Reviews | December 05, 2007 17:16

Recensie: From London to ElistaReview: From London to Elista

[lang_nl]In mijn vorige recensie besprak ik de WK-match van vorig jaar tussen Vladimir Kramnik en Veselin Topalov aan de hand van het boek On the Edge of Elista van de Bulgaren Topalov en Ginchev. Ongeveer gelijktijdig met die recensie verscheen From London to Elista van de Russen Barejev en Levitov, uitgegeven door New in Chess.[/lang_nl][lang_en]In my previous review I discussed last year's World Championship match between Vladimir Kramnik and Veselin Topalov according to the book On the Edge of Elista by the Bulgarians Topalov and Ginchev. About the same time as the review, From London to Elista by the Russians Bareev and Levitov, was published.[/lang_en]

[lang_nl]From London to Elista gaat echter niet all?ɬ©?ɬ©n gaat over de match in Elista, maar ook over de andere twee WK-matches die Kramnik heeft gespeeld: Kasparov-Kramnik, Londen 2000 en Kramnik-Leko, Brissago in 2004. Jevgeni Barejev was Kramniks secondant in Londen en Brissago, en sprak uitgebreid met schaakreporter Ilja Levitov over de match in Elista.

In deze recensie zal ik vooral ingaan op Barejevs beschrijving van de match Kramnik-Kasparov ?¢‚Ǩ‚Äú het beste deel van het boek. Ik zal ook kort ingaan op de match tegen Leko uit 2004 en enige punten van kritiek op het boek noemen.

Maar laten we eerst nog even terugkeren naar Elista, vorig jaar. E?ɬ©n van de cruciale vragen tijdens de match ging over het vrijgeven van de videobeelden van de rustruimte van Kramnik, en werd als volgt verwoord door Silvio Danailov in On the Edge of Elista (p.76):

?جø¬??Ik begrijp niet waar ze bang voor moeten zijn, als ze eerlijk spelen,?جø¬?? zei de Manager, terwijl hij een laagje kaviaar op zijn brood smeerde. ?¢‚Ǩ?ìWe zullen blijven aandringen.?جø¬??

Inderdaad ?¢‚Ǩ‚Äú waar waren ze bang voor? Wat hadden ze te verbergen? Inmiddels weet ik het antwoord. Maar om dat te begrijpen moeten we eerst weten wat er gebeurde in 2000 en 2004.

Rumble in the Jungle
Het deel van From London to Elista over de match in Londen behoort naar mijn mening in dezelfde categorie als de met een Oscar bekroonde documentaire When We Were Kings van Leon Gast over de beroemde ?¢‚ǨÀúRumble in the Jungle' bokswedstrijd tussen George Foreman en Mohammad Ali uit 1974. In dit gevecht om het wereldkampioenschap zwaargewicht wist Ali met briljant psychologisch spel de favoriet Foreman finaal om de tuin te leiden en uiteindelijk de titel te heroveren. De documentaire dient als schoolvoorbeeld van de effectiviteit van psychologische druk in sportieve duels en positief denken in het algemeen.

Een van de prettige aspecten van het boek is dat de auteurs (het boek is geschreven in dialoogvorm: Levitov is de ?¢‚ǨÀúaangever' en Barejev vertelt ?¢‚ǨÀúhoe het zit') zichzelf regelmatig kritische vragen stellen.

Waarom nogmaals schrijven over de match Kasparov-Kramnik als er al andere goede boeken over verschenen zijn? Het antwoord is niet alleen dat Barejev als lid van Kramniks secondantenteam een ideale inside view van de gebeurtenissen kan geven. De auteurs hebben een ambitie die verder reikt dan het geven van een kijkje in de keuken: ze streven naar een alomvattend inzicht in de psychologie van WK-matches in het algemeen, en Kramniks psyche in het bijzonder. Zoals je de dramatische gebeurtenissen in Za?ɬØre in 1974 tussen Ali en Foreman niet kunt begrijpen zonder dat je de voorgeschiedenis van beide boksers kent, zo stellen de auteurs impliciet dat je de match in Elista alleen kunt begrijpen als je weet wat er in Londen en Brissago gebeurd is.

Wat de match in Londen voor de toeschouwer zo dramatisch maakte was natuurlijk niet zozeer de overwinning van Kramnik ?¢‚Ǩ‚Äú het was de nederlaag van Gary Kasparov. Zelf was ik als toeschouwer aanwezig in Londen. Ik was in die tijd, zoals iedereen, fan van Kasparov, en net als iedereen werd ik horendol van Kramniks Berlijnse verdediging, waar Kasparov met wit volstrekt geen raad mee wist. Machteloos moesten we toezien hoe Kasparov de ene match-tactische fout na de andere beging. Kramnik had hem in een ijzeren greep. Maar waarom? Kasparov was immers al sinds 1984 de ultieme match-speler, zo niet de beste speler aller tijden? Wat was er aan de hand? Dit was het raadsel waarop geen antwoord kwam. Tot nu toe.

Barejevs verslag van de gebeurtenissen is adembenemend. Hij beschrijft hoe ze zich schaaktechnisch voorbereidden, hoe ze de taken binnen het team verdeelden, wie welke openingen moest bestuderen, hoe de sfeer was, en hoe Kramnik, tot Barejevs eigen verbijstering, v?ɬ??ɬ?r de match een volledige gedaanteverwisseling had ondergaan: hij was afgevallen, gespierd, rookte niet meer, bruiste van de ide?ɬ´en en creatieve gedachten, zat vol zelfvertrouwen, was topfit. Hij had maar ?ɬ©?ɬ©n doel: bewijzen dat hij wereldkampioen kon worden. Maar bovenal: Kasparov was voor Kramnik een open boek. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de volgende uitspraak van Kramnik: (p.30):

Ik wist dat hij me respecteerde als schaker en dat hij perfect begreep dat ik op dat moment de zwaarste tegenstander voor hem zou zijn. Hij was natuurlijk bang om te verliezen, wat volkomen normaal is, maar aan de andere kant was ik de laatste speler van zijn generatie over wie hij geen totale superioriteit had laten zien: hij had gewonnen van Karpov, Anand en Short, en Shirov vernietigde hij bijna altijd. Als hij mij in een match zou verslaan, zou zijn carriere compleet zijn. Zijn ambities en zijn verlangen om ?¢‚ǨÀúde losse eindjes bij elkaar te knopen' kwamen in hem samen gekoppeld aan de angst om mij persoonlijk te moeten bestrijden.

Het drama ontvouwt zich al meteen aan het begin van de match. Een schitterend staaltje inzicht in de manier waarop de secondanten Kasparovs voorbereiding en psychologische gesteldheid probeerden te ontleden, is Barejevs beschrijving van het verloop van de opening (Berlijns) van de eerste matchpartij. (p.37).

Tijdens de partij begrepen we dat Kasparov naar het hele spectrum van de theorie van het Spaans moest hebben gekeken, aangezien hij de hoofdvariant volgde, op dezelfde manier als een recente partij (Shirov-Krasenkow, Polanica Zdroj 2000), en hoewel hij helemaal niet zo geweldig was voorbereid op de nuances van de variant, speelde hij verstandige zetten.

Aan de hand van hoe Kasparov reageert op het Berlijns, begrijpen ze dat hij het hele Spaans geplugd heeft. En het wordt nog mooier. Kramnik onthult namelijk dat hij Kasparov niet durfde aan te kijken toen hij zijn derde zet had gespeeld. Een psychologische tik uitdelen was niet eens zijn belangrijkste doelstelling: (p. 39)

Ik bood remise aan in de eerste partij, het was belangrijk om overeind te blijven, om te laten zien dat ik hier was voor de eerste WK-partij van mijn leven, rustig remise had gemaakt en in de match gekomen was.

Barejev is niet alleen een goed analyticus (zijn schaakcommentaren zijn nauwkeurig en objectief, en hij maakt goed gebruik van bestaand referentiemateriaal), maar ook een uitstekend verteller die diepzinnig psychologisch (zelf-)inzicht koppelt aan fraaie schaaktechnische observaties. Interessant en relevant zijn bijvoorbeeld de vergelijkingen die Barejev en Levitov maken met andere WK-matches. Dat leidt tot mooie pareltjes zoals de volgende over Petrosian:

Petrosian kon niet spelen tegen de ge?ɬØsoleerde pion, hij begreep die stellingen gewoon niet. Als we er nu naar kijken is het gewoon grappig. Petrosian zette twee paarden voor een pion op d5! Nu weet iedereen dat je de pion moet veroveren, niet alleen maar blokkeren.

He looks so unimpressive!
Als ?ɬ©?ɬ©n ding duidelijk wordt uit het verslag van de match, is het wel dat Kramnik voortdurend zijn eigen beslissingen neemt, in zijn eigen opvattingen gelooft, vaak tot wanhoop van zijn secondanten, zoals na afloop van de derde matchpartij, als Kramnik ternauwernood een Berlijnse verdediging heeft overleefd (p.67):

Toen we na de partij naar Volodja luisterden, waren we zeer verrast, omdat hij heel optimistisch was, hij dacht dat alles goed gegaan was. [...] Wij geloofden oprecht dat de stelling hopeloos was. We zaten er niet ver naast [...] maar hij had gelijk dat, hoewel het gevaarlijk was, er wel iets moest gebeuren om door te breken...

En langzaam zie je Kasparov breken. Eerst stapt hij af van zijn geliefde Gr?ɬºnfeld-Indisch, dan schakelt hij over op 1.c4 ?¢‚Ǩ‚Äú op het allerlaatste moment, vlak voor de partij, zo blijkt uit uitspraken van Kasparovs secondant Kharlov. Het is duidelijk: Kasparov weet al snel niet meer wat hij moet doen. Maar opnieuw: waarom? ?¢‚ǨÀúHe looks so unimpressive!' roept Levitov vertwijfeld uit. Waarom, bijvoorbeeld, had Kasparov het Berlijns zo matig voorbereid? Kramnik slaat m.i. de spijker op zijn kop als hij zegt (p.91):

Het feit dat Kasparov het Berlijns niet had verwacht, laat zien dat zijn voorbereiding onintellectueel [mijn cursivering] was, te beperkt.

Maar waarom, vraagt Levitov zich af, blijft Kasparov dan toch Spaans spelen? Waarom niet iets scherps, iets geks geprobeerd? Omdat, legt Barejev uit, wit objectief gezien beter moet staan in het Berlijns. Spaans is wits enige principi?ɬ´le opening na 1?¢‚Ǩ¬¶e5. Kasparov kan niet anders dan Spaans spelen na 1.e4.

De rusteloze, impulsieve en onzekere Kasparov gaat zo ten onder tegen de zelfverzekerde en ogenschijnlijk kalme Kramnik ?¢‚Ǩ‚Äú eerst mentaal, en daarna fysiek. Kasparov kan hem niet ?¢‚ǨÀúlezen'. Zijn enige sterke openingsnieuwtje vindt Kasparov midden in de nacht, als hij al ligt te slapen. Het is te weinig, te laat.

Het deel over de match in Londen behoort naar mijn mening tot de beste matchverslagen die ooit geschreven zijn. Dat is vooral de grote verdienste van Barejev, die van Levitov alle ruimte krijgt om zijn verhaal te doen. Barejev vertelt genuanceerd, helder en uitgebreid. De psychologische druk was enorm: op de secondanten, op de toeschouwers en op de spelers. Als lezer heb je, net als bij de documentaire When We Were Kings, voortdurend het gevoel live bij de gebeurtenissen aanwezig te zijn. Kramnik en Kasparov zijn meer dan twee kleurloze schakers ?¢‚Ǩ‚Äú het zijn complexe persoonlijkheden met hun sterke en zwakke kanten, en uiteindelijk bleek Kramnik de sterkste.

Maar hij moest er een tol voor betalen. Na deze match zou hij nooit meer dezelfde zijn.

Nachtmerrie in Brissago
Het tweede deel van het boek gaat over de match die Kramnik in 2004 in Zwitserland tegen Peter Leko speelde, een match die door Topalov in zijn boek ?¢‚ǨÀúone of the most boring chess matches ever' genoemd wordt. Dat is op zijn zachtst gezegd een versimpeling van zaken, zoals duidelijk wordt uit dit boek.

Deze match was voor Kramnik, ?ɬ©n voor zijn secondanten, een regelrechte ramp, ?¢‚ǨÀúa nightmare' zoals Barejev het noemt. Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Kramnik werkelijk alles uit de kast had gehaald in 2000, en hier nog steeds nadelen van ondervond. Hij was een volkomen ander mens geworden. Hij had niet hetzelfde fysieke trainingsprogramma doorlopen als tegen Kasparov, hij was weer begonnen met roken, en hij had beroerd gespeeld in toernooien voorafgaand aan de match.

Dramatische omstandigheden genoeg, maar toch wordt het drama voor de lezer nooit zo intens als tijdens de match met Kasparov. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat Leko geen Kasparov is en dat Kramnik zich voor en tijdens de match niet fit voelde en dus niet optimaal kon presteren. Een derde factor waren de vele remises. Ik wil echter nog een vierde factor aandragen waarom de lezer zich niet zo betrokken voelt als in het eerste deel.

Wat mijns inziens erg prettig was bij de beschrijvingen van de match in Londen, was dat vooral Barejev aan het woord was. Hij had aan korte vragen van Levitov genoeg om zijn eigen verhaal te doen, en dat verhaal was ontzettend interessant omdat hij zowel Kasparov als Kramnik door en door kent. Het grote verschil met het eerste deel vond ik het feit dat Levitov in deel 2 meer op de voorgrond treedt. Hij stelt niet alleen vragen meer, maar interrumpeert Barejev, wil zijn eigen observaties aan de lezer kenbaar maken en heeft zijn eigen theorie?ɬ´n over het verloop van de match. Levitov was, in tegenstelling tot 2000, nu ook zelf bij de match aanwezig. En hoewel hij zich veel meer inhoudt dan Ginchev in On the edge of Elista, wil ook Levitov zijn persoonlijke indrukken kwijt. En dit leidt af van waar het om draait: de psychologische strijd tussen Kramnik en Leko.

Ook Barejev zelf lijkt, zeker in het begin, wat minder gepassioneerd te vertellen over de match tegen Leko. En misschien omdat de match zo rampzalig verliep voor Kramnik, lijkt hij van tijd tot tijd ook zijn objectiviteit uit het oog te verliezen. Het is Levitovs verdienste dat hij Barejev af en toe bij de les houdt, al leidt dat tot rommelige dialogen, zoals in het volgende fragment waarin de spreekwoordelijke slappe speelstijl van Leko besproken wordt (p.287):

Barejev: De fans verwachten een mooie partij van de kampioen, maar hij kan ze niets laten zien.
Levitov: Maar hij heeft geen regels geschonden!
Barejev: Je hebt een betere stelling en meer tijd, zoals in partij 6 ?¢‚Ǩ‚Äú speel dan!
Levitov: Maar waarom? Wacht even, dit is valse logica. Dit is een emotionele houding. Ik weet het niet, misschien zat zijn coach Arshak Petrosian daar wel naar Kramnik te kijken en te denken: Volodya is opgebrand. En heeft hij tegen Leko gezegd: Petya, onmiddellijk remise nemen bij de geringste provocatie! Haal hem uit zijn spel.
Barejev: Maar hij is de match aan het verliezen.
Levitov: En dus? Het idee is om hem eerst uit zijn spel te halen, en dan later te proberen om de score gelijk te trekken.

Het is duidelijk dat Barejev nog steeds emotioneel wordt als hij aan de match terugdenkt. Hoewel zijn beschrijving ervan de moeite waard blijft, vond ik het niveau van het tweede deel van het boek minder hoogstaand dan van deel 1.
Misschien heeft dit ook te maken met de hoofstukken waarin Levitov een ?¢‚ǨÀúuitstapje' maakt naar andere aspecten van het schaakspel. Dit doet hij overigens ook in het eerste deel, en ook daar zag ik de relevantie niet van bespiegelingen over ?¢‚ǨÀúSchaken en Kaballah', ?¢‚ǨÀúDe ijzeren vijand' (schaakcomputers) en ?¢‚ǨÀúSchaken en Literatuur'. Interessanter zijn de ?¢‚ǨÀúPlatonische dialogen' tussen Barejev en Levitov over ?¢‚ǨÀúSchaken en actie' (wat willen de toeschouwers en moeten profspelers daar rekening mee houden?) en ?¢‚ǨÀúSchaken en psychologie'. Maar dit laatste hoofdstuk is in feite mosterd na de maaltijd: de relevantie van schaken en psychologie blijkt immers veel sterker Barejevs verhaal over de match in Londen. Hier krijg je de indruk dat de schaakliefhebber Levitov heel graag ook zijn eigen 'filosofie?ɬ´n' over het schaakspel wilde integreren in het boek ?¢‚Ǩ‚Äú en daarbij heeft de uitgever naar mijn mening de relevantie enigszins uit het oog verloren.

Het belang van een rustruimte
Het derde deel, over de match in Elista, wijkt af van de eerste twee delen aangezien Barejev daar niet als secondant aanwezig was. Hij heeft de match wel van dichtbij gevolgd, en de partijen van uitgebreid commentaar voorzien. Ook in From London to Elista wordt ingegaan op het ?¢‚ǨÀúToiletgate' schandaal, en net als in het boek van de Bulgaren kan ook hier een zekere vooringenomenheid de auteurs niet ontzegd worden. Silvio Danailov wordt een ?¢‚ǨÀúscandalous man' genoemd (p. 308), Topalov een ?¢‚ǨÀúrobot' (p. 361) die nog nooit iets met een meisje heeft gehad. Weliswaar stellen Barejev en Levitov zich iets kritischer op dan Topalov en Ginchev in On the Edge of Elista ?¢‚Ǩ‚Äú ook richting hun ?¢‚ǨÀúeigen' Rusland en de FIDE, en met name richting Kramniks manager Carsten Hensel ?¢‚Ǩ‚Äú maar dit soort uitspraken doet wel afbreuk aan de integriteit van het boek. Kennelijk kan nog steeds niemand helemaal nuchter naar de gebeurtenissen in Elista kijken.

Gelukkig maken Levitov en Barejev in hun boek ook een aantal zeer goede punten over de match tegen Topalov. Om dat te illustreren wil ik u vragen om nog eens de vraag van Danailov aan het begin van dit artikel terug te lezen.
Wat heeft Kramnik te verbergen? Wie het boek van Barejev en Levitov gelezen heeft, weet het antwoord: alles!

Het woord is aan de auteurs:

Schaken is een strijd tussen mensen, niet tussen stukken. We hebben veel inkt gebruikt om uit te leggen hoe belangrijk het is om je tegenstander psychologisch in te pakken, om zijn persoonlijkheid te raken. Als iemand in zijn rustruimte is, ontspant hij zich, is hij opgehouden een rol te spelen, wordt hij zichzelf. Op het podium moet hij de tegenstander misleiden, maar als hij alleen is kan hij zich natuurlijke reacties veroorloven op de gebeurtenissen in de partij. Het afstaan van deze videobeelden aan de tegenstander is een misdaad jegens de schaker die een WK-match speelt.

Mensen hebben zoveel te verbergen. Zeker als ze spelen om het wereldkampioenschap schaken. Is dat erg? Als dit boek ?ɬ©?ɬ©n ding duidelijk maakt, is het wel dat het hebben van een priv?ɬ©-omgeving tijdens de partij voor Kramnik absolute noodzaak was ?¢‚Ǩ‚Äú een eerste levensbehoefte om de gigangtische druk aan te kunnen; iets om desnoods zijn titel voor in gevaar te brengen. D?ɬ°?ɬ°rom, en nergens anders om, weigerde hij die vijfde partij te spelen.

From London to Elista maakt duidelijk dat Vladimir Kramnik een meester-strateeg is, een geniale schaker met een fantastisch psychologisch inzicht en een ijzeren wil, ?¢‚Ǩ‚Äú maar het toont hem ook in momenten van twijfel, kwetsbaarheid, onzekerheid, woede en zwakte. Terwijl Topalov en de Bulgaren zich voortdurend als het slachtoffer van de omstandigheden beschouwen, tonen Barejev en Levitov ons vooral een Kramnik die overal en altijd voortdurend worstelt met en tegen zichzelf.

Het is het meest oprechte portret van een wereldkampioen dat ik ooit gelezen heb.[/lang_nl][lang_en]From London to Elista, however, is not only about the match in Elista, but also about the other two World Championship matches Kramnik has played: Kasparov-Kramnik, London 2000 and Kramnik-Leko, Brissago 2004. Evgeny Bareev was Kramnik's second in London and Brissago, and talked extensively with chess reporter Ilya Levitov about the match in Elista.

In this review I will mainly talk about Bareev's account of the match Kramnik-Kasparov ?¢‚Ǩ‚Äú the best part of the book. I will also briefly discuss the match against Leko from 2004, and mention some of my points of criticism on the book.

But first, let's return again to Elista, last year. One of the crucial issues during the match was about releasing the videotapes of Kramnik's restroom. In On the Edge of Elista, Silvio Danailov put it as follows (p. 76):

?جø¬??I don't understand what they have to be afraid of, if there's fair play," the Manager said, spreading a thin layer of caviar on his bread. "We'll keep insisting."

Indeed ?¢‚Ǩ‚Äú what were they afraid of? What did they have to hide? Now I know the answer. But to understand this, first we must know what happened in 2000 and 2004.

Rumble in the Jungle
The part of From London to Elista about the match in London is, in my opinion, in the same league as the Oscar-winning documentary When We Were Kings by Leon Gast about the famous ?¢‚ǨÀúRumble in the Jungle' boxing match between George Foreman and Mohammad Ali from 1974. In this fight for the heavyweight championship of the world, Ali managed to completely outwit the favourite Foreman with brilliant psychological play. The documentary serves as a textbook example for the effectiveness of psychological pressure in sports duels and positive thinking in general.

One of the pleasant aspects of the book is the fact that the authors (the book is written as a dialogue between ?¢‚ǨÀúsidekick' Levitov and ?¢‚ǨÀúexpert' Bareev) frequently ask themselves critical questions.

Why write yet again about the match Kasparov-Kramnik, when there are already some good books about it? The answer is not only that Bareev, as a member of Kramnik's team of seconds, can give a perfect inside view of the events. The authors are more ambitious than just allowing us a few looks in the kitchen: they want to give complete insight in the psychology of World Championship matches in general, and Kramnik's mind in particular. In the same way that one could not possibly understand the events between Ali and Foreman in Za?ɬØre in 1974 if you don't know what went on before that, the authors implicate that one can only understand the match in Elista if you know what happened in London and Brissago.

Of course, what made the match in London so dramatic for the spectator was not so much Kramnik's victory as Gary Kasparov's defeat. I was a spectator myself in London. In those days I was, like everybody else, a fan of Kasparov, and as with everybody else, Kramnik's Berlin Defence, and Kasparov's despairing handling of it, drove me totally nuts. Powerlessly we had to watch as Kasparov made one tactical mistake in the match after the other. Kramnik had absolute power over him. But why? After all, since 1984 Kasparov had been the ultimate match player, if not the best player of all time. What was going on? This was the mystery that was never sloved. Until now.

Bareev's account of the events is simply breathtaking. He describes how they prepared chess-wise, how the jobs were divided within the team, who had to study what opening, how the atmosphere was, and how Kramnik, to Bareev's own astonishment, had completely changed before the match: he had lost weight, had developed muscles, quit smoking, was full of ideas and creative thoughts, was full of self-confidence, and was as fit as a fiddle. He had only one goal: to prove he could be world champion. But most importantly: Kramnik read Kasparov like an open book. This becomes clear from the following Kramnik quote (p. 30):

I know that he respected me as a chess player and he understood perfectly well that I would be the toughest opponent for him at that particular moment. He was afraid to lose, of course, which is completely natural, but on the other hand, I was the last chess player of his generation over whom he hadn't demonstrated clear superiority: he'd won against Karpov, as well as Anand and Short, and he almost always destroyed Shirov. If he beat me in a match, his career would be complete. His ambitions and his desire to 'tie up loose ends' combined in him with the fear of facing me specifically.

The drama starts to unfold right from the start of the match. A superb example of insight into the way the seconds tried to dissect Kasparov's preparation and psychological state of mind, is Bareev's description of the course of the opening (Berlin Defence) of the first match game (p. 37):

During the game we noticed that Kasparov had looked at the full spectrum of theory on the Ruy Lopez, as he followed the main line, played the same way as a recent encounter (Shirov-Krasenkow, Polanica Zdroj 2000), and although he wasn't all that fantastically prepared for the nuances of the variation, he made sensible moves.

By reading the way Kasparov reacts to the Berlin Defence, they realise that he looked at the whole spectrum of the Ruy Lopez. And it gets even better when Kramnik reveals that he didn't dare to look at Kasparov directly when he had played his third move. Dealing a psychological blow was not even his most important goal (p. 39):

I offered the draw in Game 1, it was important for me to hold my own, to show that I'd come out for the first World Championship game of my life, calmly made a draw and got into the match.

Bareev is not only a fine analyst (his chess comments are accurate and objective, and he makes good use of existing references), but also an excellent storyteller who combines deep psychological (self-) knowledge with great chess-related observations. Particularly interesting and relevant, for instance, are the comparisons Bareev and Levitov make with other World Championship matches. That can lead to beautiful little pearls like the following about Petrosian:

Petrosian couldn't play against the isolated pawn, he just didn't understand these positions, and that was it. Today, when we look at how he treated them, it's simply funny. Petrosian put two knights in front of a pawn on d5! Now everybody realises that you have to destroy it, not just blockade it.

He looks so unimpressive!
If it's one thing the report of the match makes clear, it is the fact that Kramnik constantly makes his own decisions, believes his own ideas, often to the despair of his seconds, for example after the third match game, when Kramnik has barely survived another Berlin Defence (p. 67):

Listening to Volodya after the game, we were extremely surprised, because he was very optimistic, he thought that everything had gone well. [...] We sincerely believed that the position was hopeless [...]. We weren't far from the truth [...] but he was right that although the position was dangerous, something would have to be drummed up in order to break through it...

And slowly, Kasparov is cracking. First, he refrains from his favourite Gr?ɬºnfeld Indian, then he switches to 1.c4 ?¢‚Ǩ‚Äú at the very last moment, right before the game, as becomes clear from Kasparov's second Kharlov. It's clear: Kasparov is quickly running out of ideas. But again: why? "He looks so unimpressive!" Levitov exclaims at one point. Why, for instance, did Kasparov prepare the Berlin so poorly? I think Kramnik hits the nail on the head when he says (p. 91):

The fact that Kasparov hadn't expected the Berlin shows that his preparation was unintellectual [my emphasis], it was too narrow.

But why then, Levitov wonders, does Kasparov keep playing the Ruy Lopez? Why didn't he try something sharper, something crazy? Because, Bareev explains, objectively speaking White must be better in the Berlin. The Ruy Lopez is White's only principled opening after 1?¢‚Ǩ¬¶e5. Kasparov couldn't play anything else after 1.e4.

And so the restless, impulsive and unsteady Kasparov goes down against the self-condifent and apparently calm Kramnik ?¢‚Ǩ‚Äú first mentally, then physically. Kasparov cannot ?¢‚ǨÀúread' him. He finds his only strong opening novelty in the middle of the night, after he went to bed. It is too little, too late.

In my opinion, the part about the match in London is one of the best match reports ever written. Most credit goes to Bareev, who gets more than enough room from Levitov to tell his story. Bareev tells it with a lot of nuance, very clearly and extensively. The psychological pressure was enormous: pressure on the seconds, the spectators, and the players. Just like with the documentary When We Were Kings, you constantly have the feeling you're there, live, while it's happening. Kramnik and Kasparov are more than two dry chess players ?¢‚Ǩ‚Äú they're both complex personalities with their weak and strong sides, and in the end Kramnik prevailed.

But he had to pay a price for it. After this match he would never be the same again.

Nightmare in Brissago
The second part of the book is about the match Kramnik played in 2004 in Switzerland againt Peter Leko. In his book, Topalov calls this match 'one of the most boring chess matches ever'. This is a simplistic point of view to say the least, as becomes clear from this book.

For Kramnik as well as for his seconds, this match was a complete disaster, 'a nightmare' as Bareev puts it. You get the impression that Kramnik really went all out for his match in 2000, and he was still suffering from it. He had become a completely different man. He hadn't done the same training program as he did against Kasparov, he had started smoking again, and had performed terribly in recent tournaments.

An abundance of drama for sure, but for the reader this drama never gets the same intensity as during the match with Kasparov. No doubt, this has to do with the fact that Leko isn't Kasparov, and that Kramnik wasn't fit before and during the match, which prevented him from playing optimally. A third factor was the high number of draws. I would like to propose a fourth reason for why the reader never feels so close as in the first part.

In my view, what made the stories of the London match so good to read was the fact that Bareev told them. Short questions by Levitov sufficed to do the storytelling, and this story was so incredibly interesting because Bareev knows both Kasparov and Kramnik through and through. I found that the big difference with the first part was the fact that Levitov is more prominent in part 2. He not only asks questions, but interrupts Bareev, wants to get his own observations across to the reader, and has his own theories about the course of the match. Contrary to 2000, Levitov was also personally present during this match. And although he is much more restrained than Ginchev is in On the Edge of Elista, Levitov, too, wants to express his own thoughts. And this distracts the reader from the real point: the psychological battle between Kramnik and Leko.

Bareev, too, seems to talk with less passion about the match with Leko, especially in the beginning. And, perhaps, because the match was such a disaster for Kramnik, he also seems to lose his objectivity. We have to credit Levitov for keeping Bareev sharp from time to time, even though this leads to confusing dialogues, like the following fragment, where they discuss Leko's proverbial 'boring chess' (p. 287):

Bareev: the fans are expecting a beautiful game from the champion, but he can't show them anything.
Levitov: But he didn't break any rules!
Bareev: You have a better position and more time, as in Game 6 - play!
Levitov: But why? Hang on, this is absolutely false logic. This is an emotional attitude. I don't know, perhaps his coach Arshak Petrosian was sitting there, carefully watching Kramnik and thinking, Volodya's burned out. And he said to Leko: 'Petya, at the slightest provocation - a draw immediately! Knock him out of the game.'
Bareev: But he's losing the match.
Levitov: So what? The idea is first to know him out of the game, and later to try and level the score.

It's clear that Bareev is still emotional when he thinks back upon the match. Although his description of it is still good, I found the level of the second part of the book less high than part one.

Perhaps this is also because of the chapters in which Levitov makes an ?¢‚ǨÀúexcursion' to other aspetcs of the game of chess. By the way, he also does this in the first part, and here too I didn't see the relevance of reflections on ?¢‚ǨÀúChess and Kaballah', ?¢‚ǨÀúThe Iron Enemy' (chess computers) and ?¢‚ǨÀúChess and Literature'. More interesting are the ?¢‚ǨÀúPlatonic dialogues' between Bareev and Levitov about ?¢‚ǨÀúChess and Action' (what do spectators want, and should professional players take this into account?) and ?¢‚ǨÀúChess and Psychology'. But in fact, this last chapter adds nothing to Bareevs story of chess and psychology which he tells in the part about the London match. Here, too, one gets the impression that chess lover Levitov desperately wanted to incorportate his own ?¢‚ǨÀúphilosophies' on the game of chess in the book ?¢‚Ǩ‚Äú and in granting this, the publisher wasn't very strict on relevance, in my opinion.

The importance of having a restroom
The first part, about the match in Elsita, differs from the first two parts since Bareev wasn't a second in Elista. He has followed the match from up close, and made extensive analysis of the games. In From London to Elista, too, the ?¢‚ǨÀúToiletgate' scandal is discussed, and like in the Bulgarian book, a certain prejudice is present within the authors. Silvio Danailov is called a 'scandalous man' (p. 308), Topalov is a robot (p. 361) who has 'never been seen with a girl'. It's true that Bareev and Levitov take a much more critical approach than Topalov and Ginchev in On the Edge of Elista ?¢‚Ǩ‚Äú also towards their ?¢‚ǨÀúown' Russia and the FIDE, and especially towards Kramnik's manager Carsten Hensel ?¢‚Ǩ‚Äú but this kind of language does harm the book's credibility. Maybe it's just too early to look at the events in Elista with a sober point of view.

Fortunately, Levitov and Bareev do make a couple of very good points about the match with Topalov. To illustrate this, I would like to ask you to read again Danailov's question at the beginning of this article. What does Kramnik have to hide? For anyone who has read Bareev and Levitov's book, the answer is clear: everything!

Let's hear it from the authors themselves:

Chess is a battle of people, not pieces. We've used up a lot of ink explaining how important it is to outplay your opponent psychologically, to strike at his personality. When a person is in the rest room, he's relaxing, he's stopped playing a role, he becomes himself. On stage he has to deceive his opponent, but when he's alone he can allow himself natural reactions to the events that are happening in the game. Passing these tapes to the opponent is a crime against the chess player who's playing a World Championship match.

People do have a lot to hide. Especially when they're playing the chess world championship. Is that a bad thing? If the book makes clear only a single point, it is the fact that having a private place during the game was an absolute necessity for Kramnik ?¢‚Ǩ‚Äú it was his way of surviving the enormous pressure; something worth risking his title for. This, and nothing else, is the reason why he refused to play the fifth game.

From London to Elista shows Vladimir Kramnik as a master-strategist, a brilliant chess player with a fantastic psychological insight and an iron will ?¢‚Ǩ‚Äú but it also shows him in moments of doubt, vulnerability, uncertainty, anger and weakness. Whereas Topalov and the Bulgarians constantly consider themselves to be the victim of the circumstances, Bareev and Levitov show us a Kramnik who first and foremost struggles with and against himself.

It is the most sincere portrait of a world champion I have ever read.[/lang_en]

[lang_nl]>> overzicht van alle ChessVibes-boekrecensies tot nu toe[/lang_nl]
[lang_en]>> overview of all ChessVibes book reviews so far[/lang_en]

Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

peter's picture

Inderdaad mooie recensie, Arne. Ik moet toch beter opletten bij het verdelen van de recensie-exemplaren. ;-)

Barnard's picture

Peter,
What is it in english?
Chess regards,
B.

Martien's picture

Mooi en uiterst gedetailleerde recensie Arne! Het is dat ik onlangs nog een boek (on the attack- JT) heb gekocht, maar dit staat op mijn reservelijst voor de toekomst.

Rubinstein's picture

A must buy it seems. Sounds very interesting.

Ron's picture

Yes...a great book. Impressive are also some of the pictures, e.g. the one where Kramnik executes the 4th move in the first game (4...Nf6). The face of Kasparov...

Your comment

By posting a comment you are agreeing to abide our Terms & Conditions