Reports | July 04, 2006 16:48

Ter verdediging van Vladimir Alatortsev

Even een berichtje vanuit het azijnhok. Op chessbase.com stond vorige week een artikel van Fjodor Skripchenko, de vader van Almira, over de momenteel zeer populaire Chebanenko-variant van het Slavisch. Die ontstaat na de zetten 1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 a6!?. De titel van het stukje was pakkend en veelzeggend: 'Birth of a variation, or: how the ?¢‚Ǩ?ìNew Slav?¢‚Ǩ? came about'.

Skripchenko zou dat zetje (4...a6) zelf bedacht hebben en wel in 1972. Dan volgt de partij om dat aan te tonen, gevolgd door nog een verhaaltje met een ander aardig aanvalspotje van de auteur 'against a local player', waaruit zou moeten blijken dat hij eigenlijk een geniale schaker was.

Wie, zoals ik, regelmatig in de baas zijn tijd nieuwsberichten op internet leest, krijgt vanzelf een goed gevoel voor de zin- en onzin van bepaalde nieuwskoppen. Zodra er weer een berichtje verschijnt dat apen wel degelijk taal kennen, dat Atlantis eindelijk ontdekt is of dat er volgend jaar een meteoriet ter grootte van Amsterdam zal inslaan, weet je dat je weer een warrig, ongefundeerd, slecht ge?ɬØnformeerd stukje te lezen zult krijgen.

'Extraordinary claims require extraordinary evidence' luidt een gezond wetenschappelijk criterium. Ook bij Skripchenko's artikel had ik, mede door de pretentieuze kop (een verwijzing naar het beroemde boek van Polugajevski) en mijn immer achterdochtige inborst, direct mijn twijfels.

Gelukkig kon ik doorklikken naar de prachtige onlinedatabase van Chessbase, waar ik de eerste vier zetten invoerde. Een lijst partijen rolde uit de database, waarvan de eerste meer dan?Ǭ†veertig jaar voor Skripchenko's 'stampartij' gespeeld werd: Kasparian-Alatortsev, Russisch kampioenschap 1931.

Dat is het mooie van internet. Er staat veel onzin op, maar je kunt ook gemakkelijk vinden dat iets onzin is. Ik vond het vooral vreemd dat de redactie van Chessbase, toch niet de minste, niet even de moeite had genomen Skripchenko's verhaal op feiten te controleren. Kennelijk surfen de redacteuren een stuk minder onder werktijd dan ik. En ik moest toegeven: ik was misschien ook wel een beetje spijkers op laag water aan het zoeken. In 1972 bestonden er tenslotte nog geen databases, die partij uit 1931 was allang vergeten, en Skripchenko moet de zet dus gewoon zelf bedacht hebben. Hulde!

Toch bleef me iets dwars zitten: de partijen die Skripchenko geeft gaan allebei namelijk doodleuk verder met c4xd5, waarna er toch echt gewoon een ordinaire Slavische ruilvariant op het bord staat. Hoezo 'voorbereiding', hoezo 'birth of a variation': de ruilvariant was toch al veel langer bekend dan sinds?Ǭ†1972? En bovendien: het werkelijk moderne idee van zwarts vierde zet, namelijk om snel b7-b5 te kunnen spelen, wordt door Skripchenko helemaal nergens genoemd!

Maar misschien was de zet a6 in de ruilvariant bedacht door Skripchenko? Ook dat was eenvoudig te controleren. Ik voerde daarom de stelling na 1.d4 d5 2.c4 c6 3.cxd5 cxd5 4.Pf3 Pc6 5.Pc3 Pf6 6.Lf4 a6!? (dezelfde stelling als in de 'stampartij' Chebanenko-Skripchenko, Kishnev 1972). Maar ook van deze variant bleek Skripchenko niet de bedenker te zijn: al in Roselli del Turco-Malmberg, Parijs 1924 werd de zet gespeeld, en in datzelfde Sovjet-kampioenschap uit 1931 speelde Alatortsev 6...a6 tegen Budo. Ook de grote Pirc en Bisguier bleken het idee a7-a6 in de ruilvariant al eerder dan Skripchenko te hebben toegepast.

Wat hiervan te denken? Is die Skripchenko een bedrieger, die zichzelf op zijn oude dag alsnog beroemd wil maken? Misschien. Ik denk eerlijk gezegd dat hij eenvoudigweg geen database heeft, of in elk geval niet op het idee gekomen is om zijn verhaal te controleren. Het zij hem vergeven.

Minder begrijpelijk is dat de redactie van Chessbase het artikel zomaar, kritiekloos, geplaatst heeft. Misschien vonden ze het zielig voor Skripchenko, of vonden ze het gewoon een leuk verhaal. Dat is het ook wel. Maar het had ze gesierd als ze erbij hadden gezegd dat het verhaal strikt genomen niet klopt. Of in elk geval een poging hadden gedaan te kijken of de claim van de titel eigenlijk wel kan worden waargemaakt.

De werkelijkheid is soms saai en niet romantisch. Niet Skripchenko, maar de onbekende Vladimir Alatortsev verdient de credits voor het bedenken van 4...a6 in het Slavisch. Toegegeven, hij heeft bij mijn weten geen beroemde dochter die WGM is. Leeft hij nog? Ook dat zal ongetwijfeld op internet te vinden zijn. Maar dat mag iemand anders doen.

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

Dennis Breuker's picture

Ok?ɬ© dan, ik trap erin :). Hij leeft niet meer, overleden op 13 januari (mijn verjaardag) 1987:
http://www.sport-stat.km.ru/chess/players.php?id=36103

Bert de Bruut's picture

Wat die onzinnige claim van Skripchenko en de bizarre publicatie ervan door Chessbase nog vreemder maakt, is dat ook in enkele WK-partijen Euwe-Aljechin in het slavisch een vroegtijdig ...a6 is gespeeld. Skripchenko zal toch niet durven beweren dat hij ook WK-partijen van Aljechin kent...

Bert de Bruut's picture

NIET kent, bedoelde ik natuurlijk

Bert de Bruut's picture

Nu ik toch bezig ben, even gekeken op Chessbase (in de baas zijn tijd heb je je boekenkast niet bij de hand): het gaat hier om de 8ste en 10de partij van de WK-match uit 1935 waarin de betreffende stelling ontstaat na 1 d4 d5 2 c4 c6 3 Pf3 Pf6 4 e3 e6 5 Pc3 a6!? (of na zetverwisseling). Euwe won beide partijen (en speelde dit in 1940 nog een keer tegen Van Steenis), wat de reputatie van de zet geen goed zal hebben gedaan...

Bert de Bruut's picture

En de "stampartij" van de stelling na 5... a6 is volgens Chessbase Rubinstein-Arpad, 1926 (door wit gewonnen). Door Aljechin werd de zet ook al voor zijn match met Euwe regelmatig gespeeld, en na de match ook drie keer door Euwe zelf, verder nog door bijvoorbeeld Botwinnik en Najdorf en de grootste aanhanger van het systeem was blijkbaar Van Scheltinga.

rapanui's picture

Dank voor de extra informatie, Dennis en Bert!
Het is een bizarre geschiedenis, jammer dat Chessbase nooit reageert op kritische ingezonden brieven, we zullen dus wel nooit te weten komen waarom ze het stuk gepubliceerd hebben.
Overigens: het artikel is volgens hun website uit het Russisch vertaald (ook de vertaler Steve Giddins -volgens mij een IM!- heeft dus niets in de gaten gehad). Ik ben nog op zoek naar het origineel.

Michiel Blok's picture

"de onbekende Vladimir Alatortsev"
Zo onbekend is de naam Alatortsev niet. Hij is naamgever aan een veelgespeelde variant in het orthodoxe damegambiet (3.., Le7). Verder heeft is geloof ik ook in het Frans een variantje.

Michiel Blok's picture

En natuurlijk ook nog de offervariant in de semi-slavisch met Pd5 dat je een toren offert op h8. Ging Van Wely ooit hard tegen onderuit, in 't weekendtoernooi in Zeeland geloof ik.

jwl's picture

Ondertussen hebben we allemaal braaf ChessBase gebruikt om een en ander te controleren. Zo hebben we impliciet de verdiensten van ChessBase bevestigd. Gratis reclame ook nog.

rapanui's picture

Niet alleen impliciet, hoor jwl. Ik noem de site bewust in mijn artikel.

Gejewe's picture

Interessant dat de "database" de bron is voor de nieuwe waarheid. Maar .. in 1929 speelde Sultan Khan deze zet 4..a6 in een partij tegen Mitchell, Engels kampioenschap. Staat niet in de databases, maar is wel in papieren bronnen terug te vinden.
Iemand verder opgevallen dat in de schoonheidprijspartij van F.Skripchenko op c1 een toren bleef hangen die om onduidelijke redenen niet werd genomen ?

rapanui's picture

Aha! Goed om te lezen dat die databases nog steeds minder betrouwbaar zijn dan 'echte' boeken. De uitdaging is nu natuurlijk een nog oudere partij te vinden met 4...a6...

Wat betreft die toren op c1: raar verhaal inderdaad. Zou die Skripchenko dan toch gewoon een ordinaire knoeier zijn?

Latest articles