Reviews | June 05, 2008 5:50

[lang_nl]Recensie: The Chebanenko Slav According to Bologan[/lang_nl][lang_en]Review: The Chebanenko Slav According to Bologan[lang_en]

[lang_nl]Eindelijk heeft een topschaker een heel boek geschreven over een van de meest fascinerende openingsvarianten van de moderne schaaktheorie: het Slavisch met 4...a6, oftewel het Chebanenko Slavisch. En de auteur, grootmeester Victor Bologan, is niet alleen een topschaker, maar ook een topanalyticus, hetgeen hij vorig jaar bewees met zijn prima debuut Selected games 1985-2004.[/lang_nl][lang_en]Finally, a great chess player has written an entire book on one of the most fascinating opening variations of modern chess theory: Slav with 4...a6, or the Chebanenko Slav. And the author, GM Victor Bologan, is not just a great player, he's also a great analyst, as he proved last year with his excellent debut called Selected games 1985-2004.[/lang_en]

[lang_nl]Door Arne Moll[/lang_nl][lang_en]By Arne Moll[/lang_en]

[lang_nl]Nu heeft Bologan een eerbetoon geschreven aan zijn trainer en leraar, Vyacheslav Andreevich Chebanenko (1942-1997). Chebanenko moet een inspirerende figuur geweest zijn in de Moldavische schaakwereld, aangezien veel mensen (onder wie Alexei Shirov, die het voorwoord bij dit boek schreef) zich in liefdevolle en bewonderende woorden over hem uitlaten. Bologan vertelt diverse grappige en aandoenlijke anekdotes over zijn leraar en geeft een goede indruk van hoe het moet zijn geweest om met Chebanenko te studeren en analyseren. En toevallig was Chebanenko ook de eerste sterke schaker die serieus studie heeft gemaakt van de zet 4?¢‚Ǩ¬¶a6 in het Slavisch.

Eerst iets over de layout. Zoals gebruikelijk met New in Chess-uitgaves, ziet het boek er prachtig uit. Er zitten mooie foto's in, een overdaad aan heldere diagrammen en elk hoofdstuk eindigt met een nuttige conclusie. Niet onbelangrijk is de goede index bij het boek, alsmede het duidelijke onderscheid dat de redacteur heeft aangebracht tussen geciteerde en niet-geciteerde delen. Een van de geciteerden is Gary Kasparov zelf. Kasparov heeft over Chebanenko geschreven in zijn eigen boek book Revolution in the 1970s. Dit is wat Kasparov zegt over de ontvangst van de zet 4?¢‚Ǩ¬¶a6:

[...] 30 jaar geleden wist slechts een klein aantal spelers ervan en het leek een behoorlijk exotisch idee. Schaakidee?ɬ´n werden nog gedomineerd door relatief klassieke principes, en het kennelijke tempoverlies werd maar moeilijk geaccepteerd.

Shirov zegt iets soortgelijks in zijn voorwoord:

Toen ik deze commentaren zag wantrouwde ik iedereen die ermee te maken had, aangezien ik dogmatisch dacht dat een tempo niet zo verspild kon worden. (?¢‚Ǩ¬¶) Natuurlijk ontmoette ik Chebanenko op zijn hotelkamer en we begonnen onmiddellijk het Slavisch met 4?¢‚Ǩ¬¶a6 te analyseren, dat ik tevergeefs probeerde te ?¢‚ǨÀúweerleggen'.

Het beeld dat we krijgen is dat zelfs op grote geesten als Kasparov en Shirov de vroege zet ?¢‚Ǩ¬¶a6 op het eerste gezicht behoorlijk vreemd overkwam. Natuurlijk weten we dat aangezien ze het systeem zelf vaak gespeeld hebben, ze nu denken dat de zet volkomen correct is. Wat was er veranderd? Zou Bologan het geheim eindelijk onthullen?

Voordat ik verder ga moet ik een kleine bekentenis doen. Sinds het midden van de jaren negentig heb ik de Chebanenko-variant vaak zelf gespeeld (en nu ik mijn database bekijk, zie ik dat er een fantastische score mee heb), maar ?¢‚Ǩ¬¶ ik heb nooit echt begrepen waarom de zet zo goed was!
Zeker, b7-b5 kan soms nuttig zijn om ruimte op de damevleugel te cre?ɬ´ren, maar vaak speelt zwart helemaal geen b7-b5 en ontwikkelt gewoon stukken. Sterker nog, na 5.c5 heeft zwart juist op de damevleugel zelf een groot ruimteprobleem.
Dit gebrek aan echt begrip heeft me er nooit van weerhouden om het systeem toe te passen, maar ik heb me wel keer op keer afgevraagd hoe het toch mogelijk was dat zo'n onschuldig zetje zo goed kon scoren, niet alleen op mijn eigen niveau maar ook op wereldklasseniveau. Hoe dan ook, ik was zeer benieuwd of Bologan in staat zou zijn mij te verlichten in deze bijna filosofische kwestie. Wat is er eigenlijk zo goed aan dat hele a6?!

Bologan licht in het begin een tipje van de sluier op. In zijn introductie heeft hij het over de variant 1.e4 c6 2.d4 d5 3.Pc3 a6!? wat ook een (half serieus) idee van Chebanenko was. Bologans interpretatie is veelzeggend:

Zwart geeft zijn tegenstander de zet terug, zonder de situatie in het centrum duidelijk te maken, en op de natuurlijke zet 4.Pf3 zet hij voort met 4?¢‚Ǩ¬¶Lg4. Het zou heel goed kunnen dat naar analogie hiermee, de zet 4?¢‚Ǩ¬¶a6 in het Slavisch gevonden is.

Het lijkt er dus op dat we met een soort kat-en-muisspelletje te maken hebben. Profylaxe. En het is zo logisch, nietwaar? Gewoon even wachten tot je weet wat je tegenstander zal doen en je kunt er meteen op reageren?¢‚Ǩ¬¶ maar wacht even! Als dat wachtspelletje zo fantastisch is, waarom werkt het dan niet met de zet h7-h6? En waarom is 4?¢‚Ǩ¬¶g6 (Schlechters zet, en een motief dat in de Chebanenko-variant ook vaak terugkomt) niet even succesvol?

4?¢‚Ǩ¬¶a6 is duidelijk niet zomaar een wachtzet, maar een heel bijzondere. Maar waarom? Als een variant door bijna alle topspelers in de wereld wordt gespeeld moet er toch zeker meer achter zitten? Ok?ɬ©, als Bologan het niet in de introductie onthult, vertelt hij ons misschien over de verborgen geheimen van de zet tussen zijn varianten door.

In het boek heeft Bologan zich om praktische redenen beperkt toch de variant 1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 a6. Hoewel dat volkomen begrijpelijk is, moet ik toegeven dat ik het ook een tikje teleurstellend vond. Bologan merkt terloops op dat varianten met een vroeg 4.e3 (waarna zwart ook 4?¢‚Ǩ¬¶a6 kan spelen) geen onderdeel zijn van het ?¢‚ǨÀúechte' Chebanenko-systeem:

Na 3.Pf3 Pf6 4.e3 kan zwart het beste voortzetten met 4...Lf5 5.Pc3 e6 6.Ph4 Lg6 waarna hij een zeer solide stelling heeft, die geen diepe openingskennis vereist. (...) De andere manier om het Chebanenko-systeem te vermijden is door 3.Pc3 Pf6 4.e3 waarna Vladimir [sic] Andreevich de zet 4...a6! als adequaat beschouwde.



Dit is misschien helder voor iemand van Bologans niveau, maar ik vind het behoorlijk verwarrend. Waarom moet zwart Lf5 spelen met een paard op f3, en niet met een paard op c3? Waarom niet 4?¢‚Ǩ¬¶a6 in beide varianten? Ik kan wel gokken dat het iets te maken heeft met de zet Db3 in bepaalde varianten, maar als ik kijk in mijn database zie ik dat er duizenden partijen gespeeld zijn zowel met paarden op c3 als f3. Er is hier duidelijk sprake van een niet-verklaarde zetverwisseling, die de redacteur mijns inziens had moeten opmerken. (Grappig genoeg worden in een andere recente New in Chess-uitgave, The Fabulous Budapest Gambit door Viktor Moskalenko, dit soort zetverwisselingen juist vaak door de auteur benadrukt.)

In de variantenhoofdstukken (1-22) geeft Bologan een zeer diepgravend en (voor zover ik kan beoordelen) up-to-date overzicht van de laatste snufjes in de Chebanenko-variant. Eerst behandelt hij de zet 5.cxd5 waarmee wit overgaat naar de Ruilvariant van het Slavisch. De zet 5.h3!? beschrijft hij als ?¢‚Ǩ?ìeen listig zetje, in de geest van de Chebanenko-school?¢‚Ǩ?. Vooral interessant is zijn opmerking dat wit na 5...b5?! 6.c5! prima staat vanwege 6?¢‚Ǩ¬¶Lf5 7.g4! waarna h2-h3 zeer nuttig blijkt te zijn. Dit is een interessant voorbeeld waar het idee b7-b5 kennelijk niet werkt voor zwart. Het is moeilijk om het oneens te zijn met Bologans opmerking dat zwart met 5?¢‚Ǩ¬¶e6! kan overgaan naar een Meraner-structuur, waar ?¢‚Ǩ?ìde zet ?¢‚Ǩ¬¶.a6 nuttiger is dan zet zet h3?¢‚Ǩ?. Voor mij maken inzichtvolle opmerking zoals deze boeken het leukst, en de belangrijkste reden om ze te kopen.

Naarmate ik in The Chebanenko Slav vorderde, realiseerde ik me hoe moeilijk het voor Bologan geweest moet zijn om dit boek te schrijven. Het is zo'n flexibel systeem! Het ene moment speel je met zwart probleemloos Ta8-a7 om b7 te dekken tegen Db3, het andere moment is het gewoon slecht om de toren op a7 te deplaceren. Nu eens is het invoegen van a2-a4 goed voor wit (bijvoorbeeld als hij een Catalaanse opzet wil spelen), dan weer zitten er concrete nadelen aan. Het is bijna onmogelijk om uit te leggen wanneer iets goed is en wanneer niet. Op zulke momenten kan het helpen om gewoon een paar zijvarianten over te slaan die je persoonlijk niet liggen, maar in tegenstelling tot Morozevich in zijn boek over de Chigorin Verdediging, doet Bologan dit niet. Hoewel ik hem bewonder om zijn weigering om ietsje minder dan compleet te willen zijn, raakte ik op een bepaald mooment toch de draad kwijt en vond ik al deze volledigheid gewoon too much.
Als ik subsubvarianten zie (variant B121, etc.) zonder geschreven woorden erin, en die al op zet 6 of 7 beginnen, dan wordt het me gewoon zwart voor de ogen en neem ik geen informatie meer op. Wat niet wil zeggen dat het niet nuttig is voor spelers die zich echt grondig willen voorbereiden in deze opening. (Misschien kunnen we zeggen dat dit boek onderdeel is van de ?¢‚ǨÀúprofessionele' trend waartoe ook de boeken van Alexander Khalifman behoren.)

Over het algemeen ziet het boek er extreem goed onderzocht uit en is het geschreven met passie voor zowel het systeem als de uitvinder. Toch bespeurde ik ook wat gemiste kansen. Laat me twee voorbeelden geven, vooral gebaseerd op mijn eigen praktijkervaring.

  • In stellingen die ontstaan na het solide 5.e3 b5 6.b3, is voor mij altijd een groot probleem geweest om te beslissen wanneer ik b5xc4 moet spelen, wanneer doorschuiven met b5-b4 en wanneer de pion op b5 te laten staan. In analyses na afloop heb ik hier vaak discussies over met tegenstanders. Ik vermoed dat veel spelers van mijn niveau met soortgelijke positionele problemen worstelen in deze variant, vooral als je niet alles tot zet 20 wilt pluggen. Bologan zwijgt er echter over als het graf.
  • Twee van wits meest populaire manieren om de Chebanenko te bestrijden zijn 5.c5 en 5.e3 b5 en dan pas 6.c5. Natuurlijk is er een groot verschil tussen deze twee varianten. In de eerste lijkt het wits doel te zijn om b7-b5 te verhinderen, terwijl wit in de tweede variant volkomen gelukkig lijkt om het toe te laten. Wat is hier aan de hand?


    Bologan zegt niet veel over deze kwestie. Hij noemt het directe c4-c5 ?¢‚ǨÀústrategisch' en het vertraagde c4-c5 ?¢‚ǨÀúruimtemakend', maar hij legt niet het verschil uit. 5.c5 vind ik er ook tamelijk ruimtemakend uitzien, en voor zover ik kan ziet is 6.c5 ook een tamelijk ?¢‚ǨÀústrategisch' concept. Sterker nog, de hele Chebanenko vind ik behoorlijk strategisch. Maar nogmaals, misschien begrijp ik het gewoon niet.

Persoonlijk heeft dit boek mij niet geholpen om het geheim van dat ongelooflijke zetje a6 te doorgronden. Misschien moet ik blij zijn met mijn onwetendheid, als een kind dat in Sinterklaas gelooft. Of misschien is er helemaal geen ?¢‚ǨÀúgeheim'. Misschien is het Chebanenko Slavisch juist zo fascinerend omdat niemand, zelfs Bologan niet, kan uitleggen wat het nou tot zo'n gevaarlijke zet maakt. Het doet een diepe onwetendheid van het schaakspel vermoeden.
We kunnen proberen het fenomeen te onderzoeken met varianten ?¢‚Ǩ‚Äú en Bologan doet absoluut een heroische poging ?¢‚Ǩ‚Äú maar we zullen nooit echt begrijpen wat Chebanenko's intu?ɬØtie hem ingaf toe hij voor het eerst voorstelde om deze prachtige variant serieus te analyseren.[/lang_nl][lang_en]And now, Bologan has written a tribute to his trainer and teacher, Vyacheslav Andreevich Chebanenko (1942-1997). Chebanenko must have been an inspiring figure in the Moldovan chess world, since many people (including Alexei Shirov, who wrote the foreword to this book) speak of Chebanenko in loving and admiring words. Bologan tells various funny and touching anecdotes about his teacher and he gives a good impression of what it was like to learn and analyse with Chebanenko. As it happens, Chebanenko was also the first strong chess player to seriously study the move 4...a6 in the Slav Defence.

A few words about the layout first. As usual with New in Chess publications, the book looks great. There are beautiful photographs, an abundance of clear diagrams and each chapters ends with a useful conclusion. Not unimportantly, the book has a good index and the editor has made sure the reader always knows where a quote begins and ends. One of the people quoted in the book is Gary Kasparov himself. Kasparov has written about the Chebanenko line in his own book Revolution in the 1970s. Here's what Kasparov says about the reception of the move 4...a6:

[...] 30 years ago, only a small number of players knew about it and it seemed quite an exotic idea. Chess ideas were still dominated by relatively classical principles, and the apparently pointless loss of a tempo had trouble being accepted.

Shirov says something similar in his preface:

When I saw those comments I distrusted everybody involved, as I dogmatically thought that a tempo could not be wasted like this. (...) Of course, the place I first met Chebanenko was his hotel room and we immediately started analysing the Slav with 4...a6 which I tried to 'refute', but in vain.

The picture we're getting is that even on great minds like Kasparov and Shirov, the early move ...a6 looked pretty weird at first sight indeed. Of course, we know that since they both frequently played it, they now think the move is perfectly sound. What had changed? Will Bologan finally reveal the secret...?

Before I proceed I have a small confession to make. Since the mid-nineties, I have often played the Chebanenko variation myself (and as I'm checking my database right now, I see I have a fantastic score with it, too), but ... I have never really understood why the move was so great!
Sure, b7-b5 can often be a useful way to grab some space on the queen's side, but often Black does not play b7-b5 at all and just starts developing pieces. Indeed, after 5.c5 Black seems seriously restrained on the queen's side himself.
This lack of true understanding has never prevented me from still adopting the system, but it did make me wonder time and again how it was possible that such an innocent little move could score so well, not only on my own level but on top class level as well. Anyway, I was especially curious if Bologan would be able to enlighten me in this almost philosophical matter. What's so good about this a6-move anyway?!

Bologan does reveal something at first. In his introduction, he talks about the line 1.e4 c6 2.d4 d5 3.Nc3 a6!? which was another of Chebanenko's (half-serious) ideas. Bologan's interpretation is revealing:

Black gives his opponent the move, without clarifying the situation in the centre, and in answer to the most natural move 4.Nf3, he continues 4...Bg4. It may very well be by analogy with this that the move 4...a6 in the Slav was found.

It seems, then, that we're dealing with some cat-and-mouse play here. Prophylaxis. And it makes perfect sense, doesn't it? Just wait until you know what your opponent will do and you can act accordingly... but wait a minute! If this waiting game is so great, why doesn't it work with the move h7-h6? And why isn't 4...g6 (Schlechter's move, and a motive that we see very often in Chebanenko's line as well) equally successful?
Clearly, 4...a6 is not just some waiting-move, but a very special one. But why? Surely, if a variation is adopted by almost all the great players in the world, there must be more to it? Okay, if Bologan doesn't reveal it in his introduction, perhaps he'll tell us about the hidden secrets of the move in between his variations.

In the book, Bologan has restricted himself for practical purposes to the line 1.d4 d5 2.c4 c6 3.Nf3 Nf6 4.Nc3 a6. Understandable though this is, I must admit I also found it a bit disappointing. Bologan casually mentions that lines with an early 4.e3 (after which Black can also play 4...a6) are not part of the 'real' Chebanenko system:

After 3.Nf3 Nf6 4.e3 Black is best advised to continue 4...Bf5 5.Nc3 e6 6.Nh4 Bg6 after which he has a very solid position, which does not require deep opening knowledge. (...) The other way to avoid the Chebanenko System is by 3.Nc3 Nf6 4.e3 after which Vladimir [sic] Andreevich considered the move 4...a6! as adequate.



Perhaps this makes sense to player of Bologan's strength, but to me, it is highly confusing. Why should Black play Bf5 with a knight on f3, and not with a knight on c3? Why not 4...a6 in both lines? I could guess it has something to do with the move Qb3 in some lines, but looking in my database, I see thousands of games played with 4...a6 both with knights on c3 and f3. There's clearly an unexplained move order issue going on here, which, in my opinion, the editor should have noticed. (Interestingly, in another recent New in Chess publication, The Fabulous Budapest Gambit by Viktor Moskalenko, this kind of move orders is often stressed by the author.) I will return to crucial differences in seemingly similar lines further on in this review.

In the variation chapters (chapters 1-22), Bologan gives us a highly sophisticated and (as far as I can see) up-to-date overview of the latest stuff in the Chebanenko variation. First, he deals with the move 5.cxd5 which transposes to the Exchange Slav. The move 5.h3!? (chapter 2) he describes as "a cunning move, in the spirit of the Chebanenko school". Particularly interesting is his comment that after 5...b5?! 6.c5! White is doing fine, because of 6...Bf5 7.g4! when h2-h3 turns out to be very useful. This is an interesting example where the idea b7-b5 apparently does not work for Black. It's hard to argue with Bologan's comment that with 5...e6! Black can enter a Meran structure, where "the move ...a6 will be more useful than the move h3"". To me, insightful comments like these are what's most enjoyable in any chess book, and the most important reason for buying them.

As I advanced reading The Chebanenko Slav, I realised how hard it must have been for Bologan to write this book. It's such a flexible system! One moment you're happily playing Ra8-a7 with Black, defending b7 from Qb3, the other moment it's simply bad to misplace the rook on a7. One moment including a2-a4 is good for White (for example when he intends to play a Catalan setup), on other times there are real disadvantages to it. It's almost impossible to explain when something's right and when not. In such situations, it can be helpful to just get rid of a lot of sidelines that you don't like personally, but unlike Morozevich in his book on the Chigorin Defence, Bologan does not do this. Though I admire him for refusing to be anything less that complete, at some point I simply lost threat and found all this completeness just 'too much'.
When I see subsubvariations (variation B121, etc.) without any written words in them, and starting as early as move 6 or 7, I simply switch off and do not process the information anymore. Which is not to say it's not useful for players who really want to prepare thoroughly in this opening. (Perhaps we can say that this book is part of the 'professional' trend which also includes the books by Alexander Khalifman.)

In general, the book looks extremely well-researched and written with a lot of passion, both for the system and its inventor. Still, I also detected some missed opportunities. Let me give two examples, mainly drawn from my own practical experience.

  • In positions arising after the solid 5.e3 b5 6.b3, a major issue for me has always been to decide when to play b5xc4, when to push the pawn with b5-b4, and when to leave it on b5. In post mortems, I have often had discussions with opponents about this. I suspect many players of my level struggle with similar positionals problems in this line, especially if you don't want to memorize everything up till move 20. Bologan, however, is completely silent about this.
  • Two of White's most popular ways of meeting the Chebanenko are 5.c5 and 5.e3 b5 and then 6.c5. Of course, there's a big difference between these two lines. In the first, White's aim seems to be to prevent b7-b5, while in the second, White seems perfectly happy to have allowed it! What's going on here?


    Bologan doesn't say much about this matter. He calls the immediate c4-c5 'strategic' and the delayed c4-c5 'space seizing', but he doesn't explain the difference. 5.c5 sure looks pretty space-grabbing to me, too, and for all I know, 6.c5 also looks like a rather 'strategic' concept. In fact, the whole Chebanenko seems pretty strategic. But, again, perhaps I just don't understand.

For me, reading this book hasn't helped me uncovering the secret of that incredible little a6 move. Perhaps I should cherish my ignorance like little kids cherish their believe in Santa Claus. Or perhaps there is no 'secret'. Perhaps the Chebanenko Slav is fascinating precisely because nobody, not even Bologan, can explain what makes it such a dangerous move. It hints at our deep ignorance of chess.
We can try to explore the phenomenon with variations - and Bologan makes an absolutely heroic effort! - but we will never really understand what Chebanenko's intuition told him when he first proposed to seriously analyse this great variation.[/lang_en]

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

arne's picture

Hoi Frans, klopt, zoals ik al in mijn recensie schreef ging ik er al vanuit dat het 'iets' te maken moest hebben met Db3, maar het punt is dat ik als lezer juist wil dat Bologan mij dat nou eens haarfijn uitlegt, in plaats van dat ik het alnog zelf moet uitzoeken, want daar koop ik geen boek voor.
Daarnaast zie ik in mijn database dat een speler als GM Wojtkiewicz wel degelijk vaak 4...Lf5 gespeeld heeft op 3.Pc3 en 4.e3 (En na 6.Db3 ging 'ie dan gewoon terug naar c8!) Zo heel duidelijk is het dus toch ook weer niet. En je kunt wel zeggen 'Tja, Lc8 is natuurlijk wel gewoon erg lelijk' maar dan zeg ik weer: 'Dat zeiden ze vroeger ook van 4...a6' :-)

Merijn's picture

As usual a well-written and charming review, but I don?¢‚Ǩ‚Ñ¢t see as much mystery as my good friend Arne does.

To start with: what the London System (1.d4, 2.Nf3 and 3.Bf4 followed by e3 and c3) is for White, is the Slav for Black (1.d4,d5 2.c4,c6 3.Nf3,Nf6 followed by trying to play Bf5 and e6) and incidentally, what the Torre System (1.d4, 2.Nf3 and 3.e3) is for White is the Semi-Slav (1.d4,d5 2.c4,c6 3.Nf3,Nf6 4.Nc3,e6) for Black.

Frans Konings's picture

Zoals Sadler zou zeggen, "Its all about move-orders".
Geweldig fascinerend allemaal dit, leuk artikel Arne!

arne's picture

Thanks, Merijn! I realize, of course, that there are all sorts of ideas behind the move a7-a6 - my point in the review was that, in my view, Bologan doesn't explain these very efficiently. I agree Flear's book is very good, but I wouldn't go as far as to compare his level in chess with Bologan's... :-)

sx's picture

Not just that - 4...a6 is threatening dxc4 and thus forcing white to defend it! 5.c5 gives up the tension in the centre, 5.e3 locks in the bishop and 5.b3 stops Qb3-ideas.

Frans Konings's picture

Hoi Arne,

Ik heb een hoop baat gehad bij het boek "The Slav" van Matthew Sadler.
Hij legt de basis-ideeen van het Slavisch zeer instructief uit vind ik.

Zo vertelt hij ook het verschil tussen Pc3/Pf3, waar jij hier boven naar verwijst. Waarom kan in het ene geval Lf5 wel en in het andere geval niet?

Punt is dat Lf5 na Pc3 faalt wegens cd5,cd5 Db3, echter als het paard op f3 staat ipv c3 heeft zwart op Db3 nog Dc7 of Dc8 omdat c1 hangt. In de database vind je vele partijen van top-Gm's hiermee, ik meen dat Dc7 iets beter is.

Merijn's picture

In the Slav Black is trying to get Bf5 in, but White can punish the immediate 4?¢‚Ǩ¬¶Bf5 with 5.Qb3, so Black prepares this with either 4?¢‚Ǩ¬¶dxc4 or 4?¢‚Ǩ¬¶a6. The moves 4?¢‚Ǩ¬¶h6 and 4?¢‚Ǩ¬¶g6 do nothing to take the sting out of Qb3. The move b5 is not a goal in itself ?¢‚Ǩ‚Äú it?¢‚Ǩ‚Ñ¢s enough when White is ?¢‚ǨÀúscared away?¢‚Ǩ‚Ñ¢ from playing Qb3 ?¢‚Ǩ‚Äú the goal is to get Bc8 out.

I agree that it?¢‚Ǩ‚Ñ¢s confusing that Bologan doesn?¢‚Ǩ‚Ñ¢t simply recommend 4?¢‚Ǩ¬¶a6 against all three setups (Nf3+Nc3, Nf3+e3 and Nc3+e3) since that would be in the spirit of the opening. Glenn Flear does exactly that in his 2003 work ?¢‚ǨÀúThe ?¢‚Ǩ¬¶a6 Slav?¢‚Ǩ‚Ñ¢, which I personally consider the first entire book on this opening by a top player.

Frans Konings's picture

Ja, ik ben met je eens dat het juist dit soort uitleg is waar je op zit te wachten.

Er zijn echter maar weinig boeken die dit bieden. Ik kan je de hele reeks van Sadler aanraden, The Slav, The Semi-Slav en QG-declined. Stuk voor stuk zeer instructief. Hij werkt met vraag/antwoord methode en een typisch engelse stijl. Veel humor tussendoor dus.

Een boek van vergelijkbaar niveau vond ik Pirc Alert van Alburt/Chernin. Geweldig leerzaam boek.

Ik weet niet wat het is, of Bologan zich bewust is van zn ommissies. Heeft volgens mij ook heel veel te maken met de persoonlijkheid van de auteur-GM en de manier waarop hij naar het spelletje kijkt. Ik krijg van Sadler de indruk dat hij zo instructief kan schrijven omdat wat hij op papier zet gewoon letterlijk de manier is waarop hij over schaken denkt. Zet voor zet alles overwegend en overal (tactische) nuances zien. Heel gestructureerd denken ook, het zit ahw in zn "systeem". Bologan mist dit blijkbaar, of hij weet het niet goed over te brengen.

Michel's picture

Interessante materie! Volledig buiten mijn openingsrepertoire maar erg leuk en boeiend om te lezen.
@ Merijn: 1.d4, 2.Pf3, 3.e3 is Colle, Torre is with 3. Bg5.

Merijn's picture

@Michel: Sorry, you are right. And as Frans points out after 3.Nf3,Nf6 4.Nc3,Bf5 its first 5.cxd5,cxd5 and then 6.Qb3. I was a bit sloppy there :-)

Merijn's picture

@Arne: Of course Bologan is a different level, but I wouldn't go as far as to ignore Flear's book because he is only an average grandmaster sharing his thoughts with us ;-)

arne's picture

@Merijn, of course Flear's book should not be ignored. In fact, Flear's book is probably better suited for average chess players like me. And this is exactly the point I was trying to make in my review: for normal chess players, Bologan often goes too fast, assumes too much, and explains too little. Nevertheless, I liked the book because of its enthousiasm.

Frans Konings's picture

Toevallig gisteren op ICC nog geluisterd naar een interview met Kaidanov, momenteel een zeer bekend trainer in Amerika. Hij vertelde dat Russische GM's diep respect hebben voor bepaalde meesters/GM's die het in praktijk het nooit hebben waargemaakt, maar wel zeer creatieve ideeen hadden. Veel van hen waren ook trainer, hij noemde bv. Zaitsev, Archipov. Hij had blijkbaar ook Chebanenko kunnen noemen.

Overigens: als je zegt dat Bologan van een ander "level" is, dan bedoel je waarschijnlijk zijn level in feitelijke competitie. Maar misschien is Flear's "level" van begrip van de Slav wel veel hoger dan dat van Bologan, kan best toch?

Latest articles