste begin richtten ze zich bovendien op een breder publiek dan schakers alleen. Volgens diezelfde makers (Dirk Jan ten Geuzendam, hoofdredacteur van NIC Magazine, Allard Hoogland, directeur van New in Chess en Rob van Vuure, bladenmaker en creatief directeur van Sanoma Uitgevers) gaat het goed met hun trots. Ze schrijven in de inleiding:

Het aantal abonnees blijft weldadig stijgen. Wij denken dat ze gelijk hebben.

Dat is goed nieuws, want Matten is ondanks de nog altijd wisselende kwaliteit van de verschillende stukken absoluut een verrijking van het aanbod Nederlandstalige schaakuitgaves. De tijden van Schaakbulletin, de interviews van Max Pam en de verhalende publicaties van Krabb?ɬ©, Ree en Timman liggen ver achter ons en er is dringend behoefte aan nieuw, verwant materiaal.

Begin deze maand kwam dus het vierde nummer uit. Net als in NIC Magazine 2008/2 en het onlangs verschenen NIC Yearbook 87 besteden de makers in dit vierde nummer uitgebreid aandacht aan Bobby Fischer. Een begrijpelijke zet, want we hebben het niet over zomaar een schaker natuurlijk. Toch zal bij veel lezers inmiddels een soort 'Bobby-moeheid' zijn opgetreden, en dus hangt het succes af van hoe het geschreven is, en wat het nog toevoegt.

Het verslag van Bessel Koks geheime ontmoeting met Bobby Fischer, eind april 1990 in Brussel, is meteen een goede binnenkomer. Wat blijkt? Fischer nam op eigen initiatief contact op met Kok, destijds aan het hoofd van de Grandmasters Association (GMA), en verzocht om een ontmoetting in Brussel.

Hij vroeg om een 'first class travel, 25.000 dollar in cash bij aankomst en een suite in een luxe hotel.

Kijk, zo lagen de verhoudingen als het om de Grote Amerikaan ging. Hij wist dat hij het kon maken, en inderdaad stemde Kok toe. Hij regelde een vlucht en boekte een kamer onder de naam B. Visser. Op 26 april 1990 stond de miljonair en zakenman onzeker als een kind te wachten op vliegveld Zaventem.

Zal ik hem eigenlijk wel herkennen? Ik zal hem toch niet missen? Dan voel ik een hand op mijn schouder en draai me om. 'Mr Kok?' Een luide zware stem uit een boom van een verschijning. Enigszins verwilderde ogen en een stoppelbaard.

Altijd weer die baard! Bij elke beschrijving van een openbare verschijning van Bobby Fischer valt op dat de goede man een baard had. Nu ja, als je iemand alleen kent van minstens twintig jaar oude foto's dan valt dat op natuurlijk.

De reden van Fischers bezoek aan Brussel wordt een dag later duidelijk: hij wil, als wereldkampioen, een match spelen met Spassky, voor een prijzengeld van 2,5 miljoen dollar. Het verhaal van Kok beschrijft verder in dagboekstijl hoe Fischer samen met Kok, Boris en Marina Spassky en Jan Timman enkele dagen in Brussel doorbrengt. En vervolgens hoe deze matchplannen uiteindelijk weer zijn afgeketst.

Koks verhaal over 'vier dagen met Bobby Fischer' bevat enkele anekdotes die nog nooit eerder verteld zijn en is alleen daarom al zeer de moeite waard. Ook maakt het duidelijk hoe Fischer er begin jaren negentig voor stond: hij zocht, waarschijnlijk in geldnood, op eigen houtje naar geldschieters om een match met Spassky van de grond te krijgen.

Op dit stuk volgt een ander artikel vol geheime ontmoetingen met Fischer: die van Anatoli Karpov. Dirk Jan ten Geuzendam had tijdens het Corus-toernooi in januari dit jaar, vlak nadat Fischer overleed op 17 januari, een uitvoerig gesprek met Karpov over de 'match die er nooit kwam'.

Ondanks de beginzin ('Het was 8 maart van dit jaar en de lobby van Hotel Anibal lag er stil en leeg bij als op een ansichtkaart') raakte ik toch snel enthousiast over dit stuk. Want ook hier is er absoluut sprake van 'toegevoegde waarde' als het gaat om wat we al van Fischer weten.

Zoals: hoe Karpov de opkomst van Fischer in de jaren vijftig, zestig en zeventig beleefd heeft. Hoe hij terugkijkt op de 'tweekamp van de eeuw', in 1972.

Ik denk dat Fischer niet veel sterker was dan Spassky, maar hij speelde goed. Ik vond het indrukwekkend hoe hij een van de afgebroken partijen had geanalyseerd, die partij waarin hij de Aljechin-verdediging speelde. Hoe hij de mogelijkheden had gevonden om op winst te spelen.

Hoe zijn vier(!) geheime ontmoetingen met Fischer verliepen. En hoe die droommatch, ondanks die vele onderhandelingen, uiteindelijk toch op het nippertje niet doorging. Ten Geuzendam slaagt erin om je opnieuw dat onbehaagelijke gevoel te laten beleven van 'Hoe is het in godsnaam mogelijk. Wat ontzettend jammer toch.'

Voor wie echt alles van Fischer wil weten volgt een stuk van Jan Gerritsen over de laatste levensjaren van de Amerikaan: de arrestatie in Japan, de politieke achtergronden achter de opmerkelijke actie van de IJslanders om hem als een verloren zoon binnen te halen en de bemoeienissen van verre familieleden met Fischers erfenis. Dit ging mij wel heel erg diep en kon me niet blijven boeien: een combinatie van te veel bekende informatie en te weinig interessante nieuwe informatie.

Dit had ook te maken met het feit dat er een zeker overlap is met het mooie artikel van Dirk Jan ten Geuzendam in NIC Magazine 2008/2, "A lone king wandered off". Hierin laat hij veel IJslanders aan het woord die Fischer gekend hebben en zij vertellen prachtige verhalen. (Sowieso is dat nummer van NIC Magazine een aanrader, alleen al vanwege Jonathan Rowsons stuk "My 60 Memorable Fischer-Related Moments".)

Dan volgt een kort stukje van Alexander M?ɬºnninghoff over het begrip 'profielpsychose' maar dit kun je net zo goed overslaan. De auteur doelt op het verschijnsel dat men veel moeite doet om op een bepaalde manier over te komen op anderen, en wil doen voorkomen dat schakers hier geen last van zouden moeten hebben 'omdat ze voornamelijk communiceren met houten poppetjes'. Tsja.

Maar dan verschijnt opeens op pagina 39 wat voor mij het absolute hoogtepunt is van Matten 4: 'The Great Risto', geschreven door Peter Boel. Boel, die ook werkzaam is bij New in Chess, heeft naam gemaakt als uitstekend schrijver van dagverslagen bij onder meer het Nederlands Kampioenschap (waar hij dit jaar helaas is wegbezuinigd). In Matten toont hij opnieuw aan over een groot schrijftalent te beschikken.

In zijn bijdrage beschrijft Boel een schaakreis die hij in 1984 met twee vrienden maakte naar Bialystok in het oosten van Polen. Zijn connectie met Fischer doet er eigenlijk weinig toe (in het toernooi waar ze aan meededen was de enige titelhouder Risto Nicevski, en die had ooit tegen de van de aardbodem verdwenen ex-wereldkampioen geschaakt) maar dat maakt het stuk er niet minder op, integendeel.

Het sterke begin bevat beschrijvingen als deze:

Bialystok is een middelgrote stad met geel-grijs gepleisterde, half-vervallen negentiende-eeuwse panden, enkele grote orthodoxe kerken, slecht geplaveide wegen en stukken niemandsland als stoplappen lukraak door het stratenpatroon geweven. (...) In die decembermaand lag Bialystok bedekt onder een laagje groezelige sneeuw. In het grote warenhuis in het centrum van de stad stonden duizenden vazen in talloze tinten grijs te wachten op kopers die nooit kwamen.

Wie zich nog steeds afvraagt waarom hij moet lezen over drie schakers die in de jaren tachtig aan een toernooi in het Oostblok meedoen, geef ik nog een alinea:

Als blozende Hollandse gezelligheidsdrinkers werden we hier geconfronteerd met het apocalyptische drinken achter het IJzeren Gordijn. Je gaat zitten, richt je blik op de gecraqueleerde muur tegenover je, zet je aan het glas en staat niet op voordat je kleplazarus bent. Het alles-ontwrichtende drinken van grammetje na grammetje wodka, zoals Venedikt Jerofejev het zo hilarisch beschrijft in zijn roman Moskou op sterk water. Het drinken als heilige plicht, als Noodlot. De lemmingen springen van de klippen.

Als dit niet genoeg zegt dan weet ik het niet meer. Koop Matten, vanwege Boels stuk, maar ook vanwege opnieuw een leuke rubriek De Foto (met Theo Olof die van Euwe wint in een simultaan, en Mulisch die ernaast zit en ook meedoet!), een geweldige beschrijving van het Rusland van nu, inclusief een interview met Kasparov, door Olaf Koens (die in Moskou woont en meeschreef aan het zowel op Sargasso als ChessVibes verschenen "De grootmeester aan zet"), een als altijd degelijk stuk van Jan Timman over Botwinnik een een aardig (hoewel wat lang) portret van schaakgrootheid Tabe Bas.

Dat er opnieuw een nietszeggende recensie van Guus Luijters in staat over een waarschijnlijk minstens zo nietszeggende 'schaakroman', of een wat tegenvallend interview van Karel van der Weide met Erwin l'Ami (waarom houd je je zo in, Karel?) nemen we op de koop toe.


Let op: de Engelse versie van dit artikel gaat over twee nieuwe boeken van Gambit met als onderwerp aanvallen.[/lang_nl][lang_en]All chess players like to attack. But why? We could try to explain our aggressive intentions at the chess board by borrowing external theories, like from the field of biology. An evolutionary point of view would mention a natural need for a predator to attack prey, or the competition between males of the same species over access to resources such as females, dominance or status.

But it's probably enough to stay at home, safely behind the chess board and pieces, to learn more about the common desire to go for the opponent's king. Isn't a direct, succesful king's attack the ultimate way to show supremacy over the opponent? Don't we all, like Fischer, like to crush our opponent's ego? And by the way, the basic goal in the game of chess is to mate the opponent's king, so why not just start with it right away?

Of course we've all learnt, by trial and error or because a coach has told us, that you cannot simply ?¢‚ǨÀústart an attack'. A good game of chess starts with healthy development, some control of the centre and putting the king into a safer area. In general, there should be a reason to start an attack. This can be anything. A big lead in development, a weakened king's position in the opponent's camp, a majority of pieces on the kingside, et cetera. So far nothing new.

So perhaps we already have a feeling of when to start an attack, but that's just the beginning. Many factors play a role for an attack to be succesful, such as move-order, timing, persistance, but also patience. Alhough we've probably seen many great attacking games more than any other chess theme, there's still a lot to learn in this field. Two new Gambit publications answer the ever-existing demand among chess fans to read about "attacking chess".

Let's check the first one: The Art of Attacking Chess. This 256 pages thick publication is Zenon Franco's fifth book for Gambit ?¢‚Ǩ‚Äú previous books include Chess Self-Improvement and Winning Chess Explained. Franco is a grandmaster from Paraguay who lives in Spain, where he was Paco Vallejo's trainer between 1995 and 1999.

So what has Franco to offer? Well, "33 inspirational and instructive masterpieces" is what the book cover mentions, but it's actually a lot more. Many of these 33 games have ?¢‚ǨÀúsupplementary games' that contain examples of the same theme as shown in the main game. For example, with Game 3 (Rivera-Ghaem Maghami, Calvia open 2006), about the "king in, the center", the supplementary game Carlsen-Kamsky, FIDE World Cup, Khanty-Mansyisk 2005 is given, by the way also with text and variations.

And besides these approximately 50 recent annotated games, Franco also offers many exercises, for the serious chess student. Something we can expect from a trainer, of course! The book is devided into six chapters (The King in the Centre, Opposite-Side Castling, Attacking the Castled King, Exploiting Temporary Advantages, Horwitz Bishops and Miscellaneaous Themes - The Power of the f5-Knight, Manoeuvring with the Major Pieces and The Pawn-Centre) and every chapter finishes with about twelve diagrams.

Franco's book is a pleasant addition to the abundance of available material that focusses on attacking chess. Firstly, because the game examples are almost all taken from recent tournament practice: no less than 26 of the annotated games were played after the year 2000. The most recent examples include Carlsen-Radjabov, Biel 2007 and Karjakin-Van Wely, Foros 2007.

Secondly, Franco gives high-level analysis with lots of verbal explanation, even about small, positional details ?¢‚Ǩ‚Äú and such are the parts I always enjoy most in chess books. An example:

This isn't the thing you'd expect in an attacking manual, now would you? No, there's actually much more to learn from The Art of Attacking Chess. It's highly recommended for, I'd say, ambitious chess players between 1900-2300 Elo. Why? Because it's a book to study, a book that takes a lot of time to digest. It's not easy, but working your way through it will surely pay off.

The second book we'll be looking at today is How to Crush Your Chess Opponents. Now I know that the title is one of a book's major selling points, but isn't this one a bit too ambitious? Can't we just try to beat them? Well, we won't quote Fischer again but let's just assume there are many more chess players with his attitude!

So what do we have here? A 28-year-old grandmaster from England who's known for his dynamic and aggressive playing style, writing his third book for Gambit, after Improve Your Attacking Chess and Play the Classical Dutch. Williams sure knows how to crush weaker opponents, as I've experienced myself a few years ago!

His book happens to be the lighter version of The Art of Attacking Chess. It's just 112 pages and contains 30 annotated games, not as deep as Franco's, and without training exercises. The author's intention is simply more modest:

I had to main aims in mind when writing this book. One aim was to show you some fascinating games that I have enjoyed. The other aim was to help you play attacking chess like the winners in this book.

The book is devided into seven chapters: Opening to Middlegame, Keeping the Initiative, Harmonizing the Army, Locating the Weak Point, Changing the Tempo, All-In! and Playing to Your Strenghts. Every chapter starts with a short introduction which contains many true, but sometimes quite self-evident pieces of advice:

Do not just memorize lines straight from a book. Ask yourself: "Why is this the correct move? What is the idea behind this move?" By doing this, you will obtain a better understanding of the position and hopefully your results will improve as well.

Or this one:

To be succesful in chess, you need to coordinate your pieces and use them together. When starting an attack, make sure your pieces are on good squares. The attack will not work if they are placed badly.

Unfortunately the author doesn't get much deeper than this, so I get the impression these intros were added at a later stage, to structurize the book a bit more. How to harmonize the pieces apparently is something the reader has to learn by just replaying the analysed games.

It must be said that this is quite fun to do, because Williams has selected some very attractive games (like Franco, mostly from the 21st century), and his notes are both entertaining and instructive. Not on the same level as Franco's, but still. Here's a good example:

How to Crush Your Chess Opponents is recommended for chess fans players between 1700-2100 Elo, who just like to look at some nice attacking games, get inspired and learn perhaps learn a few things along the way.


Please note that the Dutch version of this article contains a review of the 4th issue of the Dutch literary chess magazine Matten, which is only published in... Dutch.[/lang_en]

Share |
Peter Doggers's picture
Author: Peter Doggers

Founder and editor-in-chief of ChessVibes.com, Peter is responsible for most of the chess news and tournament reports. Often visiting top events, he also provides photos and videos for the site. He's a 1.e4 player himself, likes Thai food and the Stones.

Chess.com

Comments

peter's picture

Dat staat er toch. Een iets genuanceerdere toevoeging: ik kan natuurlijk niet in iemands portemonnee kijken maar ik was enthousiast en heb dat proberen over te brengen. Een aantal erg leuke stukken, hierboven besproken, is voldoende om met gerust hart naar de boekwinkel te gaan. Overigens kun je je dus ook abonneren op Matten.

Jan's picture

Kopen dus?

Karel van der Weide's picture

Wanneer de recensent meent dat iets 'tegenvalt', hoort daar m.i. een argumentatie bij. Wat betreft het 'inhouden': de redacteuren van Matten dachten daar anders over en pleegden zelfs censuur. Mmm, nu lijkt het net alsof ik niet tegen kritiek kan (en dat is ook zo).
Serieus, Peter verwachtte ongetwijfeld een nieuw 'I'm your Man', ?ɬ©?ɬ©n van de hoogtepunten uit de Nederlandse schaakliteratuur. Het kan echter niet altijd feest zijn. De fijnproevers mogen zich gelukkig in het najaar verlustigen aan mijn 'Schaken voor Huisvrouwen' (koopt dat onvolprezen prachtboek).

peter's picture

Mee eens, Karel, maar ik wilde het stuk niet te lang maken en toch alles noemen wat in Matten 4 staat - hoewel ik me nu realiseer dat ik Driek van Wissens gedicht over Fischer ben vergeten.

Om te beginnen vind ik het uitgangspunt voor het interview sterk: de ene grootmeester, die voornamelijk uit teleurstelling in de schaakwereld stopt als professional, interviewt een veelbelovende jonge grootmeester, die als een van de weinigen juist heel duidelijk kiest voor een schakersbestaan.

Het gevoel dat je je inhoudt, had natuurlijk te maken met de stukken die we van je gewend zijn. Je gebruikelijke scherpe kritiek op de schaakwereld ontbreekt - je schijft alleen dat-ie veranderd is. In de Schaaknieuws van 22 maart vat je de misstanden samen en veel daarvan had ik, maar dan beter opgeschreven, verwacht terug te zien in Matten. En ook in het onderdeel Vrouwen laat je je volgens mij minder scherp uit over vrouwen, en hoe ze met schakers omgaan, dan je eerder gedaan hebt.

Overigens vind ik ook dat er een bewonderenswaardige eerlijkheid spreekt uit je artikel. Je geeft aan dat Erwins generatie een stuk sterker schaakt dan de jouwe en je hebt bewondering voor zijn instelling - daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben!

renzo`'s picture

Maar Peter, je kunt toch een boek/stuk niet beoordelen op JOUW verwachtingen?

want jouw verwachtingen zeggen wat over jou - een auteur is er niet om per se jou van dienst te zijn.
Je mag ze hebben hoor, maar een schrijver is er voor meer lezers. Bovendien zit hij ook met verwachtingen van het medium - de regels -.

Begrijp je wat ik bedoel - vind het wat lastig uitleggen nl.

Latest articles