Reviews | March 22, 2007 13:44

[lang_nl]Recensie: 'Secrets of Practical Chess' (nieuwe editie)[/lang_nl][lang_en]Review: 'Secrets of Practical Chess' (new edition)[/lang_en]

[lang_nl]Tijdens afgelopen Corus-toernooi bereikte mij goed nieuws: er was een nieuwe druk van John Nunns klassieke werk Secrets of Practical Chess (1998) in aantocht. In die tijd (1998) werkte ik voor Schaak- en Gowinkel Het Paard, en moest ik schakers vaak adviseren welke boeken ze moesten kopen. Ik heb Nunns boek zeer vaak aanbevolen aan schakers van mijn eigen niveau (destijds had ik een KNSB-rating van rond de 2100) en iets daaronder.[/lang_nl][lang_en]During the last Corus tournament I received good news: a new edition of John Nunn's classic Secrets of Practical Chess (1998) was forthcoming. In those days (1998) I was working for Chess and Goshop Het Paard in Amsterdam, and I often had to advise chess players which books to buy. I have often recommended Nunn's book to chess players of my own level (at the time I had a national rating of around 2100) and slightly below.[/lang_en]

[lang_nl]Nunns stijl is helder en begrijpelijk, en dat maakt het boek zeker ook voor minder sterke schakers (zeg vanaf rating 1800) interessant en leerzaam, maar ik denk dat spelers met een rating tussen de 2100 en de 2350 het meest hebben aan zijn boek. De voorbeelden zijn ambitieus, de analyses en explicaties complex en Nunn eist concentratie en aandacht van de lezer. Je kunt dit boek natuurlijk op je nachtkastje leggen, maar veel beter en nuttiger is het er een bord bij te pakken en echt na te denken over wat Nunn zegt. De concrete tips ("don't analyse unneccessary tactics", oftewel DAUT, om er maar eens eentje te noemen) zijn vooral nuttig voor spelers die wel weten dat het loperpaar in open stellingen meestal beter is dan loper en paard. Enfin, Secrets of Practical Chess heeft indertijd terecht diverse prijzen gewonnen, en is uitgebreid en zeer lovend gerecenseerd.

Ik was vooral benieuwd in hoeverre de nieuwe druk toegevoegde waarde had. Het aantal pagina's was veelbelovend: 252 in de nieuwe druk tegenover 172 in de oude: een toename van 80 bladzijden!

Toen ik het boek ging lezen, bleek al snel dat het venijn 'm vooral aan de staart zat. De eerste vier hoofdstukken - pagina 9 tot en met pagina 166 - waarin Nunn schrijft over praktische beslissingen achter het bord ('At the board', mijns inziens een van de nuttigste schaakstukken die ooit geschreven zijn), het bouwen van een openingsrepertoire, het analyseren en evalueren van middenspelsituaties, en verschillende aspecten van eindspel, zijn exact gelijk aan de eerste druk. Dat vond ik een teleurstelling. Persoonlijk had ik gehoopt dat Nunn zijn magistrale hoofstuk over praktische beslissingen, waarin niet alleen het bovengenoemde principe 'DAUT' bespreekt, maar ook zaken als psychologische druk, positionele inzichten en tijdnood, zou hebben uitgebreid met voorbeelden en nieuwe inzichten, bijvoorbeeld naar aanleiding van de recente boeken van John Watson en Jonathan Rowson.

Wat is er dan wel veranderd, en waarin zit de uitbreiding van de nieuwe druk? Het hoofdstuk 'Using a computer' bevat de grootste toevoeging. In 1998 besteedde Nunn een luttele drie pagina's aan dit fenomeen, nu doet hij het in meer dan vijfig. We begrijpen allemaal waarom: het gebruik van computers heeft een enorme vlucht genomen in de afgelopen tien jaar. We weten ook allemaal dat het gebruiken van computerprogramma's als ChessBase en Fritz niet eenvoudig is, en dat er veel onbegrip en misverstand over heerst. Misschien komt er zelfs schade uit voort, wie zal het zeggen? Maar vijftig nieuwe pagina's? Zit hem dat in de vernieuwde, en het verveelvoudigde softwareaanbod, of zijn er ook nieuwe inzichten?

Om die laatste vraag te beantwoorden hoeven we alleen maar de eerste zinnen van de hoofdstukken uit 1998 en 2007 te vergelijken. Wat schreef Nunn in 1998? "Computers are wonderful tools." Dat klinkt positief, zo niet juichend. Nunn is er een stuk genuanceerder over gaan nadenken. In 2007 schrijft hij: "Computers are especially useful tools because of their flexibility."

In het hoofdstuk over computers besteedt Nunn natuurlijk veel meer aandacht aan het vergelijken van diverse schaakengines. In 1998 had je alleen Fritz, nu heb je Rybka, Shredder, Junior, et cetera. Misschien verklaart dit die 50 extra pagina's? Nee, want Nunn is nog steeds, net als in 1998, vooral een kenner van de Chessbase-software. Dat weerhoudt hem er overigens niet van op te merken: "In terms of playing strength, on the basis of currect versions, I would assess Rybka as strongest, followed by Shredder." Doe er uw voordeel mee. En hoewel de gedetailleerde vergelijkingen van software en bepaalde stellingen fascinerend zijn voor wie dat leuk vindt, bekroop mij toch het gevoel dat dit een andere tak van sport was dan die ik aantrof in de eerste hoofdstukken van het boek. Met practical chess hebben die software-vergelijkingen toch niet zoveel te maken, vind ik.

Hetzelfde geldt voor de uitgebreide beschrijvingen van de zoekfuncties en andere opties in Chessbase, samen te vatten onder het kopje RTFM. (Read the Fucking Manual). Interessant voor wie te lui is om zich in de wereld van databasesoftware te verdiepen, en ongetwijfeld verplichte kost voor professionele spelers die dagelijks en veelvuldig hun database gebruiken, maar voor het niveau 2100-2350 toch minder pregnant. Mijn goede vriend en mede-Chessvibes-redacteur Merijn van Delft is een fanatiek gebruiker (en groot kenner) van Chessbase en heeft ongetwijfeld het nodige aan Nunns tips en trucs op dit gebied. Hij is dan ook een schaakprof en Internationaal Meester. Maar dat is een andere doelgroep dan die Nunn voor ogen lijkt te hebben in het eerste deel van zijn boek - al zal Merijn de eerste zijn om te beamen dat ook hij zeer veel baat heeft bij het lezen van dit eerste deel.

Aardig zijn wel de 'case studies' die Nunn heeft gemaakt om het analyseren met schaakengines en het gebruik van schaaksoftware te verduidelijken. Hij verdiept zich uitgebreid (naar mijn smaak veel te uitgebreid) in de theorie van de Vergiftigde Pion Najdorf en laat aan de hand van allerlei concrete tactische verwikkelingen zien waar de computer wel en niet goed in is. Ik vermoed dat de meeste spelers die af en toe Fritz aanzetten, wel weten waar ze wel en niet op moeten letten - de diepgang waarmee Nunn de varianten behandelt gaat een eenvoudige 2250 speler-zoals mijzelf veel en veel te ver, zeker voor een boek over praktisch schaken. De case study over de positionele Rossolimo-variant (1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 g6 4.Lxc6) vond ik een stuk nuttiger en interessanter, omdat hier veel meer algemene schaakprincipes uit te halen zijn. Hier gaat het weer over manoeuvres, principes, structuren en plannen.
Uiteindelijk ben ik als serieuze schaakstudent toch vooral ge?ɬØnteresseerd in die elementen - niet in wat de computer van een of ander krankzinnig stukoffer vindt. Menselijk schaken draait uiteindelijk toch vooral om begrip en intu?ɬØtie - althans, voor gewone stervelingen zoals ik. Natuurlijk is Nunns bedoeling om met zijn analyse van de Najdorf (tactiek) en de Rossolimo (positioneel) aan te tonen waar computers wel en niet goed in zijn, maar ik vind dit punt toch te theoretisch, en niet in lijn met de praktische benadering van de rest van het boek.

Merkwaardig is dat een aantal waarschuwende opmerkingen over computerschaak uit de eerste druk, in de tweede druk geschrapt zijn. Zo noemt Nunn niet meer het toch niet onbelangrijke en ergerlijke feit dat spelersnamen nog steeds inconsequent gespeld worden, hoe om te gaan met dubbele partijen, en dat er vaak incorrecte zetten ingevoerd zijn. Kennelijk gaat Nunn ervan uit dat gebruikers dit nu allemaal wel weten, of dat de problemen grotendeels zijn verhopen door de databaseleveranciers. Dat laatste waag ik te betwijfelen.

Het laatste nieuwe hoofdstuk van het boek betreft een beschouwing over de schaakliteratuur in het algemeen. Nunn stelt zichzelf de vraag hoe je een schaakboek moet uitkiezen. Hij zegt o.a.: "a lower-rated player who writes well and can explain ideas clearly may be more helpful than a top GM who lacks talent for writing." Misschien horen we hier ook de stem van Nunn als uitgever (van Gambit) in doorklinken.
Daarnaast geeft Nunn de nuttige tip om te kijken of een auteur van een openingsboek de opening zelf ook gespeeld heeft. Aan de hand van uitgebreide voorbeelden uit de schaakliteratuur laat hij verder zien dat in alle schaakboeken fouten voorkomen, dat dat niet erg hoeft te zijn, maar dat je in tweede drukken wel de plicht hebt om fouten te corrigeren. (We mogen er dus van uitgaan dat in de originele druk van Secrets of Practical Chess geen fouten stonden, want er lijkt niets veranderd in de eerste vier hoofdstukken!)

Nunn heeft ook het nodige over boekenrecensies te melden. En aangezien dit een recensie van zijn boek is, loont het wellicht de moeite een van zijn uitspraken eens onder de loep te nemen. Zo schrijft hij: "Book reviewers have a responsibility to put aside their personal preferences and offer an objective view of the book." Ik vraag me af of ik het hiermee eens ben. Iedere lezer heeft namelijk persoonlijke voorkeuren. Ik beschouw mijzelf als redelijk representatief voor schakers van mijn niveau, qua begrip, belangstelling en besteedbare tijd. Hoe kan ik als kneus de objectieve kwaliteit beoordelen van een boek geschreven door een topgrootmeester? Moet ik niet juist mijn persoonlijke indruk geven? Waarom zou ik mijn persoonlijke, maar vermoedelijk (hopelijk) wel representatieve, voorkeuren opzij moeten schuiven? Doe ik daar mijn lezers wel een plezier mee? Waarmee maar gezegd is: Nunns opvattingen over schaakliteratuur zijn zeker interessant, maar roepen natuurlijk ook weer nieuwe vragen op.

Het meest genoten heb ik van Nunns recensie van het boek Rapid Chess Improvement van Michael de la Maza. Met dodelijk sarcasme en sterke inhoudelijke argumenten sabelt Nunn het volledige concept van dit boek op magistrale wijze neer. Er gaat tenslotte niets boven een lekkere negatieve kritiek. Ik heb De la Maza's boek niet zelf gelezen, maar er wel veel over gehoord van anderen die zijn methodes uitgeprobeerd hebben. Bij het lezen van Nunns recensie schoot ik meerdere malen in de lach. Opmerkingen als "Throughout the book de la Maza rubbishes positional understanding, but he is a 2000 player who has studied only tactics" zijn heerlijk genadeloos - al vroeg ik me wel af hoe Nunn dit commentaar ziet in het licht van zijn eerdere kritiek op een recensie van Matthew Sadler, die schreef dat hij niet ge?ɬØnteresseerd was in wat een 2300-speler over een bepaalde opening te melden had. Nunn over Sadler: "That's just arrogant." Is het flauw om Nunn eenzelfde arrogantie jegens De la Maza in de mond te leggen - vooral omdat Nunn verzuimt met concrete voorbeelden te komen waaruit De la Maza's onkunde zou blijken?

Nunn eindigt met een korte selectie 'recommended reading'. De meeste boeken op dit lijstje zijn tamelijk voorspelbaar. Keres, Tal, Shirov, Kasparov, Yermolinsky, en ook Nunn zelf wordt meerdere malen genoemd. De meeste schakers in de doelgroep zullen hun boeken al hebben. Grote afwezige in Nunns lijstje is Jonathan Rowson. Zijn boek Chess For Zebras wedijvert naar mijn mening met Secrets of Practical Chess om de titel van het meest inspirerende schaakboek van de afgelopen jaren.

Wie Nunns boek nog niet gelezen had: nu naar de winkel rennen of het via internet direct bestellen. Wie de eerste druk al bezit: als je wilt weten wat Nunn zegt over het aanschaffen van schaakboeken, of als je niet voldoende denkt te hebben aan de handleiding van Chessbase maar er ook het grootste genoegen in schept precies te weten hoe The Doctor zelf het programma gebruikt, is het de moeite waard ook de tweede druk te kopen. De beste hoofdstukken staan echter ook al in de eerste editie.[/lang_nl]

[lang_en]Nunn's style is clear and comprehensible, and that makes the book also interesting and instructive for players of lesser strength (say from rating 1800 onwards), but I think that 2100-2350 rated players will find this book most useful. The examples are ambitious, the analysis and explications are complex, and Nunn demands concentration and attention from the reader. Of course you can put this book by your bedsite, but it's much better and useful to grab a board and really think about what Nunn says. The concrete tips ("don't analyse unneccessary tactics", or DAUT, to mention just one) are especially useful to players who already know that the bishop pair is often better than knight and bishop in open positions. Anyway, Secrets of Practical Chess has rightly won several prizes at the time, and has been reviewed extensively and with much praise.

I was especially curious how much added value there was in the new edition. The number of pages was promising: 252 in the new edition against 172 in the first: that's an extra 80 pages!

when I started to read the book, it soon became clear that the last part was the part that did it. The first four chapters - page 9 to 166 - where Nunn writes about practical decisions at the board ('At the board', in my view one of the most useful chess pieces ever written), building an opening repertoire, analysing and evaluating middle game situations, and different aspects of the endgame, are identical to the first edition. To me, this was a disappointment. Personally, I had hoped that Nunn would have extended his superb chapter on practical decisions - which not only features the above-mentioned principle of 'DAUT' but also things like psychological pressure, positional insights and time trouble - with examples and new insights, for example related to the recent books by John Watson and Jonathan Rowson.

So what has changed, and what's in the extra pages of the new edition? The chapter 'Using a computer' comprises the biggest addition. In 1998, Nunn spent a mere 3 pages to this phenomenon, now he does it in more than fifty. We can all understand why: using computers has expanded enormously in the past ten years. We also all know that using programs like Chessbase and Fritz isn't easy, and that there's much ignorance and misunderstanding about it. Perhaps it even causes damage, who knows? But fifty new pages? Is this because of the new and multiplied software offer, or are there also new insights?

To answer that last question, we only need to compare the first sentences of the chapters from 1998 and 2007. What did Nunn write in 1998? "Computers are wonderful tools." That sounds positive, if not jubilant. Nunn now thinks about the issue with a lot more nuance. In 2007 he writes: "Computers are especially useful tools because of their flexibility."

In the chapter on computers, Nunn pays, of course, much attention to comparing various chess engines. In 1998 only Fritz existed, now you have Rybka, Shredder, Junior, et cetera. Perhaps this explains the 50 pages? No, for Nunn is still, like in 1998, mainly a connaisseur of Chessbase software. However, this doesn't stop him from remarking: "In terms of playing strength, on the basis of currect versions, I would assess Rybka as strongest, followed by Shredder." Use it to your advantage. And although the detailed descriptions of software and certain positions is fascinating to anyone who likes it, I somehow got the feeling that this was a different ballgame than the one I found in the first chapters of the book. In my opinion, these software comparisons don't have too much to do with practical chess.

The same could be said of the extensive descriptions of search functions and other options in Chessbase, which can be summarized with the term RTFM (Read the Fucking Manual). It's interesting for anyone who's too lazy to delve into the world of database software, and no doubt it's compulsory stuff for professional players who use their database daily and extensively, but it's somehow less imperative for playes of the level 2100-2350. My good friend and colleague Chessvibes editor Merijn van Delft is a fanatical user (and a great connaisseur) of the Chessbase program and has no doubt much profit from Nunn's tips and tricks. After all, he is a professional chess player and an International Master. But that's a different audience than Nunn seems to intend in the first part of the book - though Merijn will be the first to acknowledge that for him, too, the first part is very useful.

A nice thing are the 'case studies' Nunn has made to explicate how to analyse with chess engines and using chess software. He delves very deeply (in my view much too deep) into the theory of the Najdorf Poisoned Pawn variation and with the use of concrete tactical complications he shows what the computer is good at, and what the computer is bad at. I suspect most players who turn on Fritz occasionally will already sort of know what to focus on and what not - the depth with which Nunn treats the opening lines is really a few bridges too far for a simple 2250-player like myself, especially in a book on practical chess. The case study about the positional Rossolimo Variation (1.e4 c5 2.Nf3 Nc6 3.Bb5 g6 4.Bxc6) was a lot more useful and interesting to me, because here, more general chess principles can be extracted. Here, finally, it's about manoeuvres, principles, structures and plans again.

In the end, as a serious chess student I am mainly interested in those elements - not in what the computer thinks of some crazy sac. Human chess is primarily about understanding and intuition - that is, for mere mortals like myself. Of course, Nunn's intention of this analysis of the Najdorf (tactics) and the Rossolimo (positional) is to show where computers rule and fail, but I think it's too theoretical a point, and not in line with the practical atttitude of the rest of the book.

Strangely, a number of warnings about computer chess from the first print, seem to have been removed. For example, Nunn doesn't mention anymore the not unimportant and irritating fact that players names are still being spelled inconsistently, how to handle double games, and the fact that many moves are entered incorrectly. Apparently, Nunn either assumes that users will know this by now, or that these problems are now more are less a problem of the past. Somehow, I have my doubts.

The last new chapter of the book is really an essay about chess literature in general. Nunn asks the question how to select a chess book. He says, among other things: "a lower-rated player who writes well and can explain ideas clearly may be more helpful than a top GM who lacks talent for writing." Perhaps here we can also hear the voice of Nunn as director of Gambit.

Nunn also gives the useful tip to try to find out whether the author of an opening book has played the opening himself. Using extensive examples from chess literature, he further shows that all chess books contain errors, that this doesn't have to be a really bad thing, but that there's the duty in second editions to correct mistakes. (We can safely assume that there were no mistakes in the original edition of Secrets of Practical Chess, since no changes have been made to the first four chapters!)

Nunn also has a few words to say about book reviews. And since this is a review of his book, perhaps it's interesting to take a look at some of his opinions. He writes: "Book reviewers have a responsibility to put aside their personal preferences and offer an objective view of the book." I wonder if I agree with this. Every reader has personal preferences. I consider myself to be fairly representative for chess players at my level, with regard to understanding, interest, and available time. How can I as a patzer judge the objective quality of a book written by a top grandmaster? Isn't my personal impression actually the only thing that matters here? Why should I put aside my personal, but probably quite representative preferences? Am I really doing my readers a favour by that? Which I guess is just another way of saying: Nunn's opinions about chess literature are certainly interesting, but they raise a whole host of new questions.

I most enjoyed Nunn's review of the book Rapid Chess Improvement by Michael de la Maza. With deadly sarcasm and strong arguments, Nunn completely and splendidly demolishes the entire concept of the book. There's nothing like a good negative review. I haven't read De la Maza's book myself, but I have heard a lot about it from others who have tried his methods. While reading Nunn's review, I had to laugh aloud quite a few times. Remarks like "Throughout the book de la Maza rubbishes positional understanding, but he is a 2000 player who has studied only tactics" are deliciously merciless - although I wondered how Nunn regards this comment in the light of his earlier criticism on a review by Matthew Sadler, who wrote that he wasn't interested in what some 2300-player had to say about a particular opening. Says Nunn about Sadler: "That's just arrogant." Is it cheeky to blame Nunn the same arrogance with regard to De la Maza - especially since he really doesn't come up with concrete examples to prove De la Maza's supposed lack of understanding?

Nunn ends the book with a short selection of 'recommended reading'. Most books on this list are pretty predictable. Keres, Tal, Shirov, Kasparov, Yermolinsky, and also Nunn himself is mentioned more than once. Most chess players in the audience will already have these books. Big absentee in Nunn's list is Jonathan Rowson. His book Chess For Zebras is in my view, with Secrets of Practical Chess, the biggest competitor for the most inspiring chess book of the past years.

Whoever hasn't read Nunn's book yet: run to the shop now, or order it directly via internet. Whoever has the first edition already: if you want to know what Nunn says about buying chess books, or if you don't think you get enough out of your Chessbase manual, but are also interested in how The Doctor uses it himself, it's worth it buying the second print as well. The best chapters, however, are already in the first edition.[/lang_en]

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

logis's picture

Hmmmmm, first time i hear about this book. Guess i will be setting it on my wishlist.

Btw, why cant we vote for Ivanchuck on the "Who is gonna win melody amber?" poll???

Pharme63's picture

Hey, you used to write amazing, but the last couple of posts have been kinda boring I miss your tremendous writings. Past couple of posts are just a little out of track! come on! afeckdaeeeee

Latest articles