Reviews | June 14, 2007 0:09

Recensie: Matten II

[lang_nl]Laatst liep ik over de Middenweg in Amsterdam. In die straat is sinds 31 oktober 1935 voor schakers niets interessants meer gebeurd, maar nu was er toch nieuws te melden: in een boekwinkeltje zag ik, vlak naast de stapels Kluun en Marianne Frederiksson, de tweede editie van het nieuwe schaaktijdschrift Matten liggen.[/lang_nl][lang_en]This is a review of the Dutch chess magazine Matten. The magazine is completely in the Dutch language and therefore we decided to publish this review only in Dutch too.[/lang_en]

[lang_nl]Ambitie
Dat is geweldig nieuws, want het betekent op zijn minst dat de marketingafdeling van New in Chess haar werk goed gedaan heeft, en waarschijnlijk ook dat er onder niet-schakers brede belangstelling is voor, zoals de begeleidende brief van mijn recensie-exemplaar vermeldt:

"de Hard Gras voor schakers (...) vol met vrolijke, grimmige en amusante verhalen over schakers en schakers [sic - AWM]. Dus (bijna) geen partijen (...) maar wel veel semi-literaire non-fictie."

Uit dit citaat spreekt meteen de prijzenswaardige ambitie van de redactie van Matten. Ambitie is altijd goed. In het voorwoord zeggen de redacteuren dat zij het zelf ook jammer vinden dat Matten maar twee keer per jaar verschijnt. Maar waarom is dat dan eigenlijk zo? Kost het anders te veel tijd? Is er te weinig kopij om jaarlijks drie of meer tijdschriften met 125 pagina's te vullen? Helaas geeft de redactie op deze vragen geen antwoord.

Matten ziet er geweldig uit. Fraaie full-colour voorkant, goed, stevig papier, inhoudsopgave, heldere opmaak, duidelijk lettertype. Het tijdschrift kost ?¢‚Äö¬¨ 11,95. Op basis van uiterlijk lijkt me dit geen onredelijke prijs. Hoe zit het met de inhoud?

Wat verwachten we eigenlijk van de inhoud? 'Schaakverhalen en semi-literaire non-fictie' dekt formeel ongetwijfeld de lading, maar wat houdt dat precies in? Iedere lezer die ge?ɬØnteresseerd is in schaken ?¢‚Ǩ‚Äú en iedere schaker die ge?ɬØnteresseerd is in lezen ?¢‚Ǩ‚Äú denkt bij het woord 'schaakverhaal' meteen aan de meesterlijke schaakstukken van J.H. Donner en Tim Krabb?ɬ©, en aan het legendarische schaaktijdschrift Schaakbulletin waar zowel Donner als Krabb?ɬ© in schreven. Veel stukken uit Schaakbulletin zijn klassiek geworden, en veel van de toenmalige auteurs, zoals Max Pam en Hans Ree, zijn later ook erkend schrijver geworden. Is Matten de nieuwe Schaakbulletin? Of willen ze dat helemaal niet zijn?

Wie de inhoudsopgave van Matten bekijkt, ziet dat er 14 artikelen zijn, verspreid over 124 pagina's. Da's dus bijna 10 pagina's per artikel. Er staan drie relatief korte stukken in (3 of minder pagina's), wat betekent dat er ook een aantal verhalen aanmerkelijk m?ɬ©?ɬ©r dan 10 pagina's zijn. Ook dat is ambitieus, lijkt me: lange verhalen kosten meer ruimte dan korte verhalen, en dus meer geld. Bovendien: hoe langer het verhaal, des te groter het risico dat de lezer, zeker de niet-schaker, zal afhaken.

Maar ik geloof niet dat de redacteuren daar bang voor zijn geweest. Tijdens het lezen van de lange verhalen viel het me op hoe lang van stof sommige auteurs zijn.
Veel artikelen in deze Matten lijken te lijden onder de wens van hun schrijvers om toch vooral alles maar dan ook alles op te schrijven, zodat de lezer niets mist van wat ze ons willen zeggen. Overigens geldt dat niet alleen voor Matten II. Uit de eerste editie van Matten herinner ik me bijvoorbeeld dat Dirk-Jan ten Geuzendam de lezer trakteerde op een beschrijving van bijna een halve pagina van de koffiedrinkgewoonten van zijn buurman in het vliegtuig. Op die lange verhalen kom ik nog terug.

Ongedekte achterlijn
Sommige stukken kunnen heel goed lang zijn, zoals boekbesprekingen. In Matten II schrijft Guus Luijters een recensie van de roman De schaakspeelster van Bertina Henrichs. Deze recensie is echter helemaal niet lang, maar juist relatief kort (nog geen drie pagina's). Luijters begint zijn recensie met een geestige en herkenbare inleiding over het verschijnsel 'damesporno'. De clou na de eerste pagina is dat Luijters verwacht dat de roman van Henrichs ook damesporno is. Maar dat is dus niet zo. Na een uitwijding over Nabokov (die kennelijk in geen enkele recensie van schaakromans mag ontbreken) en een korte samenvatting van de plot van de roman, concludeert Luijters: "Geen meesterwerk, De schaakspeelster, maar goed genoeg voor een aardig anderhalf uurtje." Einde van de recensie. Tsja. Wat moet de lezer hier nu mee? Ok?ɬ©, niet kopen dat boek kennelijk ?¢‚Ǩ‚Äú maar waarom heeft Luijters er dan een recensie van geschreven? Het vermoeden dringt zich op dat de lezer blij moeten zijn dat Luijters zich ?ɬºberhaupt verwaardigd heeft een bijdrage te leveren aan Matten. Dat is niet zo.

Al even raadselachtig is het interview met Sylvia Kristel door Renzo Verwer. Verwer is een uitstekend interviewer die er vaak in slaagt iets wezenlijks te tonen van de persoon die hij interviewt. Het wezenlijke dat Kristel en schaken zou moeten verbinden, is echter dit keer volledig afwezig. Sylvia Kristel kan namelijk niet schaken. Ook haar opmerking dat ze niets van schaken weet, is weinig hoopgevend. Zelfs het woord 'schaken' associeert ze meer met 'het spel waarin de man de vrouw ontvoert, haha'. Waarom dan toch dit interview? Omdat ze Bessel Kok kent, zoals kennelijk blijkt uit haar onlangs verschenen autobiografie Naakt? Of omdat ze Jan Timman, Genna Sosonko en Hans Ree 'wel eens' ontmoet heeft? Omdat haar vader van schaken hield (maar het haar dus niet leerde)? Ook hier krijg je het vermoeden dat we al heel Blij mogen zijn met een interview met Sylvia Kristel, in plaats van dat we geboeid moeten zijn door wat ze te vertellen heeft.

Twee andere korte stukken zijn trouwens w?ɬ©l erg leuk en to the point. In de eerste uitgave van Matten boog Rob van Vuure zich al op boeiende, bondige wijze over de krankzinnige notatie van Fischer ?¢‚Ǩ‚Äú ditmaal vertelt hij ons al even kort, helder en met vaart zijn gedachten bij een inderdaad fascinerend absurde foto uit 1994 van Karpov met een hermelijngewaad, een staf en een kroon op zijn hoofd. "Je kunt je toch niet voorstellen dat Euwe zich zo had laten fotograferen? Gelukkig lacht Karpov wel, op halve kracht, maar het relativeert." Een rake observatie: Van Vuure houdt het niet bij het clich?ɬ© van de ijdele Karpov, maar is oprecht ge?ɬØnteresseerd in Karpovs motieven voor het laten maken van de foto. (De mooiste foto in Matten II is trouwens niet die van Karpov, maar van Ljubojevic in het artikel van Geurt Gijssen.)

Ook grappig vond ik het gedichtje 'Schaak!' van cabaretier Ivo de Wijs. Met gevoel voor zelfspot en nostalgie beschrijft De Wijs hoe hij dertig jaar geleden het script voor een schoolschaakcursus schreef.

Het laatste korte artikel in Matten II is een verhaal van Theo de Jong. Niet duidelijk is of het hier nu de ex-Feijenoorder betreft, of de Th. de Jong die op de ratinglijst van de KNSB voorkomt (1504), of dat ex-Feijenoorder Theo de Jong gewoon een rating van 1504 heeft. (Tip voor de redactie van Matten: beschrijf kort wie de auteur is. Zelf weet ik nog wel wie Ivo de Wijs is, maar ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken dat alle redactieleden van ChessVibes dit weten ;-) )

Dit verhaal beschrijft een vakantieschaakpartijtje van de 'ik' tegen de vader van een Frans gezin. Voor dit verhaal lijkt de benaming 'semi-literaire non-fictie' ideaal. Tenzij als parodie bedoeld, is het een knullig verhaaltje vol 'net niet'-schaaktermen als 'ik begon aan zijn stelling te rammelen', 'ik walste over hem heen' en als klap op de vuurpijl een mat op de 'ongedekte achterlijn', waaruit blijkt dat de schrijver het stadium van het mat achter de paaltjes nog niet bereikt heeft. Erg is dat natuurlijk absoluut niet ?¢‚Ǩ‚Äú wel dat de redactie de auteur niet heeft gewezen heeft op de gangbare uitdrukking.

De korte artikelen zijn daarmee op. Samengevat zitten er een aantal goed geslaagde stukjes tussen maar helaas ook een aantal overbodige. Hoe zit dat met de langere stukken?

Echte schakers
Op de voorkant van Matten II prijkt een mooie foto van schaakwonderkind Magnus Carlsen. Hij wordt uitgebreid (15 pagina's lang) ge?ɬØnterviewd door Marije Randewijk, die (en dat had best vermeld mogen worden) in 2005 verkozen is tot beste sportjournalist van Nederland. Zelf heb ik Carlsen enige keren ontmoet, en ik vond het altijd een stugge, ondoorgrondelijke jongen. Daarom was ik erg benieuwd of Randewijk tot hem kon doordringen.

Randewijk heeft zich voortreffelijk ingelezen: ik heb haar op geen enkele feitelijke onjuistheid kunnen betrappen. (Misschien dat Johan Hut dat wel kan.) De lezer komt veel te weten over het leven van Carlsen, zijn belevenissen, zijn toernooien, zijn tegenstanders. Maar zoals de titel van het interview al aangeeft wil Randewijk meer dan alleen dat uiterlijke leven: ze wil antwoord op de vraag of Carlsen een 'normaal wonderkind' is.

Natuurlijk is hij dat niet. Wonderkinderen zijn immers nooit normaal. Het interessante van het interview is dat Randewijk zelf lijkt te twijfelen over haar doelstelling en aanpak. Ze beschrijft hoe ongemakkelijk de eerste ontmoeting met Carlsen verliep. Verderop schrijft ze: "Carlsen is hoogbegaafd. Hij denkt en redeneert als een volwassene." Om een paar alinea's later te constateren: "Carlsen lijkt in elk geval een doodnormale tiener." Randewijk twijfelt dus voortdurend, maar dit maakt het beeld dat ze van Carlsen schetst gek genoeg juist geloofwaardiger. Als er ?ɬ?ets naar voren komt uit dit interview, is het wel dat Magnus Carlsen extreem ongrijpbaar is en vol tegenstrijdigheden lijkt te zitten ?¢‚Ǩ‚Äú net als bijvoorbeeld Kasparov en Fischer.

De artikelen van Larry Evans (over Bobby Fischer), Jan Timman (over Mischa Tal) en Gert Ligterink (over het EK van 1983) zijn alledrie degelijk en interessant. Dat lijken dooddoeners, maar ik bedoel het als compliment. De herinneringen die de schrijvers ophalen aan gebeurtenissen in het verleden zijn precies dat: gewoon herinneringen. Bij het lezen van deze stukken werd ik niet voortdurend gekweld door de gedachte dat ze misschien 'semi-literair' bedoeld waren. Zeker, Timman kan het ook in het dit stuk niet laten om zijn favoriete schrijver Borges te noemen, maar de vergelijking die hij maakt tussen de klauw van Tal en een nachtmerrie van Borges is relevant en in zekere zin ook ontroerend, omdat eruit blijkt hoezeer Tal onderdeel is geworden van Timmans hele bestaan en denken.

Prettig van deze stukken vond ik ook dat ik me niet steeds afvroeg waarom deze artikelen toch in een schaaktijdschrift stonden. Hier zijn drie sterke spelers die vertellen over wat ze weten van, en meegemaakt hebben in, de schaakwereld. Interessanter kan het voor mij niet worden ?¢‚Ǩ‚Äú maar ik geef toe dat andere lezers natuurlijk andere verwachtingen mogen hebben. Als ik per se moet kiezen tussen deze drie artikelen, kies ik voor dat van Ligterink: niet alleen omdat hij over iets schrijft waarvan ik nog niet zoveel wist (het Europees Kampioenschap in 1983), maar ook omdat de 'semi-literaire' uitstapjes die Ligterink zich veroorlooft (zoals het beschrijven van een bezoek aan een wijngaard) uiteindelijk in dienst staan van de pointe van zijn verhaal.

Waarom vertelt de schrijver mij dit?
Daarentegen had ik meer moeite met de artikelen van Alexander M?ɬºnninghof en Dirk-Jan ten Geuzendam. M?ɬºnninghof schrijft een lang verhaal over 'hoe een interview met Gari Kasparov niet doorging'. Ten Geuzendam is al even lang van stof over het beslissende WK-kwalificatievluggertje tussen Anand en Adams in Groningen 1997.

En terwijl de lange artikelen van Timman en Evans bijna nergens inboeten aan relevantie en momentum ?¢‚Ǩ‚Äú misschien omdat ze zelf ook schakers zijn en daardoor precies weten waar ze naartoe willen ?¢‚Ǩ‚Äú betrapte ik mezelf er bij Ten Geuzendam en M?ɬºnninghof op dat mijn aandacht als snel verslapte. Te langdradig, te breed uitgesponnen: bij Ten Geuzendam alle voor- en nadelen van die of die hotelkamer van Anand ('boven was er een slaapkamer, een keuken, een wasmachine en een droger, en een zitgedeelte met een enorme sofa en een mooie tv') ?¢‚Ǩ‚Äú hemeltjelief, twaalf pagina's over ?ɬ©?ɬ©n vluggertje ?¢‚Ǩ‚Äú Ligterink beschrijft in minder dan de helft een heel EK!

Daarbij komt het 'semi-literaire syndroom' regelmatig om de hoek kijken bij deze auteurs: als het koud is schrijft Ten Geuzendam: 'de opwarming van de planeet drukte zich nog niet uit in abnormale temperaturen'. M?ɬºnninghof lardeert zijn verhaal met Russische zinnetjes, die de meeste mensen niets zullen zeggen, maar waarmee hij vermoedelijk probeert iets van een couleur locale weer te geven. Zoiets is ?ɬ©?ɬ©n of twee keer leuk, maar na een keer of vijf begint het trucje toch wat te vervelen.

Daarnaast worden we van deze lange verhalen weinig wijzer. Met andere woorden: waarom zijn ze eigenlijk zo lang? M?ɬºnninghof heeft uiteindelijk Kasparov niet ge?ɬØnterviewd ?¢‚Ǩ‚Äú en een vluggertje blijft uiteindelijk een vluggertje, ook al is het een heel kostbaar vluggertje. Zowel Anand als Adams bevestigen dit trouwens, want Ten Geuzendam citeert beide spelers veelvuldig ?¢‚Ǩ‚Äú maar blijft zelf behoedzaam op de achtergrond, waardoor het hele verhaal nogal onpersoonlijk overkomt. Als Ten Geuzendam dan eindelijk wat van zijn eigen emotie toont, komt hij niet verder dan de gemeenplaats dat hij 'het gevoel had in trance te raken'.

En daarmee komen we eindelijk aan de twee meest emotioneel geladen artikelen van Matten II. Het ene is een opmerkelijk artikel van de Duitser Dirk Poldauf, getiteld 'Een pleidooi voor meer begrip voor de topschaker'. Poldauf stipt terecht een interessante kwestie aan waarover nu juist veel m?ɬ©?ɬ©r gezegd kan worden dan hij doet: hoe kunnen organisatoren en sponsoren de omstandigheden van een schaaktoernooi optimaliseren? Aan de hand van een aantal heldere, concrete voorbeelden toont Poldauf de huidige suboptimale situatie in de wereld van het topschaak. Hij bepleit een professionelere aanpak en, de titel zegt het al, meer begrip voor schaakprofs.

Maar daarmee begint het pas, natuurlijk. Een vraag die Poldauf bijvoorbeeld niet beantwoordt is wat zijn definitie is van 'schaakprof'. Natuurlijk, jongens als Kramnik moeten met de uiterste professionaliteit benaderd worden, maar hoe zit dat met subtoppers als ?¢‚Ǩ‚Äú ik noem maar wat ?¢‚Ǩ‚Äú Epishin en Shabalov? Hoe zit het met Internationaal Meesters? Poldauf vraagt sponsors hun geld in schaken te stoppen ?¢‚Ǩ‚Äú bedoelt hij daarmee ook schoolschaak voor beginners en amateurtoernooien, of alleen Corus-achtige toernooien? Ziedaar de vragen waarmee alle schaakbonden worstelen.

En dan is er nog het inmiddels veelbesproken stuk van Karel van der Weide, 'I'm your Man', over een affaire met een naamloze schone uit Oost-Europa tijdens een toernooi in 'de op ?ɬ©?ɬ©n na oudste stad van Duitsland' (dat zou wel eens Augsburg kunnen zijn, waar Karel in 2002 een toernooi speelde). Er is op het forum van Utrechtschaak al gespeculeerd over of dit verhaal 'echt gebeurd' is of dat Karel het (deels) verzonnen heeft. Relevant is dit bij literatuur (of 'semi-literatuur') in principe nooit. De vraag is eerder: is het stuk als verhaal geslaagd?

Opnieuw vroeg ik me tijdens het lezen af: waarom vertelt de schrijver mij dit? Wat kom ik m?ɬ©?ɬ©r te weten dan alleen het beschrevene? Waar is de dubbele bodem? Is het een parodie op het hierbovengenoemde verschijnsel van de 'damesporno'? Leer ik iets over Karel van der Weide, behalve dat zijn kijk op vrouwen op zijn minst nogal eenzijdig is? ('Vrouwen zijn nooit op tijd en weten dat ze het zich kunnen permitteren'; 'vrouwen hebben het natuurlijk heel makkelijk, ze hoeven alleen maar te gaan liggen'.) Leer ik, als lezer ?¢‚Ǩ‚Äú en is dat niet het doel van alle literatuur ?¢‚Ǩ‚Äú iets over mijzelf? Is Karels situatie herkenbaar? Deels natuurlijk wel: Karels verhaal is in zoverre 'universeel' dat iedereen deze verleidingsellende wel eens heeft meegemaakt. Maar dat maakt het natuurlijk nog niet tot een goed verhaal ?¢‚Ǩ‚Äú want dan moeten niet alleen het gegeven, maar ook de omstandigheden overtuigend beschreven zijn. En daar wringt de schoen wat mij betreft.

Neem de volgende mooie, overtuigende, herkenbare passage:

"Zelf vertelde ik over de Tantaluskwelling die zij voor me was. Een mooie, intrigrerende, slimme vrouw die voortdurend in je omgeving verkeert, maar waar je niet aan mag zitten."

Binnen enkele zinnen ontspoort de passage echter volledig:

"Als lezer vind ik sekss?ɬ®nes meestal nogal genant. Heel even dan. Het ging er tamelijk heftig aan toe. Ik probeerde de 'razernij in haar te temmen. Het is toch nergens voor nodig om tijdens het liefdesspel naast het bed te belanden of het hele hotel bij elkaar te schreeuwen?!"

Nog los van de constrasterende inhoud tussen de twee passages: is de stijlbreuk opzettelijk? Is het de bedoeling van de schrijver om het ene fragment lyrisch-pathetisch en het andere ronduit vulgair en clich?ɬ©matig neer te zetten? Zo ja, wat is daarvan de bedoeling? Anders gezegd: waarom zouden we aannemen dat de stijlbreuk opzettelijk is? Voegt het iets toe, een extra dimensie, waardoor we het verhaal in een nieuw, onvermoed perspectief gaan zien? Of is het 'gewoon' een lang en tamelijk voorspelbaar verhaal waarin schaken een rol speelt?

Schrijven is schrappen
Godfried Bomans (die tenminste ?ɬ©?ɬ©n onsterfelijk schaakstuk op zijn naam heeft staan) schreef ooit:

"Ik rust niet voor ik de zin gevonden heb die mijn bedoeling zo nauwkeurig en zo bondig mogelijk weergeeft. De taal is een handschoen die strak om de huid van de inhoud getrokken is. Je moet er een heleboel weggooien voor je die ene vindt die precies past. Schrijven is schrappen. Schrijven is wat er overblijft."

Veel artikelen in Matten II zijn lang ?¢‚Ǩ‚Äú als je het mij vraagt buitensporig lang. De beste teksten over schaken die ooit door een Nederlander geschreven zijn ?¢‚Ǩ‚Äú de artikelen van Donner voor o.a. Schaakbulletin, gebundeld in De Koning ?¢‚Ǩ‚Äú zijn allemaal twee, maximaal drie of vier pagina's lang. Dat kwam ongetwijfeld omdat Donner gebonden was aan een maximum aantal woorden, omdat kolommen maar zo en zo breed mochten zijn, of omdat hij, om met Bomans te spreken, die strakke handschoen snel gevonden had.

De artikelen die lang ?ɬ©n goed zijn (en dat tot het einde blijven), zijn, toeval of niet, allemaal geschreven door schakers: Timman, Evans, en ?¢‚Ǩ‚Äú vooruit ?¢‚Ǩ‚Äú Van der Weide. De lange artikelen van de niet-schakers overtuigen mij het minst omdat hun lengte verhoudingsgewijs te weinig toevoegt aan de inhoud. (Dat geldt ook voor het door mij onbesproken artikel van Geurt Gijssen over de notatiefomulieren van de partij Salov-Ljubojevic, 1994.) Het meest prikkelend vond ik de halflange artikelen van de schaakjournalisten Poldauf en Ligterink.

Matten heeft veel potentie. Met de ambitie van de huidige redactie, en met schrijvers als Timman, Van der Weide, Ligterink en interviewers als Verwer en ?¢‚Ǩ‚Äú misschien nog een keer? ?¢‚Ǩ‚Äú Marije Randewijk speelt Matten een thuiswedstrijd. The sky is the limit. Toch knaagt er nu nog iets: de overdaad. Als de redactie de 'strakke handschoen' van Bomans snel oppakt, dan zal dit veelbelovende blad de vergelijking met Hard Gras glansrijk doorstaan.[/lang_nl]

Tags:

Share |
Arne Moll's picture
Author: Arne Moll

Chess.com

Comments

renzo's picture

Ik ben blij met je commentaar arne. MAar ik kan het niet iedereen naar de zin maken. Mijn stukl: ik werd gevraagd, en het is gewoon een aardig human interest stuk, niet bedoelt voor de schaker, maar meer voor de vriendin/vrouw v/d schaker die matten koopt.

Vertel me eens: de stijlbreuk in het stuk van Van der Weide die jij aanhalt: die zie ik niet. Ik vind het nergens vulgair namelijk. MAar ja, dat ligt aan mij...

Nirav Christophe's picture

Goede recensie Arne, maar over het verhaal van Karel ben je wel h?ɬ©?ɬ©l coulant. Tsjonge, wat een schoolkrantproza.
Goh Karel, heb je dat nu allemaal ?ɬ©cht meegemaakt? Wat een knetterspannend leven: altijd dampende sex en kennelijke staat. Maar waarom, Karel, dat niet in portefeuille gehouden, waarom dat alles zomaar gepubliceerd? Want om van een kennelijk diep doorleefd gevoel ook een esthetische ervaring op papier te maken, d?ɬ°t is helaas niet een ieder van ons gegeven.
Ik bespeur bij vele reacties op Matten de teneur dat we de lat niet te hoog moeten leggen. Het zijn toch aardige stukjes? Stel je even voor dat een paar redelijke literaire schrijvers (niet Librisprijzen, maar ECI-nominaties) op een dag als hobby besluiten iedere paar maanden een schaakboekje met partijen te gaan publiceren. Een semi-schaakboek zouden ze het noemen.
En stel dat het dan partijen zijn waarin al na 10 zetten een stuk wordt weggegeven. Zouden we dan als lezers net zo coulant zijn??
Het verhaal van Karel heeft met zijn puberaal gebazel in deze parallel toch echt rating 1500. Waarom neemt Matten niet een hoofdstuk over uit de prachtige roman over Newton die (ex) schaker Klaas Landsman recentelijk heeft geschreven? Diens eerste zin (kotsend kwam ik aan op vliegveld Heathrow) is al beter dan het hele verhaal van Karel bij elkaar.
Ik stel voor dat Karel zich een jaar verdiept in Reve, Donner en Nabokov, zoals je je stort in een schaakopening. Ik beveel Karel de strenge literaire tucht aan. .

Bert de Bruut's picture

Zinnige recensie. Ik zie uit naar het stuk van De Jong, waar ik nu al onbedaarlijk om moest lachten. Knibbel knabbel knelling, wie rammelt daar aan mijn stelling? Misschien toch wel een term met toekomst in ons spelletje...

Ik wil de redactie van het prijzenswaardige blad overigens voorstellen om in Matten 3 de tekst op te nemen van het memorabele gelegenheidsnummer van Drs. P. "Ik ga een potje schaken met de wereldkampioen" (op de melodie van zijn vermaarde "Trojka"), dat ooit op de radio ten gehore werd gebracht in een uitzending van Man & Paard, ik denk ter gelegenheid van de match Timman-Spasski.

"... ik speel met wit en dus mag ik de eerste zet gaan doen. Dus pak ik de pion beet, die zich ophoudt voor mijn heer..." (het ding kwam twee velden verder neer, zoiets dat het een opening, maar het fijne ervan ben ik intussen jammerlijk vergeten)

michiel's picture

"Maar ik geloof niet dat de redacteuren daar bang voor zijn geweest. Tijdens het lezen van de lange verhalen viel het me op hoe lang van stof sommige auteurs zijn."

Eh...net als de recensie.

mark's picture

Marvol > op het nederlandse vlaggetje klikken

Matt Helfst's picture

There is no english version or english translation of the "Matten" chess magazine?

arne's picture

Knibbel knabbel kwelling zul je bedoelen, Bert ;-)

Overigens wijst men mij erop dat het stuk van Poldauf ironisch bedoeld was. Hij pleit dus juist niet voor meer professionaliteit in het topschaak. Ik hield zijn pleidooi voor oprecht vurig, mede omdat hij soms ook gewoon on-ironische kritiek uit op spelers. Kennelijk zijn die kritieken en sneers richting bepaalde topspelers ?ɬ®cht kritisch bedoeld, maar de overdreven loftuitingen op spelers ironisch bedoeld. Een verwarrend geheel.

Ik vraag me trouwens af in hoeverre van het (relatief on-ingewijde) Matten-publiek verwacht mag worden dat zij weten dat we hier met een parodie op een wel degelijk echt bestaande houding te maken hebben. Ik kan die vraag niet beantwoorden, maar feit is wel dat de grens tussen ironie en werkelijkheid nogal schimmig is: soms imiteert de werkelijkheid letterlijk de ironie, zoals bij Jacobse en Van Es, die destijds ironisch zeiden wat Wilders nu bloedserieus meent.
Zo zijn er ook genoeg schakers die de door Poldauf geparodie?ɬ´rde opvattingen serieus menen. Misschien ga ik teveel met schaakprofs om en nam ik daardoor te snel aan dat Poldauf ook tot die groep behoorde.

In elk geval stemt zijn artikel - ironisch of niet - tot nadenken.

Marvol's picture

Ben ik nou helemaal gek?

Waar ik ook op klik, geen recensie te bekennen, alleen de aankondiging en de reacties. :O??

rob's picture

Opmerkelijk dat in de recensie nauwelijks wordt ingegaan op het stuk van Geurt Gijssen. Daarin werd door een niet-professionele schrijver toch heel aardig en redelijk bondig uit de doeken gedaan hoe een futiliteit tot een vete tussen twee voormalige schaakvrienden leidde. Samen met Timman's artikel over Tal en Ligterink's artikel over het EK 83 de Top 3 vormend van deze editie van Matten (IMHO).

arne's picture

@Renzo, ik bedoelde vulgair niet in de tegenwoordig vaak gehoorde betekenis van 'ranzig', maar meer in de zin van 'plat'.

peter's picture

No, there isn't...

arne's picture

@Renzo, kort want het spreekt m.i. redelijk voor zich. Ik citeer wikipedia: 'Woorden behoren tot een bepaald stijlniveau of stijlregister, dat past bij een bepaalde situatie. Wisselt men in een bepaalde zin ongepast van stijlniveau, dan krijgt men een stijlbreuk.' Hier is dat: 'Tantaluskwelling', 'intrigrerend', en op een abstracter niveau het gevoel van onvermogen. In het tweede gedeelte contrasteert dat met platte en vaak gebruikte clich?ɬ©omschrijvingen voor seks: 'heftig', 'hotel bij elkaar schreeuwen'. De stijlbreuk is er dus wel degelijk. Het is mij alleen niet duidelijk of Karel die stijlbreuk bewust bedoeld heeft, om iets duidelijk te maken over de situatie, of dat hij gewoon geen betere manier wist om over seks te schrijven. Het gebruik van een woord als 'heftig' is m.i. een zwaktebod: in plaats van de heftigheid te beschrijven, wordt er een flauwe standaardomschrijving voor gebruikt.

renzo's picture

arne, ik begrijp dat je plat bedoelt, maar wat is er dan plat aan die passage? en wat is de stijlbreuk? Jij stelt het, maar zonder uitleg.

renzo's picture

ook jouw verhaal kan wel enige uitleg gebruiken Nirav. kijk als je oordeel over van der weide's verhaa 'puberaal gebazel ', dat kan.En dat het een niveau van 150 heeft , kijk dat zijn Jeroen Brouwers/WF Hermans-tactieken: iemand helemaal afzeiken met leuke termen die het goed doen voor de buhne, vergelijkingen aken etc. Maar waar blijft het argument?

Ik zie het niet.Je blijft nu de schaker die roept 1 d4 is niet goed. waarom niet, vraag t een ander. omdat het zo is.
Dus om te verkomen dat jij niet meer serieus te nemen bent - volgens mij ben jij dat namelijk wel - komen er straks een aantal interessante argumenten en echte analyse.

Your comment

By posting a comment you are agreeing to abide our Terms & Conditions